'Het woord talent wordt hier snel misbruikt'

Michiel Schapers werkte negen jaar in dienst van de KNLTB voordat hij zijn eigen tennisschool begon. „Ik zie mezelf niet als een concurrent van de bond.”

Michiel Schapers: "Aan de ranking van de [Nederlandse] proftennissers op de wereldranglijst is objectief af te meten dat het niet goed gaat." (Foto Peter de Krom) Oud prof tennisser Michiel Schapers. Foto: Peter de Krom Krom, Peter de

Als Michiel Schapers op maandag naar teletekstpagina 657 kijkt, krijgt hij de bevestiging te zien van de deplorabele staat waarin het Nederlandse tennis verkeert. „Aan de ranking van de proftennissers op de wereldranglijst is objectief af te meten dat het niet goed gaat”, zegt de 49-jarige tenniscoach in de kantine van sportcentrum Centre Point in Almere. „Het staat in elk geval in schril contrast met de rankings in de jaren tachtig of negentig. Als je toen buiten de tophonderd van de wereld stond, werd je niet eens vermeld. Nu staat de al gestopte Martin Verkerk met een 453ste plaats zelfs nog bij de zes beste spelers. Als je kijkt naar het aantal leden van de tennisbond (bijna 700.000, red.) is dat wel verbijsterend te noemen.”

Schapers, die van 1995 tot 2004 als bondscoach bij de KNLTB in dienst was, vindt zichzelf niet de aangewezen persoon om precies aan te geven waar de oorzaak ligt voor de huidige malaise. „Johan Cruijff heeft ooit gezegd: ‘toeval bestaat niet’. En daar sluit ik me graag bij aan”, stelt de voormalige nummer 25 van de wereldranglijst. „Door verschillende omstandigheden in de afgelopen jaren is de situatie gecreëerd zoals die nu is. Het is nu echt alle hens aan dek. Maar ik ben niet de persoon die nu het initiatief moet nemen. Dat is een taak van de kenners bij de bond. En ook de journalistiek zou eens een grondig onderzoek moeten doen naar hoe het zo ver heeft kunnen komen.”

Het steekt Schapers nog altijd dat hij vijf jaar geleden op weinig tot geen steun kon rekenen toen de tennisbond van hem af wilde. Schapers zou volgens de officiële lezing van de bond gebrekkig communiceren. Daarnaast zou zijn eigengereide manier van coachen op verzet stuiten. „Als mensen hun zin niet krijgen, dan verwijten ze anderen vaak een gebrekkige communicatie. Ik heb nooit een echt duidelijk argument gehoord. Maar op basis van die uitspraken kreeg ik van alle kanten de zwartepiet toegespeeld. Ik was opeens de gebeten hond. Erg goedkoop. Erg makkelijk allemaal. Alleen Joost Wijnhoud en Annemiek de Jong hebben in een brief op heldere wijze aangegeven wat ze ervan vonden. Dat vond ik knap van trainers in dienst van de bond. Voor de rest huilde iedereen mee met de wolven in het bos. Niemand heeft toen zijn nek voor me uitgestoken. Niemand heeft zich afgevraagd of het allemaal wel in de haak was. Misschien is het wel een grote inschattingsfout geweest om af te rekenen met iemand die zoveel passie voor tennis heeft.”

Schapers kijkt al met al met een voldaan gevoel terug op de negen jaar in dienst van de bond. De voormalige service-volleyspecialist heeft de basis gelegd voor het beleidsplan ‘Samen naar de Top’ waarin de fundamenten voor een nieuwe structuur werden vastgelegd. Tennissers zouden al op veel jongere leeftijd geconfronteerd moeten worden met internationale tegenstanders. Talenten zouden met behulp van centrale trainingen in Almere klaar worden gestoomd voor een carrière als proftennisser. „Ik heb me altijd voor de volle honderd procent ingezet. Ik heb Peters Wessels, John van Lottum, Raemon Sluiter, Edwin Kempes in meer of mindere mate begeleid naar de tophonderd. En in september 2004 heb ik afscheid genomen met een grandslamtitel voor Michaëlla Krajicek op het juniorentoernooi van de US Open.

