De stelling van Paul Kleyngeld: Afwezigheid van topauteurs heeft de Librisprijs niet aangetast

Dat een jury boeken over het hoofd ziet en iemand bekroont die dat volgens anderen niet verdient, doet geen afbreuk aan de Librisprijs, zegt Paul Kleyngeld tegen Elsbeth Etty.

Dr. Paul Kleyngeld (Willemstad Curaçao, 1946) is oprichter van zowel de AKO- als de Libris Literatuurprijs en bestuursvoorzitter van de Libris Literatuurprijs. Bestuursvoorzitter Libris-prijs Paul Kleyngeld Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 14-05-2009 Boyer, Maurice

Er is altijd wel wat met de Libris Literatuurprijs: onbetrouwbare jury’s, gekonkel, belangenverstrengeling, omstreden nominaties, lekken en natrappen. Afgelopen maandag kreeg Dimitri Verhulst de prijs voor zijn boek ‘Godverdomse dagen op een Godverdomse bol’, maar wat is zo’n prijs waard als de jury een aantal van de beste boeken van 2008, zoals ‘Via Cappello 23’ van Christiaan Weijts, over het hoofd heeft gezien?

„Dat beweert u, maar in werkelijkheid ligt de fout bij de uitgevers die vergeten hebben die boeken in te zenden.”

Er zaten literaire recensenten in de jury die de roman van Weijts in hun krant besproken hebben. Die hadden dat boek toch alsnog kunnen opvragen?

„Dat is ook gebeurd! De inzending voor de Libris Literatuurprijs sloot op 31 december. Half december heeft de secretaris van de jury, Patty Voorsmit, de uitgevers gemaand de nog niet ontvangen boeken in te sturen. Sommigen hebben daar gehoor aangegeven, anderen, onder wie Weijts’ uitgever De Arbeiderspers niet.”

Dan ligt de fout bij nalatige uitgevers, maar het toont aan dat het systeem lek is. Uitgevers kunnen er op deze manier duchtig op los manipuleren: ‘Laten we Weijts maar niet inzenden, dan maakt een andere titel, waar wij veel beter mee scoren, misschien meer kans’. Uw bestuur hoort eventuele kwaadwilligheid uit te sluiten.

„Toen ik in 1986, als directeur van de AKO de eerste gesponsorde literaire prijs van Nederland van de grond tilde, wilde ik het voorbeeld van de Engelse Booker Prize navolgen. In het reglement van de Booker Prize werd een grens gesteld aan het aantal boeken dat een uitgever mocht insturen. Dat aantal was ten hoogste vier. Daarnaast stond het de jury vrij om andere titels op te vragen. De Nederlandse uitgevers maakten hier echter bezwaar tegen: zij wilden al hun titels kunnen inzenden.”

Dus moet je als jury extra wantrouwend zijn als uitgevers tóch van te voren al een schifting aanbrengen. Bij de Vlaamse Gouden Uil was er afgelopen jaar een relletje omdat het bestuur voorschreef dat uitgevers maar een beperkt aantal boeken mochten inzenden. Daar is terecht een stokje voor gestoken.

„De gedachte achter een begrenzing van het per uitgever in te sturen aantal boeken is dat je de jury’s ontlast. Als die alle bij voorbaat kansloze boeken moeten gaan lezen, wordt het jureren een onmogelijke klus.

Maar het systeem van begrenzing werkt inderdaad niet, bij de Booker Prize is het geploft toen jury’s merkten dat uitgevers er de boel mee manipuleerden.”

Hoe werd er dan gemanipuleerd?

„De uitgever van, noem maar iemand, Rushdie bijvoorbeeld, redeneerde: ik stuur Rushdie niet in, die vraagt de jury vast zelf wel op. Dat ging een tijd goed, totdat er een jury kwam die dat verdomde en alleen de ingezonden boeken beoordeelde. Toen werden de buiten de boot gevallen auteurs boos. Bij de Librisprijs moet het die kant niet op. Om het aantal inzendingen zo beperkt mogelijk te houden, hebben we als regel dat alleen boeken van erkende uitgeverijen mogen meedingen en dan nog alleen als de auteurs van die boeken het er mee eens zijn. Een schrijver kan dus weigeren zijn boek te laten insturen. Af en toe stellen we de reglementen bij. Naar aanleiding van de nominatie vorig jaar van Verder een ‘graphic novel’ van Marc Legendre, hebben we bepaald dat er geen stripboeken en dergelijke meer in aanmerking komen.”

