Er was geen controverse tussen Cohen en De Jong

Historicus Chris van der Heijden bekritiseert het NIOD-onderzoeksproject `Erfenissen van collaboratie`. Het eerste product van de jonge onderzoekers die met het onderwerp geen enkele affiniteit hebben zou qua sfeer en toon de wederwaardigheden van de betrokkenen (NSB`ers en hun kinderen) geen recht doen. Ter ondersteuning van zijn betoog haalt Van der Heijden tot driemaal toe een oude controverse aan tussen voormalig RIOD-directeur Loe de Jong en zijn adjunct Dolf Cohen, waarin tot spijt van Van der Heijden de laatste het onderspit delfde.

Er is niks mis mee dat Van der Heijden zich laat inspireren door de voormalige adjunct-directeur, maar hij moet wel zijn bronnen kennen.

Zowel De Jong als Cohen stond namelijk achter de aanpak van het Rijksinstituut om naast monografieën ook bronnenpublicaties uit te geven.

Pas toen de discussie over de aanpak van een afsluitend `hoofdwerk` - een synthese van de Nederlandse bezettingsgeschiedenis - opspeelde, kwam een tegenstelling tussen De Jong en Cohen aan het licht: de directeur wilde een geschiedwerk schrijven voor zijn eigen generatie. Zijn doel was dan ook dat de `atmosfeer` van de oorlogstijd door een tijdgenoot als `waarachtig` zou worden erkend. Cohen daarentegen was weliswaar voorstander van het publiceren van een samenvattend overzichtswerk, maar geschreven vanuit een afstandelijke en analyserende benadering. De vooringenomenheid van de onderzoeker(s) moest zoveel mogelijk teruggedrongen worden.

Het is ironisch dat Van der Heijden met een pleidooi voor meer sfeer en inmenging van betrokkenen zich beroept op de mening van iemand die het tegenovergestelde betoogde.

Jaap Cohen

Auteur Het bewaren van de oorlog.

De roerige beginperiode van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie 1945-1960, Amsterdam

    • Jaap Cohen