„We werkten met een nationaal plan waarbij alle collega’s van de tennisbond betrokken waren. Op zaterdagen waren alle talenten van negen uur in de ochtend tot vijf uur in de middag in Almere aanwezig. Dat waren uiterst inspirerende sessies waar allerlei aspecten aan de orde kwamen. Tennissers als Robin Haase en Thiemo de Bakker maakten deel uit van die opleiding. Blijkbaar was er voldoende aanleiding om niet met mij door te gaan. So be it. Maar als het allemaal had geklopt, dan had het Nederlandse tennis er nu toch echt anders voor moeten staan.”

Schapers heeft zich er van een afstandje wel over verbaasd dat niemand rekenschap heeft af moeten leggen voor de tegenvallende resultaten van de Nederlandse tennisprofs. „Ik kan me ook nog herinneren dat Hans Felius (de voormalige technisch directeur van de bond, red.) in 2004 een presentatie hield waarin hij voorspelde dat een flink aantal talenten een paar jaar later door zou stromen naar de tophonderd. Daar is niets van terecht gekomen. Als je naar de ranking van de Nederlanders kijkt, dan wordt het beleid ongeloofwaardig. Het is belangrijk dat tennissers zich aan elkaar kunnen optrekken. De generatie na mij dacht: als Schapers het kan, dan kan ik het ook. En daarna zijn Richard Krajicek, Paul Haarhuis, Jacco Eltingh en Jan Siemerink voorbeelden geweest. Ik mis het saamhorigheidsgevoel. Misschien heb ik het mis, maar ik heb het idee dat de basis bij de opleiding van de bond wat te smal is. Er zijn te veel eilandjes in het land van privé-trainers die met hun pupillen een eigen plan trekken. En daar ben ik er noodgedwongen een van.”

Michiel Schapers International Tenniscoaching, zo heet het eenmansbedrijf dat de inwoner van Eemnes mede met de investering van zijn afkoopsom van de tennisbond in 2005 heeft opgezet. De voormalige student bedrijfseconomie gebruikt het Frans Otten Stadion in Amsterdam en Centre Point in Almere als zijn thuisbases. In samenwerking met tenniscoach Jeroen Rinkel, fysieke trainer Floris Minnaert en sportpsycholoog Merijn de Bruin heeft Schapers de opleiding ‘Tennis voor Toppers’ ontwikkeld. De voormalige Davis-Cupcaptain werkt onder anderen met de Nieuw-Zeelandse profs Marina Erakovic, Kairanghi Vano, een groep Nederlandse talenten in de leeftijd van veertien tot achttien jaar onder wie de zestienjarige Paula de Man, maar ook met veteranen die zichzelf nog willen verbeteren. „Ik zie mezelf niet als een concurrent van de tennisbond. Ik denk niet in een dergelijke terminologie”, zegt Schapers een uur voordat hij aan een trainingssessie begint. „Ik ben na mijn vertrek bij de KNLTB niet zielig in een hoekje gaan zitten huilen, maar ben vol passie en inzet aan iets nieuws begonnen. Ik doe nu helemaal mijn eigen ding. En daar heb ik ongekend veel plezier in. Ik heb de afgelopen jaren ontdekt dat ik me graag zo breed mogelijk bezig hou met het opleiden van tennissers. Wat dat betreft voel ik me eigenlijk meer een soort tennisconsultant dan een tenniscoach.”

