Het Nederlandse sociale stelsel wordt een voorbeeld voor Amerika

Terwijl het Amerikaanse sociale en economische stelsel verschrompelde maakte Russell Shorto kennis met de zegeningen van de Nederlandse stabiliteit.

lllustraties Frank Dam Dam, Frank

Amerikaans schrijver, medewerker van The New York Times Magazine en directeur van het John Adams Instituut in Amsterdam. Schreef onder meer ‘De botten van Descartes’ (2008), Nieuw Amsterdam, eiland in het hart van de wereld (2004).

Ik woonde nog niet zo lang in Amsterdam toen ik gaandeweg ging beseffen hoe sterk het Amerikaanse leven wordt geregeerd door angst. Vrienden en familieleden die in de eerste maanden op bezoek kwamen, stelden steevast geschrokken vast dat Nederlandse fietsers geen helm dragen. (Dat ging vaak op een strenge toon die ook enigszins op mij van toepassing leek, alsof ik de Amsterdammers over de gevaren van hoofdletsel had moeten onderhouden). Voor hun komst sluiten mijn Amerikaanse gasten altijd een reisverzekering voor ziektekosten af, omdat hun Amerikaanse ziektekostenverzekering in de regel niet voor het buitenland geldt. Ook zijn ze uitgerust met travellerscheques en credit cards en telefoonnummers van hulpdiensten.

De angst beperkt zich niet tot reizen. In hun eigen auto snoeren de mensen hun kinderen vast door middel van uitgebreide veiligheidsvoorzieningen. De moeder van een vriendin van mijn dochter zeurt doorlopend dat haar 14-jarige moet uitkijken voor vreemden die haar weleens zouden kunnen ontvoeren.

Deze angst is de keerzijde van het individualisme en de onafhankelijkheid waar Amerika om befaamd is. Wij zijn allemaal loners, cowboys die over de prairie rijden, en we zijn opgevoed om op onszelf te passen. Sommige Amerikanen hechten nog altijd aan hun wapens als een manier om voor zichzelf te zorgen. De rest van ons denkt op dezelfde manier over zijn portemonnee: we zijn niet zozeer hebzuchtiger dan ieder ander, maar ons geld is onze bescherming tegen de grillen van het leven.

In de 18 maanden die ik nu in Nederland woon, heb ik me afwisselend geschikt in de Europese manier van leven of me ertegen verzet, en dit heeft precies te maken met die spanning tussen onafhankelijkheid en angst. Veel aspecten van het leven hier zijn voor een Amerikaan aanlokkelijk. Zoals elk gebouw waar je dagelijks langskomt de geschiedenis weerspiegelt; zoals de fiets geen vorm van recreatie maar een echt vervoermiddel is. Daarnaast zijn er de aspecten van het Europese leven die een Amerikaan op de zenuwen werken, zoals de tien centimeter afstand die bestuurders op de snelweg wensen te houden of de krimpfolie uit de supermarkt die alleen aan jezelf vastplakt.

Maar zulke ergernissen verbleken in vergelijking met één andere. De eerste paar maanden werd ik achtervolgd door een getal: 52. Terwijl het hoogste Amerikaanse tarief in de inkomstenbelasting 35 procent is, constateerde ik dat dit hier 52 procent is, en het inkomen dat ik hier verdien, als schrijver en als directeur van een instituut, dreigt me in die categorie te duwen. Ook deze onrust is een gevolg van de manier waarop de Amerikanen opgroeien. Als je zoveel van mijn geld afneemt, krijg ik gevoel dat je me naakt achterlaat – alleen, blootgesteld aan de elementen.

Vervolg Sociaal Stelsel: pagina 2

Het woord ‘socialisme’ voor Nederland is karikaturaal

Ik ben niet de eerste Amerikaan die deze angst ervaart. „Wie uit de VS naar Nederland komt, richt zich op dat verschil en op die 52 procent”, zegt Constanze Woelfle, een Amerikaanse accountant in Nederland die vooral Amerikaanse expats als klant heeft. Maar ze voegde eraan toe dat de getallen misleidend zijn: in de VS betaal je ook afzonderlijke belastingen aan de gemeente en de staat waar je woont, en is de onroerendgoedbelasting hoger.

Maar het echte verschil is natuurlijk wat je ervoor terugkrijgt. Of nee: het verschil is dat je het hier niet als eenling tegen de wereld opneemt, maar dat je samen met de maatschappij optrekt. Je betaalt wat meer, maar je neemt deel aan de samenleving op een wijze die in de VS gewoon niet aan de orde is.

Dat ben ik geleidelijk gaan beseffen. Niet zo lang geleden logde ik in op mijn bankrekening en zag ik in aangename verwarring de bijstorting van twee mysterieuze bedragen van 316 euro, beide van de Sociale Verzekeringsbank. De omschrijving luidde: ‘Tegemoetkoming schoolboeken’. Mijn verwarring was nog niet totaal. Elk kwartaal stort de SVB geruisloos 511 euro op mijn rekening voor het onderhoud van mijn twee dochters. Voor een Amerikaan is kinderbijslag een verbijsterend idee – maar ik wende er al snel aan.