Jury’s worden dus alleen achteraf gecorrigeerd.

„Inderdaad.”

Maar het kan toch nodig zijn jury’s tijdens de rit op de vingers te tikken, bijvoorbeeld bij gebleken nalatigheid, belangenverstrengeling of bedrog? Het is voorgekomen dat er een naast familielid van een winnaar van de prijs in de jury zat.

„Klopt. Dat was in 1988 toen Doeschka Meijsing in de jury zat die de roman Veranderlijk en wisselvallig van haar broer Geerten Meijsing bekroonde. De jury heeft dat probleem toen op haar eigen wijze opgelost. Doeschka schijnt niet aan de discussie over de winnaar te hebben deelgenomen.”

Wat een amateurisme. Bij dit soort kwesties hoort iedere schijn van belangenverstrengeling te worden vermeden. Het gaat wel om grote belangen, zowel voor schrijvers als voor uitgevers. Wie beslist er eigenlijk over de keuze van juryleden en over de eisen waaraan zij moeten voldoen?

„In het reglement staat dat in de vier leden en een voorzitter tellende jury twee literaire recensenten moeten zitten, een wetenschapper, een schrijver en minimaal één Vlaming. De keuze van de juryleden wordt bepaald door het bestuur. Voorheen speelde hoogleraar literatuur Hugo Verdaasdonk een vooraanstaande rol bij het samenstellen van jury’s. Na zijn overlijden is zijn plaats ingenomen door René Appel.”

Ik neem aan dat er gestreefd wordt naar een pluriform en onkreukbaar gezelschap, met een gerenommeerde voorzitter zoals het afgelopen jaar de oud-burgemeester van Rotterdam, Ivo Opstelten en in het verleden mensen als Hans Van Mierlo en Ruud Lubbers. Toch kan er wel iets misgaan. Wat gebeurt er bij ernstige vergrijpen, zoals fraude? Kan een jury worden afgezet?

„Daar hebben we nog nooit mee te maken gehad, maar daar moeten we het in het bestuur zeker eens over gaan hebben. Tot nu toe waren er alleen maar kleine incidenten, geruchten van belangenverstrengeling, juryleden die hun mond voorbij praatten of uit de jury lekten. Daar trokken we dan achteraf lering uit, zoals we nu ook doen met die niet door de uitgevers ingezonden boeken. Voortaan zullen we drie keer per jaar op de website van de Libris Literatuurprijs publiceren welke boeken zijn ingezonden, zodat schrijvers zelf kunnen checken of hun boek niet vergeten is.”

Noemt u eens voorbeelden van andere kleine incidenten.

„De jury die in 1988 de roman van Geerten Meijsing bekroonde, passeerde daarmee het eveneens genomineerde boek van W.F. Hermans Een heilige van de horlogerie, op zich geen schande, maar het jurylid Frans Boenders ging zich daarover vervolgens in een persoonlijke brief aan Hermans verantwoorden. Dat kan natuurlijk niet. Hermans heeft die brief openbaar gemaakt in NRC Handelsblad en hem later opgenomen in zijn bundel Door gevaarlijke gekken omringd.

Kritiek op jury’s is van alle tijden. In Vlaanderen is publicist Dirk Verhofstadt, de broer van ex-premier Guy Verhofstadt die nu voorzitter is van de AKO-jury, woedend over de nominatie van Robert Vuijsjes ‘Alleen maar nette mensen’. Maar is procedureel falen, zoals lekkende juryleden, niet veel schadelijker voor het aanzien van literaire prijzen?

„Lekkende juryleden zijn tot nu toe het grootste probleem. In 1991, toen Frans Thomése won, had de jury aanvankelijk een andere winnaar aangewezen. Eén jurylid is toen van die keuze teruggekomen, voor Thomése gaan pleiten en heeft zijn collega’s overtuigd. Dat is uitgelekt, uiterst pijnlijk.”

