'Ik ben niet alleen een sepiamannetje'

Natuurbeschermers, wie zijn zij? Joop Stalenburg leeft voor de inktvissen in de Oosterschelde.

Inktvisbeschermer Joop Stalenburg in de Oosterschelde onder de Zeelandbrug beeld Raimond Wouda Wouda, Raimond

Het duikerspak is aangetrokken. De zwemvliezen zitten vast. We plonzen in de Oosterschelde en dalen af langs de weelderig begroeide pijlers van de Zeelandbrug. Dieper gaat het. Perslucht stroomt de longen in. Op de bodem van de zeearm hollen kreeftjes en krabben heen en weer en al snel zien we waar we voor gekomen zijn. Twee inktvissen zwemmen voorbij, onverstoorbaar en naar het schijnt alleen verbaasd over het exotische uiterlijk van wezens die geen vis zijn.

Joop Stalenburg geeft een submariene high five en wijst naar de houten tentjes die hij en zijn vrouw op de bodem hebben neergezet. Takken geven als een wigwam beschutting aan sepia’s. Elk jaar opnieuw komt de zeekat samen met de pijlinktvis en de snotolf vanuit de Noordzee massaal naar de Oosterschelde om er te paaien. Helaas verschansen de sepia’s zich in de fuiken die vissers vanaf het voorjaar uitzetten om kreeften te vangen, fuiken waarin de sepia’s jammerlijk verstrikt raken. Het uitgestrekte tentjeskamp heeft de afgelopen jaren ontelbaar veel zeekatten voor de ondergang behoed.

Stalenburg woont in Delft, maar samen met zijn vrouw Felice brengt hij vele maanden per jaar door in een camper even buiten Zierikzee, op pakweg vijfhonderd meter afstand van de oever van de Oosterschelde. Hij kan uren en zelfs dagen vertellen over de schoonheid en het gedrag van de sepia, de zeekat die hij een „subliem beest” noemt en die de gemiddelde Nederlander alleen zal kennen van zijn skeletschelp, de schilden die je op het strand weleens aantreft en die je een gekooide kanarie geeft om mee te spelen, en misschien ook van de kleur sepia, die uit het dier wordt gewonnen.

Het meest gefascineerd is Stalenburg door de dagelijkse strijd om het bestaan van de sepia. Neem de camouflagetechnieken. „Ze verschieten heel snel van kleur. En als er gevaar dreigt, maken ze pukkels op hun huid waardoor ze niet meer opvallen op de bodem.” En neem de paring. „Sepia’s doen het niet met Jan en alleman. Paren blijven bij elkaar. Maar soms is er een kaper op de kust en ontstaan er knokpartijen. Na de strijd vertrekt de verliezer. Maar je hebt ook slimme kleine mannetjes die zich tijdelijk voordoen als vrouwtje. Als de echtgenoot even van huis is, slaan ze hun slag en bevruchten het vrouwtje. Maar als de echtgenoot terugkomt, haalt hij de spermadeeltjes van de ander uit het vrouwtje.”

Joop Stalenburg zit op een kampeerstoel naast zijn camper. Hij vertelt dat hij zijn baan als glazenier heeft opgezegd om zich aan de bescherming van het onderwaterleven te wijden. Hij fotografeert, schrijft over wat hij onder water ziet, en geeft lezingen. In 1984 deden Joop en Felice voor het eerst een duikcursus. „Zo is het balletje gaan rollen. Het is een way of life geworden.”

Dertien jaar geleden zetten ze hun eerste onderwatertentjes van stokken in de Oosterschelde. Langzamerhand is de interesse verbreed. „Ik ben niet alleen een sepiamannetje. En de meeste sepia’s zijn hier maar anderhalve maand per jaar, dus het is maar goed ook dat ik onder water meer vriendjes heb.”

Het vreemde van de onderwaterwereld zit ’m wat Joop Stalenburg betreft vooral in het ontbreken van contact tussen mens en dier, zoals een hond die je foefjes kunt leren. „Onder water bestaan die foefjes niet. Er zijn daar niet veel dieren die aanhankelijkheid zoeken. Ze leven daar niet om voor elkaar aardig te zijn. Iedereen is zichzelf. Iedereen is selfsupporting. Je kijkt naar onafhankelijke dieren die 100 procent in hun rol zitten en dat al honderden miljoenen jaren. Dat is een rol die mensen ook vaak zoeken.”

Joop Stalenburg hoopt vissers in de Oosterschelde nog eens zo ver te krijgen dat ze de fuiken afzweren, of ze pas veel later in het seizoen in het water hangen. „Als ik vissers zeg dat de Oosterschelde de kraamkamer is voor sepia’s in de Noordzee, dan tonen ze begrip. Maar de meeste vissers zijn te bang of hebben geen zin om iets aan hun huidige vergunning te veranderen.” En zo erg vinden de vissers de bijvangst van inktvissen in hun fuiken nu ook weer niet, is zijn indruk. „Ze vinden het een leuk extraatje dat op de visbanken van Colijnsplaat en Stellendam belandt. Waar ik een beetje bang voor ben, is dat de vissers in hun zoektocht naar nieuwe bronnen van inkomsten de sepia ontdekken. ‘Eureka de sepia’, zeggen ze misschien.”

Het leven in de Oosterschelde wordt bovendien bedreigd, vertelt Joop Stalenburg, door dijkversterkingen die Rijkswaterstaat binnenkort hoopt uit te voeren. Onder water zal de vooroever worden versterkt door het storten van industrieel afval, zogenoemde fosforslakken, bovenop de huidige steenblokken. „Dat is desastreus voor de enorme biodiversiteit die zich de afgelopen decennia heeft ontwikkeld op en in deze stenen.” De Oosterschelde is bovendien een Europees natuurgebied, een Nationaal Park zelfs, met zuiver water waar voedsel zoals mosselen wordt geproduceerd. „Straks ziet het er daar onder water uit als een snelweg.”

De kentering van het tij nadert. De ideale tijd om te duiken. In het algemeen, vertelt Stalenburg, is het besef van de waarde van de onderwaterwereld klein. „Een korenwolf kan de bouw van een complete wijk tegenhouden. Maar onder water mag je het leven volledig uitwonen. Er worden nog steeds miljoenen zeepaardjes gedroogd voor medicijnen die de potentie zouden verhogen. Het gebrek aan begrip voor het leven onder water komt misschien voort uit het feit dat je het allemaal niet meteen ziet. Aan mij als duiker dus de taak om te bewijzen dat de Oosterschelde even belangrijk is als de Veluwe. Mensen moeten weten dat de Oosterschelde een schat is.”

    • Arjen Schreuder