'Het wezenlijke staat nog recht overeind'

Regisseur Jean van de Velde bewerkte zijn film ‘Wit licht’ om hem klaar te maken voor Cannes. „Ik kon de kritiek op de film niet echt serieus nemen.”

Jean van de Velde: "We denken nog steeds vaak dat we alles beter weten dan de Afrikanen zelf." (Foto NRC Handelsblad, Leo van Velzen) Utrecht, 12-05-09. Jean van der Velde, cineast. Foto Leo van Velzen NrcHb. Velzen, Leo van

Een Nederlandse film in de officiële selectie van het filmfestival van Cannes is geen alledaagse gebeurtenis. En zeker niet als het een film betreft die is gemaakt voor een breed publiek en door de vaderlandse filmpers de grond in is geboord.

Dat overkwam regisseur Jean van de Velde met zijn film Wit Licht. Popzanger Marco Borsato speelt daarin Eduard van Zuiderwijk, een kok en restauranthouder in een niet nader aangeduid Afrikaans land. Hij is recent weduwnaar geworden en voedt zijn zoontje Thomas alleen op. Als het beste vriendje van Thomas wordt ontvoerd en ingelijfd als kindsoldaat door de rebellenleider Obeke (groots gespeeld door Abby Mukiibi), gaan vader en zoon op onderzoek uit in een poging het jongetje te redden.

Borsato, die in Wit licht zijn eerste filmrol speelt, nam het initiatief voor de film. Hij vraagt daarmee aandacht voor het probleem van de Afrikaanse kindsoldaten, waarbij hij is betrokken als ambassadeur van de hulporganisatie War Child. Van de Velde (1957), die eerder onder meer de charmante voetbalkomedie All stars en de ijzersterke politiethriller Lek regisseerde, schreef het scenario. Hij deed daarvoor hij onderzoek in vluchtelingenkampen in Oeganda. Hij is geboren in Kongo en deels opgegroeid in Burundi, waar zijn vader werkte als ingenieur.

Wit licht – onder de internationale titel The Silent Army – kwam bij Cannes in beeld door bemiddeling van Pierre Rissient, een even legendarische als schimmige figuur in de internationale filmwereld. Hoewel hij geen officiële functie heeft bij de organisatie van Cannes, tellen zijn adviezen zwaar. Rissient geldt als ontdekker van onder anderen Quentin Tarantino en Wong Kar-wai.

„Le film est colossal!” riep Rissient na het zien van Wit licht. De film was door toedoen van een Franse kennis die toevallig de Nederlandse première had bijgewoond, bij hem beland. Maar hij voegde er meteen aan toe, dat de film, om een kans te maken op de internationale filmmarkt, moest worden bewerkt. Met name de traditionele filmmuziek met aanzwellende violen, zou volgens hem arthousepubliek afschrikken. Van de Velde haalde de muziek eruit. Hij herzag de verhaalstructuur met flashbacks. In de internationale versie vertelt hij het verhaal chronologisch. Ook stopte hij scènes terug die waren gesneuveld, en haalde hij er andere uit.

Van de Velde is zeker niet de enige filmmaker die op deze manier samenwerkte met de Fransman. Hij staat bekend om zijn specifieke aanwijzingen aan regisseurs hoe ze een film kunnen verbeteren (,,Uitstekende film, haal alleen de laatste twintig minuten eruit.”) In Cannes zal de film kunnen profiteren van het enorme netwerk van Rissient, die bemiddelt bij de verkoop van The Silent Army.

Wilde Rissient uitsluitend met het oog op de internationale markt veranderingen, of ook omdat hij zelf een andere versie beter vond?

„Dat kun je zo niet scheiden. Zijn hele ziel ligt bij arthousefilms. Maar hij noch ik hebben ooit enige behoefte gevoeld om aan het wezen van de film iets te veranderen. Voor mij als filmmaker is het alleen maar leuk om een tweede versie te maken, met hetzelfde materiaal, maar voor een publiek dat meer van art house houdt.”

Ging het hem om het belang van het onderwerp, de problematiek van de kindsoldaten, of om de film zelf?

„Wat hij fascinerend vond, is de combinatie van het heftige, realistische thema, in combinatie met de insteek van een avonturenfilm. Hij heeft veel films gezien over zware maatschappelijke thema’s, maar dat zijn vrijwel altijd films zonder enig plot.”

U sprak net over het wezen van de film. Wat is dat volgens u?

„Al mijn films gaan op de een of andere manier over het verlies van onschuld. In deze film gebeurt dat op een ongelofelijk harde, scherpe, gruwelijke manier. Verder ben ik al mijn hele leven heel betrokken bij wat er in Afrika gebeurt. Een journalist in de film zegt op zeker moment: ‘Waarom is Afrika nog altijd de speeltuin waar blanken hun morele superioriteit willen laten zien.’ We denken nog steeds vaak dat we alles beter weten dan de Afrikanen zelf.”

Toch laat u in de film een blanke man een zwart jongetje redden.

