CDA en VVD opgelet: PVV in kabinet zakt niet ineen zoals LPF

LPF in 2002 had een zwakke fractie en onervaren leider. Die gelukkige combinatie is de CDA- en VVD-regenten met PVV niet gegeven.

Econoom. Oud-minister (LPF) van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in het eerste kabinet-Balkenende (2002). Momenteel decaan en hoogleraar Economie aan de Nottingham University Business School in Maleisië

Het politieke nieuws van vorige week bereikte ook de Nederlanders in den vreemde: als Geert Wilders stevig scoort bij de volgende verkiezing, meent 77 procent van de VVD-aanhangers en 40 procent van het CDA dat hun partij „serieus moeten proberen om de PVV in de regering op te nemen”. In de laatste peiling van Maurice de Hond doet de combinatie PVV-CDA-VVD het dan ook beter dan alle andere denkbare coalities. Dat riekt naar een herhaling van de manoeuvre uit 2002: CDA en VVD omhelsden de nieuwe partij van Pim Fortuyn als partner in het kabinet-Balkenende I en zagen de LPF snel daarna inzakken en verdwijnen. Hoe ging dat toen, en mogen CDA en VVD hopen op een herhaling van zetten?

Ik vertrouw erop dat Geert Wilders betere beveiliging heeft dan Fortuyn in 2002 had en dan komt er een krachtige, ervaren, en monomane PVV-leider naar de onderhandelingen. Kracht en ervaring kunnen CDA en VVD nog steeds neutraliseren, want de PVV zal geen meerderheid krijgen in een kabinet van PVV, CDA en VVD. Maar de obsessie van Wilders met één thema – islam – is een cruciaal verschil met de LPF in 2002. Fortuyn kritiseerde de ‘achterlijke cultuur’ van veel immigranten, maar volhardde tevens in zijn forse kritiek op minister Borst van Volksgezondheid, slappe wethouders in de grote steden, de regentencultuur in Den Haag en de politisering van de ambtenarij, waar het lidmaatschap van een van de paarse partijen noodzakelijk was wilde men promotie maken richting ambtelijke top. Wilders heeft één unique sellingpoint: weg met het heilige boek en de profeet van de moslims. Ongetwijfeld was de LPF populair bij het anti-immigratie electoraat, maar Fortuyn had een veel ambitieuzere agenda en kreeg daarom bij voorbeeld ook massale steun in de zorgsector. Het regeerakkoord van Balkenende I liet daar iets van zien, en dus mocht ik als minister van Volksgezondheid de prijzen vrijgeven voor heup- en knieoperaties waarmee de wachtlijsten verder slonken. Samen met het CDA konden wij ook de VVD afhouden van bezuinigingen op de zorg en de AOW in de begroting voor 2003. Alles bij elkaar nog steeds een minimaal resultaat voor 27 Kamerzetels, maar wel een illustratie dat de LPF met een breed programma kon zoeken naar punten van overeenstemming met het CDA en de VVD.

Wilders hamert op één aambeeld, en dat zal onderhandelen veel moeilijker maken. Bovendien is hij daarin inconsistent en dat maakt rationeel onderhandelen haast onmogelijk. Ian Buruma en vele anderen hebben dat al onderstreept: absolute vrijheid van hate speech voor Wilders zelf, maar censuur voor de moslims en hun heilige boek. Dat zou het CDA te denken moeten geven: God helpt de christenen op weg met de Bijbel, maar gunt anderhalf miljard moslims niets beters dan een volgens Wilders minderwaardig boek en minderwaardige profeet. Is dat een god van liefde?

