De lezer schrijft over werk correspondenten

Wat drijft een journalist zijn/haar leven te wagen: a) in een land waar hij/zij niet welkom is (bijvoorbeeld Noord-Korea, Zimbabwe), b) in een gebied dat door een natuurramp zeer zwaar is getroffen of een gebied dat evident gevaarlijk is wegens oorlogshandelingen en c) om iemand als Osama bin Laden te kunnen interviewen?

Hoe bereidt een journalist zich in deze gevallen voor om de risico’s nog enigszins aanvaardbaar te laten zijn?

Otto van der Leer

Nieuwegein

Hoe werkt een correspondent in minder gevoelige landen, zoals in Duitsland of Groot-Brittannië? Hoe maken zij daar hun stukken? Is dat, oneerbiedig gezegd, vooral kranten lezen en overschrijven? En hoe werkt dat in de grote, meer gevoelige landen, hoe krijgt men daar een relevant overzicht?

Paul Kop

Leiden

De krant antwoordt

Deze week waren onze 25 correspondenten uit 22 landen allemaal tegelijk op de redactie. Elke twee jaar organiseren we zo’n bijeenkomst. Het geeft de correspondenten de gelegenheid om bij te praten. En om ons bij te praten.

We hadden de lezers opgeroepen vragen te stellen aan de correspondenten. Velen maakten van die gelegenheid gebruik en woensdag gaven de correspondenten antwoord, tijdens een gesprek op de redactie. Veel vragen, zoals de bovenstaande twee voorbeelden, betroffen de gevaren en ontberingen voor correspondenten. Hoe gaan zij daarmee om? Waarom zou je voor een verhaal je leven wagen?

Bram Vermeulen, tot voor kort werkzaam in Zuid-Afrika, nu correspondent in Istanbul, meent dat risico’s er op zichzelf bij horen, maar dat geen enkel verhaal het waard is je leven op het spel te zetten. Koert Lindijer, standplaats Nairobi, beaamt dat. Hij voegt er wel aan toe: „Als ik morgen naar Somalië kan, dan zou ik het doen.” Niet omdat het moet van de hoofdredacteur, maar omdat hij vindt dat het verhaal het gevaar waard is. Hij zegt dat zijn familie meer lijdt onder angst dan hijzelf. Daarom spreekt hij liever niet met thuis als hij op reis is.

Wim Brummelman (New Delhi) benadrukt het belang van lokale assistentie, door een zogenoemde fixer. Die kan de gevaren inschatten.

Voor Lindijer zijn deze fixers helden: zij nemen de grootste risico’s. Thomas Erdbrink (Teheran) realiseert zich ook het gevaar dat zijn bronnen lopen. Als een student zich in felle bewoordingen uitlaat over Iraanse leiders, waarschuwt hij voor de gevolgen van eventuele publicatie. Foto’s van geïnterviewden maakt hij altijd buiten, nooit bij iemand thuis.

De hoofdredactie wil wel altijd geïnformeerd zijn waar correspondenten en redacteuren zich bevinden. De risico’s van een reis worden, zoveel mogelijk, tevoren besproken en beoordeeld. Dat geldt ook voor reizen naar brandhaarden als Afghanistan en Pakistan, waar onze redacteur Hanneke Chin-A-Fo de afgelopen weken was en voor de bezoeken van diverse redacteuren aan de Nederlandse troepen in Uruzgan.

In rustiger landen liggen de uitdagingen anders, zoals de lezer terecht opmerkt. Als er iets groots gebeurt, als er sprake is van een belangrijke politieke omwenteling of een schandaal van formaat, dan is het voor Nederlandse journalisten moeilijk hoofdrolspelers, zoals presidenten, te benaderen. Nederland is te onbelangrijk. Exclusiviteit is ver te zoeken. Tom-Jan Meeus (Washington) vraagt voor nieuwsverhalen per e-mail twee minuten tijd voor een vraag aan het eind van de middag aan, omdat hij weet dat dat de enige manier is om in het politieke circuit hooggeplaatste functionarissen te spreken te krijgen. In negen van de tien gevallen is zijn verzoek vergeefs. Maar als die ene vraag goed valt, is er kans op een afspraak.

Bij groot nieuws kunnen Nederlandse correspondenten zelden nieuwe feiten toevoegen aan wat persbureaus brengen. Zij zijn er ook niet primair voor het nieuws. Hun waarde ligt in het geven van achtergronden, analyses en reportages. Zij vergaren daarvoor informatie op de werkvloer van een bedrijf, een ministerie, op straat. Zo bezocht Floris van Straaten na de aanslagen in 2005 in Londen een islamitische wijk voor een verhaal over de daar heersende emoties. Toen in januari 2008 de recessie alleen nog dreigde in de VS, ging Freek Staps (New York) op reportage in The Bronx en constateerde dat de recessie daar al een feit was. Met die reportages onderscheidden zij zichzelf én de krant.

Birgit Donker

Hoofdredacteur

Reacties: nrc.nl/lezerschrijft. Nieuwe kwesties, voorzien van naam en woonplaats, naar lezerschrijft@nrc.nl