De Wiener spelen ook 'moderne' muziek

Klassiek Wiener Philharmoniker o.l.v. Daniele Gatti. Gehoord: 15/5 Concertgebouw Amsterdam***

Wat een a-typisch concert van de Wiener Philharmoniker, gisteravond in het Amsterdamse Concertgebouw! Het traditioneelste toporkest ter wereld speelde voor de helft muziek uit de 19de eeuw (Rossini, Mendelssohn), voor een kwart muziek uit de 20ste eeuw (Stravinsky) en voor een kwart muziek uit de 21ste eeuw (Previn).

Maar zo modern als het leek was het natuurlijk niet. Daniele Gatti (chef in Londen en Parijs, een frequent gastdirigent bij het Koninklijke Concertgebouworkest en tal van andere wereldberoemde orkesten) dirigeerde een hecht gekozen programma. In Jeu de cartes citeerde Stravinsky onder andere Rossini’s ouverture Il barbiere di Siviglia , die zojuist had geklonken, en Beethovens Achtste symfonie.

De dirigent en componist André Previn levert in zijn nieuwe Concert voor harp en orkest (2007-’08) tal van citaten, die deels Stravinskyaans klinken. En Mendelssohns Vierde symfonie klonk erg Beethoveniaans en aan het slot ook nog zonnig.

De uitvoering van deze samenvatting van twee eeuwen muziekhistorie was op niveau. Rossini sprankelde en spetterde. De droge en neo-classicistische Stravinsky werd met typisch Italiaanse muzikale brille uitbundig leven ingeblazen, zoals Riccardo Chailly dat kon bij het Concertgebouworkest.

En ook de solist in het Harpconcert, de veelgelauwerde Franse Xavier de Maistre, mocht er in alle opzichten zijn: een fotomodel-achtige mooie jongeman met prachtig zwart haar en een virtuoze techniek. Hij heeft Previn nog aangemoedigd om de sfeervolle muziek technisch veeleisender te maken. Maar het is nog steeds exemplarische filmmuziek.

    • Kasper Jansen