Jonathan Israel toont aan dat dit argument driehonderd jaar geleden al circuleerde onder gewetensvolle christenen, en toen leidde tot respect voor de moslims en hun heilige boek. CDA én VVD kunnen profijt trekken van zijn studie van de Verlichting, nu ze kennelijk overwegen om een experiment aan te gaan met de prince of darkness. CDA’ers moeten trouwens weten dat het Oude Testament van de Bijbel teksten biedt die wreder zijn dan alle soera’s in de Koran. Bijvoorbeeld Psalm 139, die oproept om de zonden van de vaders op de meest gruwelijke wijze te vergelden aan de kinderen: „Welgelukzalig zal hij zijn, die uw kinderkens grijpen, en aan de steenrots verpletteren zal.” Zo’n tekst staat nergens in de Koran waar dezelfde God juist waarschuwt om de overtredingen van de ouders nooit in rekening te brengen bij hun kinderen. Als Samuel Jackson in de film Pulp Fiction van regisseur Tarantino het vuur opent, hoeft hij ook niet uit de Koran te citeren, maar kiest hij het boek Ezechiël. Misschien riposteert Wilders dat bij de moslims een grote meerderheid het heilige boek letterlijk leest en bij de christenen alleen een minderheid binnen de EO, maar dan wordt een tweede inconsistentie zichtbaar. Wilders heeft zich immers altijd onderscheiden van Fortuyn en zo veel anderen, door niet selectief radicale of fundamentalistische moslims aan te vallen, maar de openbaring en de profeet van hen allen.

Ook het eindspel van een kabinet PVV-CDA-VVD wordt anders dan in 2002. De regenten mogen niet hopen dat ze nog een keer zó makkelijk kunnen afrekenen met de parvenu’s. In 2002 zat alles mee voor de VVD, die – zoals prominent Sari van Heemskerk mij korte tijd later uitlegde – zo snel mogelijk de stemmen terug moest halen die waren verloren aan de LPF. De fractie was onervaren, de voorzitter droomde met minister Heinsbroek van nog weer een andere partij, en twee bewindslieden (Roelf de Boer en Steven van Eijk) hadden consequent geweigerd om lid te worden van de LPF en volgden liever VVD-leider Zalm dan de partij die hen had voorgedragen. De Boer en Van Eijk overtuigden vijf van de negen LPF-ministers en staatssecretarissen dat Zalm zou helpen bij het vervangen van twee LPF-ministers. Heinsbroek en ik waarschuwden daartegen, maar tevergeefs. Ik werd door de vijf gedwongen om af te treden en Zalm kon een nieuwe verkiezing eisen. Alle LPF-bewindslieden verdwenen met wachtgeld of in ballingschap, behalve De Boer en Van Eijk: De Boer ontving de mooiste wethoudersbaan in Nederland – havenbaron in Rotterdam – en Van Eijk kreeg direct een tijdelijke topbaan van het kabinet en werd daarna voorzitter van alle huisartsen, beide keren zonder enige evidente kwalificatie behalve zijn behulpzame attitude jegens de regenten.

CDA en VVD mogen er niet op rekenen dat een kabinet met Wilders na een paar weken kan vallen door zo’n gelukkige combinatie van een zwakke fractie, een onervaren partijleider en twee judassen. Waarschijnlijker is een conflict dat Wilders mee regisseert en dat dus zal gaan over een of andere symbolische kwestie met de islam. Nationale debatten over symboolpolitiek zijn een hindernis en een gevaar voor lokale pogingen om problemen praktisch op te lossen. Een recent overzicht in The Economist liet zien dat Antwerpen een zeldzame uitzondering is op de politieke regel dat lokale bestuurders meer zicht hebben op verstandige aanpassingen dan nationale parlementariërs (Rotterdam kreeg daar een speciale eervolle vermelding).

In Wenen werd Jörg Haider bekwaam kaltgestellt in de coalitie en in Nederland verdween de LPF. Maar reken niet te makkelijk op een herhaling met Wilders. Misschien ben ik na vijf jaar werken in Azië het zicht op mijn geboorteland al kwijt, maar hoe kunnen CDA’ers samengaan met Wilders en intussen belijden dat het huis van de Vader vele kamers heeft, want dan bewonen de moslims al veertienhonderd jaar een van de stijlkamers? En in welke bocht moeten de VVD’ers zich wringen om de intolerantie van Wilders te combineren met hun traditionele respect voor Spinoza, Bayle en andere voorvechters van vrijheid van levensbeschouwing? En zelfs wanneer zulke principes alleen nog interessant zijn in kringen van ouderwetse emigranten, dan nog is een subjectieve waarschuwing geoorloofd van iemand die Fortuyn goed kende van de universiteit en met Wilders debatteerde en dineerde in Den Haag: Fortuyn was een bijzonder mens, en toen Ad Melkert hem een gevaar noemde, dacht hij aan zichzelf. Wilders mist het boeiende van Fortuyn, maar is een gevaarlijke gifwolk voor het hele land.