Terwijl ook uit andere bronnen betalingen binnenkwamen – vakantiegeld was even verbijsterend, het idee dat een werkgever apart je vakantie bekostigde – besefte ik gaandeweg dat de term ‘sociale zekerheid’ het woord ‘zekerheid’ bevat.

Intussen viel mijn tijd hier samen met de verschrompeling van de basiselementen van het Amerikaanse economische en sociale stelsel. Terwijl politici, commentators en gewone Amerikanen naarstig op zoek zijn naar remedies of mogelijke nieuwe modellen, maakte ik niet alleen een persoonlijke proefrit met het Nederlandse systeem, maar vroeg ik me ook af of dit niet in een bepaalde vorm door mijn land zou kunnen worden overgenomen. Tussen de regels door klonk op het Wereld Economisch Forum in Davos afgelopen januari onder meer de vraag of de Europese aanpak een antwoord zou kunnen zijn op de ontsporing van het Amerikaanse kapitalisme zoals we dat kennen. Deze aanpak, die kapitalisme combineert met sociaal welzijn en die in tijden van economische crisis zowel het individu als de maatschappij meer stabiliteit lijkt te bieden, zou misschien geschikt zijn in het kader van het plan van de Amerikaanse president Obama om 634 miljard dollar voor vernieuwing van de gezondheidszorg uit te trekken – waarmee hij probeert zijn campagnebelofte in te lossen van zorg voor iedereen, die uiteraard een pijler van het Europese sociale stelsel vormt. Vorige week heeft een consortium van de Amerikaanse verzekeringsmaatschappijen – die zich lang tegen pogingen tot stelselwijziging hebben verzet – aangeboden met de president samen te werken.

Tijdens mijn verblijf hier is het mij ook opgevallen wat een verwrongen beeld de Amerikanen hebben van de Europese sociale voorzieningen. Het Nederlandse stelsel heeft zijn gebreken – sommige zijn bespottelijk –, maar het karikaturale beeld hiervan in Amerika, dat wordt samengevat in de gevreesde aantijging ‘socialisme’, komt niet overeen met de werkelijkheid. Op 3 mei heb ik in The New York Times Magazine een stuk gepubliceerd over mijn ervaringen als Amerikaan met het Nederlandse stelsel van sociale voorzieningen. Het kwam erop neer dat ik me afvroeg of zo’n stelsel voordelen heeft waar de VS eens goed naar zouden moeten kijken. Van belang leek mij onder meer de historische oorsprong van het Nederlandse bestel. Die ligt niet in het socialisme, maar vooral in het middeleeuwse poldermodel – de noodzaak om samen te werken tegen de zee –, en in een houding van christelijke barmhartigheid. Dat lijkt me iets om speciaal de aandacht van Amerikanen op te vestigen, wier opvattingen over sociale voorzieningen nog altijd gekleurd lijken door McCarthyïsme en het communistische gevaar.

Van alle bijdragen op de website van de krant werd dát artikel die week het meeste geë-maild – door ongeveer honderdduizend mensen. Het sijpelde door in blogs. Ik kreeg honderden reacties, waarvan de grote verscheidenheid duidde op een interessante dynamiek in beide landen.

Veel Amerikanen lieten weten dat ze ronduit smachtten naar een stelsel van echte sociale zekerheid. „Ik zal wel op uw artikel ‘Going Dutch’ hebben geklikt omdat ik Nederlandse voorouders heb en mijn familie vroeger in Holland, Michigan, heeft gewoond”, schreef iemand. „En ik heb het uitgelezen omdat mijn geboorteland, de VS, in zo’n chaos verkeert.” „Ik heb jaren gewacht tot iemand deze gedachten eens uitsprak”, schreef een ander. „Wanneer ik ze in de VS uitte, was de reactie ‘Graag of niet’.”

Nederlanders schreven ofwel om iets te verduidelijken ofwel, in een paar gevallen, om een tirade af te steken: „Een heel naïef kutstuk. We hebben te veel uitkeringstrekkers, en u mag raden welk deel van de Nederlandse bevolking ik bedoel. UNITED WE STAND [wij staan als één man] achter Geert Wilders!!!’’

