Hoop op ommekeer in Baskenland

De Baskische nationalisten zitten voor het eerst niet in de regionale regering. Maar vijftig jaar ETA-geweld en dertig jaar nationalistische regeringen laten zich niet gemakkelijk wegpoetsen.

Op 11 mei 2008 vermoordde de ETA agent Juan Manuel Pinuel. Bij de herdenking deze week in Legutiano werd zijn portret opgehangen. (Foto AFP) A man walks behind the portrait of Spanish policeman Juan Manuel Pinuel, during the first anniversary commemoration of his killing, on May 11, 2009 in Legutiano. Pinuel was killed a year ago during an attack against the Guardia Civil headquarters by members of the separatist armed group ETA in the northern Spanish Basque village of Legutiano. AFP PHOTO/Rafa Rivas AFP

De monumentale pui van het stadhuis van Mondragón hangt vol met foto’s van het bebaarde gezicht van een veroordeelde terrorist van de Baskische afscheidingsbeweging ETA. Mondragón is solidair met zijn opgesloten stadsgenoten, zo valt uit de tekst op te maken.

Een langswandelende politieagent helpt het pamflet uit het Baskisch te vertalen. „Dat wordt hier opgehangen”, zegt hij op een zo neutraal mogelijke toon. Zijn hoogste baas, mevrouw de burgemeester, is zelf net terug van vier maanden voorlopige hechtenis wegens medewerking aan de ETA.

Is dat niet lastig als agent, al die posters en een chef die vastzat op verdenking van connecties met een terreurorganisatie? De agent kijkt geschrokken om zich heen of niemand het hoort. „In 2011 zijn er weer nieuwe gemeenteraadsverkiezingen, daar hopen we dan maar op”, zegt hij en hij beent snel het grote plein op.

Patxi López, de nieuwe, socialistische lehendakari (regiopresident) van Baskenland, die vorige week werd ingezworen, zei er een speerpunt van zijn beleid van te maken: de bestrijding van de ETA. „Ik beloof de ETA uit het openbare leven weg te vagen.” Ook de manier waarop het radicale nationalisme dag in dag uit de burgerlijke vrijheden bedreigt, moet worden aangepakt, aldus López.

Maar vijftig jaar radicaal geweld van de ETA en dertig jaar nationalistische regeringen laten zich niet gemakkelijk wegpoetsen. Neem Mondragón. Net een jaar geleden vermoordde de ETA hier Isaías Carrasco, ex-gemeenteraadslid van de socialisten, op de stoep van zijn huis. Voor de ogen van zijn vrouw en dochter bloedde hij dood. Waarom een ex-raadslid van Mondragón als slachtoffer? Vermoedelijk omdat hij geen lijfwacht meer had, denkt de politie. Makkelijke prooi.

Mondragón is de thuisbasis van de succesvolle coöperatie Mondragón (handel, industrie, diensten). In de politiek sterk versplinterde stad regeert een minderheid van de radicale aanhang van diezelfde ETA die Carrasco doodschoot. Burgemeester Inocencia Galparsoro weigerde samen met haar fractie de moord op het socialistische ex-raadslid te veroordelen. Tijdens de raadszitting schreeuwde haar aanhang leuzen tegen de niet-nationalisten.

Toen haar hele partij vorig jaar door justitie werd verboden wegens het steunen van terreur, bleef de burgemeester gewoon zitten. Een handigheidje: ze lieten zich allemaal registreren als raadslid van een eenmansfractie. Uiteindelijk werd Galparsoro op verdenking van jarenlange medewerking aan de ETA vastgezet door onderzoeksrechter Garzón.

Galparsoro is nu weer op vrije voeten in afwachting van het proces. De burgemeester is niet bereid tot enig commentaar op haar situatie, zo blijkt in het stadhuis. Vanuit haar werkkamer laat ze via haar secretaresse weten dat ze ‘alleen lokale media’ te woord staat.

„Deze samenleving is door en door verziekt door de fanatiekelingen”, zegt een lid van de socialisten in de gemeenteraad van Mondragón. Tot enkele maanden geleden hingen de foto’s van de gevangen ETA-terroristen als huldebetoon in de oude binnenstad. Toen werden ze op last van de rechter verwijderd. „Familie en vrienden van Carrasco moesten er elke dag langslopen”, aldus het gemeenteraadslid. Nog altijd wappert er in een steegje naar het stadhuisplein een vlag van de ETA.

„Ik kwam overal op straat de gezichten van de moordenaars van mijn broer tegen”, zegt Miramar Blanco na afloop van de beëdiging van de regiopresident in Guernica. Zij is de zuster van het door de ETA vermoorde conservatieve raadslid Miguel Angel Blanco uit Ermua.

De nationalisten nodigden de ETA-slachtoffers nooit uit – negeerden hen het liefst. Andersom konden familieorganisaties van ETA-gevangenen op subsidies van het regiobestuur rekenen. „Dat slachtoffers en nabestaanden hier nu vertegenwoordigd zijn, betekent een historische verandering”, zegt Blanco, zelf lid van het regioparlement voor de conservatieven.

Opvoeding is een deel van het probleem van de verziekte sfeer in Baskenland, zeggen de niet-nationalisten die nu aan de macht zijn. De nieuwe socialistische regio-president wil een eind maken aan het voortdurende gehamer op de Baskische identiteit. Dat betekent een grotere keuzevrijheid in het taalonderwijs tussen Spaans en Baskisch, maar ook een koerswijziging van de publieke regionale televisiezender ETB1, die al jaren geldt als de Baskischtalige propagandamachine.

Het kleinste detail is daarbij inzet van de strijd, zoals de kaart van het weerbericht: nu nog wordt het weer aangegeven in het hele gebied dat volgens de nationalistische mythe tot Baskenland behoort, inclusief de regio Navarro en drie Franse provincies.

De niet-nationalisten hopen dat de minderheidsregering van de socialisten, gesteund door rechts, tot een maatschappelijke ommekeer leidt. Dat links en rechts de oude verdeeldheid over de aanpak van de ETA ter zijde hebben geschoven, is absoluut een verbetering, zegt Francisco Llera, socioloog en directeur van het enquêtebureau Euskalbarómetro. De ETA is sterk verzwakt. „Maar ook het verhulde samenspannen van een nationalistische regioregering met de radicalen is verdwenen. En de aanhang van de ETA is sterk verdeeld over het geweld van de beweging.”

Dat er iets verandert in de radicale wereld van de ETA valt volgens Llera ook af te leiden uit de verkiezingsuitslag. Veel radicale stemmers volgden niet het advies van de ETA om een ongeldige stem uit te brengen, maar stemden op Aralar, de radicaal-nationalistische beweging die geweld afwijst.

In Mondragón wordt sceptischer gereageerd op de mogelijke veranderingen. „Misschien dat de Ertzaintza, de regiopolitie, nu sneller optreedt tegen het straatgeweld”, zegt het raadslid van de socialistische partij. Maar de samenleving zelf verandert niet zo makkelijk. Toen zijn partij de straat waarin Carrasco werd vermoord naar hem wilde vernoemen, stemde alleen de conservatieve partij mee. Alle andere partijen, ook de niet-radicalen, lieten het afweten. „Ik zie het om me heen: de angst. Daar gaan generaties overheen voordat dat verandert.”

    • Steven Adolf