Schapers is van mening dat iedere tennisser zijn eigen begeleiding nodig heeft. Daarbij is het volgens de oud-prof vooral zaak dat spelers een zo reëel mogelijk beeld van zichzelf krijgen. „In Nederland zijn we al snel geneigd om het woord talent te misbruiken. Eigenlijk is dat een verkeerd woord. Het gaat erom dat je snel inzicht krijgt in de kwaliteiten van een tennisser. Wat iemand wel en niet kan. Bij tennis komt meer kijken dan het slaan van een forehand, een backhand en een service. Zo is het visuele aspect van een tennisser zeer belangrijk. Ik laat dat uitgebreid testen. Daarbij roep ik de hulp in van specialisten die me van informatie voorzien. Hoe snel ziet een speler contrast? Kan hij goed diepte zien? Heeft hij een snel reactievermogen? Anticipeert hij op het juiste moment? Bij sommige spelers zie je bepaalde belemmeringen die bijna niet te trainen zijn. En dan moet je de doelstelling van iemand bij durven stellen. Dat is soms hard, maar wel eerlijk. Van doodknuffelen is nog nooit iemand beter geworden.”

Schapers kan er ongeacht het niveau en de leeftijd van een tennisser van genieten als hij iemand beter weet te maken. „Zo heb ik intensief gewerkt met Erakovic. Van de 250ste plaats op de wereldranglijst heeft ze zich opgewerkt naar een 49ste plek. Het is mooi om zo’n proces van nabij mee te maken. Door een blessure aan haar heup staat ze nu een tijdje langs de kant. Nu ben ik bijvoorbeeld bezig met Vano, een landgenote van Erakovic. Via Marcel Vos, de coach van het Nieuw-Zeelandse Fed-Cupteam, ben ik met haar in contact gekomen. Ik heb haar ondergebracht in een gastgezin en ze speelt competitiewedstrijden voor TC Bilthoven. Daarnaast train ik individueel met haar. Het is interessant om te zien hoe snel ze bepaalde dingen op weet te pikken. Maar wat dat betreft kan ik ook genieten van een veteraan van 62 jaar die een backhand vanuit zijn gevoel leert slaan. Het is misschien anders dan een coach die constant met een speler uit de toptien werkt. Maar voor mij is het nu goed zo. In de toekomst zal ik zeker wel weer met spelers werken die hoog op de ranglijst staan.”

De voormalige nummer één van Nederland is ervan overtuigd dat het Nederlands tennis in de toekomst weer wereldtoppers voort zal brengen. Daarbij is het volgens Schapers wel van belang dat alle kennis die in Nederland voorhanden is door de tennisbond wordt verzameld. „We moeten de huidige situatie proberen te analyseren. Ik zou zeggen: nodig iedereen met verstand van zaken uit, en die sluit je samen op in een hok. Organiseer een symposium en kom tot een gezamenlijke conclusie. We moeten vooral de sterke kanten zien te benutten. Ik heb niet het idee dat dat nu voldoende gebeurt.”

Schapers is bevreesd dat de eigen identiteit van het Nederlandse tennis verloren gaat. „We zijn groot geworden met aanvallend tennis. Daarmee hebben we ons als tennisnatie op de kaart gezet. We moeten juist uitgaan van onze eigen kracht. We zijn gemiddeld gezien het langste volk ter wereld. Een goede service kan een enorm wapen zijn. Ik zie geen Nederlanders meer die de gaten in de banen slaan. Maar in het buitenland zie ik ze wel. Kijk maar naar de Kroaat Ivo Karlovic, naar de AmerikaanSam Querrey. En zo zijn er wel meer. Gek hè?

„We moeten niet meegaan met al die mensen die beweren dat service-volley geen toekomst heeft. Dan loop je lekker achter de Spanjaarden en de Argentijnen aan en ben jezelf uitgerangeerd. Het zal moeilijk zijn om een kentering in de opleiding aan te brengen, maar daar ligt wel onze uitweg. Door het hele land liggen tennisbanen, de KNLTB is de tweede bond van Nederland, maar we hebben geen speler in de tophonderd. En de Dutch Open is verdwenen. Eigenlijk is het onvoorstelbaar. Maar toch is het zo.”

    • Koen Greven