Waarom zoveel Amerikaanse belangstelling voor dat artikel? Ik denk dat de mensen óp zijn. Tientallen jaren onbelemmerd vrij ondernemerschap sedert het tijdperk-Reagan hebben ons opgezadeld met 47 miljoen onverzekerden, met executieverkopen, en toenemende dakloosheid onder voormalige kostwinners uit de middenklasse. De verzekering tegen medische kosten is een volslagen fiasco. In de VS betaalde ik voor een gezin van vier 1.400 dollar per maand voor een polis die tandartskosten niet dekte en die zo uitpuilde van de eigen bijdragen, eigen risico’s en uitzonderingen dat het me maar zelden gebeurde dat de doktersrekening door de verzekering vergoed werd. Het was een openbaring voor me dat een vergelijkbare Nederlandse polis 300 euro per maand kost, zonder eigen bijdragen en inclusief tandartskosten. Ik verstond versteld toen ik hoorde dat mijn dochters beugel voor 90 procent zou worden vergoed.

Ik wil beslist niet beweren dat het Nederlandse stelsel ideaal is, noch dat alles wat het inhoudt in de VS zou moeten of kunnen worden toegepast. Het lijkt me dat dit land zijn eigen niet geringe problemen heeft: niet alleen met immigratie, om maar één ding te noemen, maar misschien met het idee van rassengelijkheid überhaupt. Afgezien daarvan lijkt de op consensus gebaseerde samenleving die haar oorsprong vindt in de polder ook, in Amerikaanse ogen, het vermijden van risico’s in de hand te werken. ‘Doe maar gewoon’, lijkt het volslagen tegendeel van het Amerikaanse ideaal: beklimmen, die maatschappelijke ladder.

Toch kan een Amerikaan hier zijn ogen uitkijken. Ook vertonen de twee landen overeenkomsten. De Nederlandse houding ten aanzien van sociale voorzieningen is het mengproduct van twee tradities: particulier ondernemerschap en een diepgewortelde religieuze overtuiging. Het intense verlangen in de VS om het sociale stelsel op orde te brengen, komt voort uit hun eigen, krachtige traditie van religieuze waarden, en uit de wens die te combineren met hun liefde voor het particuliere ondernemerschap.

Het is interessant dat de VS een toenadering overwegen tot een maatschappelijk bestel van Europese snit, op hetzelfde moment dat in Europa velen in de arrangementen van de verzorgingsstaat willen snoeien. Maar verrassend is het niet. De ene verzorgingsstaat is de andere niet: die van Zweden, Groot-Brittannië, Duitsland en Nederland zijn in strekking en opzet verschillend; critici menen dat enkele of al deze systemen te ambitieus zijn, en allemaal voelen ze nadrukkelijk de last van de mondiale economische crisis.

Wat de VS volgens mij zouden moeten doen is zorgvuldig en zonder de oude vooringenomenheid de Europese situatie bestuderen. Toen ik eens met Geert Mak besprak hoe de VS lering zouden kunnen trekken uit de Europese ervaring van de afgelopen decennia, zei hij: „Jullie moeten de goede dingen eruit halen, en van onze vergissingen leren.”

Nadat mijn stuk in The New York Times Magazine was verschenen, merkten een paar Nederlandse vrienden van me op dat terwijl zij de jongste Nederlandse geschiedenis – van de dood van Pim Fortuyn en Theo van Gogh tot de dolle streken van Geert Wilders – als een periode van heftige beroering zien, ik, als buitenstaander, een beeld schetste van een land waar het rustig toegaat. Vanwaar die discrepantie?

Het antwoord op die vraag brengt ons terug naar het onderwerp angst. De VS hebben altijd veel heimwee gekoesterd naar het Wilde Westen, met iedere Amerikaan als eenzame revolverheld, hetzij als handelaar op Wall Street of als gezin dat met slinkende inkomsten en zonder sociaal vangnet het hoofd boven water probeert te houden. In de afgelopen paar maanden is de nostalgie deels omgeslagen in paniek.

Wat ik intussen in Nederland waarneem is een opvallend welgeordende samenleving. Misschien is ze niet te kopiëren. Misschien zal ze zelfs hier niet tot diep in de 21ste eeuw blijven bestaan. Maar alleen al de rust waarmee hier over de wereldwijde crisis wordt gedebatteerd, illustreert de kloof tussen de twee samenlevingen. Toen ik Alexander Rinnooy Kan, de voorzitter van de Sociaal Economische Raad, vroeg of hij dacht dat de VS aspecten van het Nederlandse economische bestel zouden kunnen overnemen, zei hij: „Wij bewonderen de VS nog altijd om hun aanpassingsvermogen en flexibiliteit. De Nederlandse economie is daar lang niet zo goed in.” Dat was misschien een diplomatieke manier om te zeggen dat het Amerikaanse stelsel tendeert naar roekeloosheid, als bijverschijnsel van aanpassingsvermogen en flexibiliteit. De Amerikaanse financiële kopstukken hebben zich de afgelopen jaren gedragen als cowboys – of misschien kun je beter zeggen als gokkers, bereid om alles op het spel te zetten.

Nu de Amerikanen een zeer hoge inzet hebben verspeeld, waardoor velen in het land weinig of niets meer over hebben, zullen ze misschien iets minder bang zijn voor verandering.

    • Russell Shorto