„Kritiek daarop had ik voorzien. Ik heb er daarom alles aan gedaan om Marco Borsato geen simpele heldenrol te geven. Als het vriendje van zijn zoontje is ontvoerd, reageert hij zoals zoveel mensen: wat kan ik eraan doen? Hij komt pas heel langzaam in actie. Ik moet hem echt de jungle in schoppen.”

Wit licht is een film met twee gezichten: een meer populistisch verhaal rond Borsato, maar ook een hard, treurig portret van kindsoldaten. De aandacht is vooral uitgegaan naar de populistische kant.

„Daar ging het alleen maar over. De enige vraag die ik steeds voorgelegd kreeg was: hoe was het om met Marco Borsato te werken? Dat heeft ook te maken met de veranderde cultuur bij kranten. Alles moet nóg korter, sneller, populistischer. De recensent reduceert zichzelf tot uitdeler van sterren.”

De kijker krijgt nogal wat te verstouwen: kinderen gaan elkaar te lijf met machetes, een been wordt afgerukt, een meisje ontploft.

„Alles is gebaseerd op de werkelijkheid. Ik ben naar Oeganda geweest en heb daar met een heleboel kinderen gesproken. Het idee dat ik had van kindsoldaten werd bepaald door beelden uit Liberia en Sierra Leone. Daar spelen drugs een belangrijke rol. Dat is visueel voor de media aantrekkelijk, want daardoor krijg je uitzinnige kinderen, die met pruiken oplopen en voortdurend schreeuwen en gillen. In Oeganda speelt dat niet. De rebellenleider daar, Joseph Kony, staat geen alcohol toe. Drugs zijn er nauwelijks. De onderdrukking en werving van kindsoldaten is volledig gebaseerd op psychische mechanismen, die lijken op religieuze rituelen. De kinderen krijgen olie op hun voorhoofd gesmeerd, waardoor ze denken dat Kony hun gedachten kan lezen.”

De kinderen in de film zijn niet alleen slachtoffers, maar ook daders.

„In de film zit een scène waarin Marco Borsato een jongen vasthoudt, die in zijn armen sterft nadat hij op een landmijn is gelopen. Dat is een jongen die de meest gruwelijke dingen op zijn geweten heeft. Ik wilde niet dat Marco een onschuldig kind in zijn armen zou houden, want dat zou een sentimenteel cliché opleveren. Eigenlijk maakt het ook niet uit. Hij is een kind dat ooit is geroofd, wat hij ook op zijn kerfstok heeft.”

Mukiibi is als de rebellenleider imposant, een echte leider. In de confrontatie tussen Borsato en Mukiibi is de zwarte man sterk, en de blanke man nogal onderdanig.

„Ik wilde de rebellenleider niet alleen als kwaadaardig afschilderen. Het kan niet anders dan dat iemand die zoveel mensen in zijn greep krijgt, ook een sterk charisma en charme moet hebben.”

Zijn verdediging van het ronselen van kindsoldaten heeft ook een zekere krankzinnige logica.

„Ja. In zijn ogen zijn het helemaal geen kinderen meer. Ze hebben al eenderde van hun leven achter de rug. Daar valt geen speld tussen te krijgen. De gemiddelde levensverwachting van een inwoner van Oeganda is 51 jaar. Bij ons in Europa is dat 82. Dat is godgeklaagd.”

Uw film bevestigt wel het stereotype van Afrika als het continent van de meest gruwelijke problemen.

„Ik heb de film vertoond in Oeganda, in de vluchtelingenkampen. Daar hoorde ik van iedereen dat de film met veel liefde voor Afrika is gemaakt. Dat neemt niet weg dat ik in de film maar anderhalf uur de tijd heb en maar één aspect kan laten zien. Ik zou graag nog een lyrische film willen maken over de schoonheid van Afrika.”

Is de nieuwe versie de film meer gericht is op de zwarte kant van het verhaal? De nieuwe titel, ‘The Silent Army’, lijkt dat wel te suggereren.

,,Dat kun je wel zo zien. Maar de nieuwe titel slaat ook op het publiek. Door het weghalen van de muziek, is het een stille film geworden. Ook in overdrachtelijke zin: wie zwijgt, stemt toe. Ik wil dat de kijker de zaal verlaat met een ongemakkelijk gevoel.”

In Nederland zagen 300.000 mensen de film. Bent u tevreden?

„Ik heb altijd gezegd: als we met dit zware onderwerp meer dan 40.000 bezoekers krijgen, zijn we genieën. Maar als we met een film met Marco Borsato minder dan 400.000 bezoekers trekken zijn we sukkels. We zijn dus grote genieën en een klein beetje sukkels.”

Hadden de negatieve recensies invloed op het bezoekersaantal?

„Daar ga ik wel vanuit. Ik was echt verbaasd door de kritieken, omdat ik ervan overtuigd was dat we iets hadden gemaakt waar we trots op konden zijn. Ik kon de kritiek daarom ook niet serieus nemen. Critici moeten bij hun oordeel afgaan op wat ze zien, niet op wat er om een film heen is gezegd.”

De selectie door Cannes is na zulke scherpe kritiek wel extra prettig.

„De kritiek was een bitter nagerecht, waarvan nu ineens blijkt dat het geen nagerecht was, maar hoogstens een tussengerecht. Het dessert komt er nog aan.”