Was dat de jury onder leiding van Frits Bolkestein, die tot haar eeuwige schande A.F. Th van der Heijdens meesterwerk Advocaat van de hanen niet nomineerde omdat het te dik was?

„Maarten ’t Hart schrijft dat in een recent artikel. Ook van Maarten ’t Hart, lid van de jury in 1992, is bekend dat hij nogal loslippig was. Dat hij in Hollands Maandblad een boekje open doet over zijn medejuryleden vind ik vervelend.”

Ik heb zoiets ook een keer gedaan in De Revisor, na mijn deelname aan de Librisjury van 1999, toen een medejurylid mij er publiekelijk van betichtte dat ik ervoor had gezorgd dat niet Cees Nooteboom, maar Harry Mulisch de prijs had gewonnen. Terwijl dat gewoon bij meerderheid van stemmen was beslist. Dat jurylid heeft in een radioprogramma mensen opgeroepen om wegens deze zogenaamde wandaad van mij NRC Handelsblad te boycotten.

„Dat gaat wel ver, maar ik wist daar niets van.”

Ik heb de secretaris van de Librisjury gevraagd deze lastercampagne te ontzenuwen, maar het bestuur heeft niets ondernomen. Dat heeft mij de lust ontnomen ooit nog in een Librisjury plaats te nemen.”

U heeft vervolgens wel vijf jaar in de AKO-jury gezeten.

Daar was van dergelijk amateurisme geen sprake. Hoe gaat u ervoor zorgen dat het bij Libris Literatuurprijs ook verdwijnt?

„Door mensen die zich onbetrouwbaar hebben betoond, niet een tweede keer uit te nodigen.”

Dit jaar zat hoogleraar literatuur Thomas Vaessens in de Librisjury. Die heeft voorzitter Ivo Opstelten een juryrapport laten voorlezen dat ontleend was aan zijn recent verschenen programmatische boek ‘De Revanche van de roman’. Opstelten, de hele jury, stond voor gek als papegaai van één hoogleraar die cultuurpaus speelt.

„Ik heb niet de indruk dat Opstelten daar onder gebukt gaat. Het is mogelijk dat Vaessens een zware invloed had in de jury, maar ik begrijp niet wat daar erg aan is.”

Erg is dat literaire prijzen ondergeschikt worden gemaakt aan buitenliteraire belangen, of die nu van persoonlijke, ideologische of commerciële aard zijn.

„Dat het Librisbestuur commerciële belangen dient is niet waar. In het bestuur zitten maar twee vertegenwoordigers van de sponsor. De rest is, evenals de jury, volkomen onafhankelijk. Het bestuur houdt zich trouwens verre van de juryberaadslagingen en de keuze voor nominaties en winnaars.”

Waarom schaft u dat systeem van nominaties niet af? Laat een jury gewoon het beste boek van het jaar uitkiezen, zoals bij andere belangrijke prijzen ook gebeurt. Dan ben u meteen af van rare programmatische juryrapporten en u bespaart schrijvers een hoop leed. Ze klagen er allemaal over dat ze voor gek zitten tijdens zo’n uitreiking als ze niet winnen en het levert wekenlange stress op die hen afleidt van hun werk.

„Het uitgangspunt van het nominatiesysteem is een brede belangstelling te genereren voor een aantal hoogwaardige literaire boeken. Dat is goed voor de schrijvers van die boeken en daar betalen ze inderdaad een prijs voor. Maar ze krijgen er ook iets voor terug: publiciteit en alle genomineerden, of ze nu bij de prijsuitreiking zijn of niet, krijgen 5.000 euro.”

Wat het dus extra sneu maakt dat Christiaan Weijts over het hoofd is gezien. Hem is dus ook 5.000 euro door de neus geboord.

„Ik vind het jammer dat het zo gelopen is, maar ik heb niet het gevoel dat bestuur en jury daarvoor verantwoordelijk zijn.

„Het prestige van de Libris Literatuurprijs is er in elk geval niet door aangetast.”

    • Elsbeth Etty