'Als ik hem zie, zie ik mezelf'

Fotograaf Willem Popelier is de helft van een eeneiige tweeling. Tien jaar lang waren de broers gescheiden. Hij onderzocht zijn familiegeschiedenis en maakte er een fotoproject van. „Ik heb een behoorlijk heftig gesprek gehad met mijn broer.”

Fotograaf Willem Popelier is vaak te zien in eigen werk. Cameraschuwheid kent hij niet. Willem heeft een eeneiige tweelingbroer, Paul. „Als ik hem zie, zie ik mezelf. Samen zijn, is alsof je voortdurend in de spiegel kijkt.”

Willem heeft niet altijd een spiegelbeeld gehad. Paul werd op zijn vierde jaar uit huis geplaatst. Hij groeide op bij pleegouders in Eindhoven. Willem bleef bij zijn ouders wonen, verhuisde naar Den Bosch en later met zijn moeder naar Hengelo. Jarenlang leefden de tweelingbroers apart als enig kind. Op hun veertiende werden ze herenigd, toen Willem introk bij het pleeggezin.

Van de tijd voor ze uit elkaar werden gehaald, herinnert Willem zich bijna niets. „We hadden thuis een kast met een grote la. Die haalden we leeg en daar gingen mijn broer en ik dan samen in zitten. Maar misschien weet ik dat omdat het op een foto staat.”

Nu, op zijn 26ste, weet Willem nog steeds niet wat het is om tweeling te zijn, zegt hij. „Je weet dat er iemand op deze wereld is die er net zo uitziet als jij. Maar wij waren altijd een rare tweeling, een parttimetweeling. Mijn hele jeugd heb ik me ook afgevraagd wie ikzelf was.”

Paul en Willem is de werktitel van het fotoboek dat Willem Popelier komend najaar wil uitgeven. Het is een uitwerking van een eerder boekje, zijn afstudeerproject aan de Haagse kunstacademie. Hij won er vorig jaar de publieksprijs mee van het Steenbergen Stipendium, de belangrijkste prijs voor jonge afgestudeerde fotografen. Het werk was onder meer te zien in het Fotomuseum in Rotterdam.

Met tussenpozen heeft Willem er zes jaar aan gewerkt. „Ik wilde weten wat in mijn familie is gebeurd, wanneer en waarom.” Hij begon met het uitwerken van een schema met poppetjes en symbolen om de steeds veranderende gezinssituatie vanaf 1982 te kunnen vangen. Een hartje staat voor ‘relatie’, een schuine streep voor ‘echtscheiding’, aldus de legenda. Hij vroeg familieleden en exen van zijn ouders om op de foto te gaan. Hij fotografeerde oude huissleutels, maakte een selectie uit een paar honderd oude brieven en documenten.

Paul wil niet meer in het werk worden afgebeeld. In het Fotomuseum was zijn foto in het eerste boekje al afgeplakt met een stuk karton. Aan het eind van de tentoonstelling lieten de hoeken los, omdat nieuwsgierige bezoekers die optilden om te kijken. Willem: „Ik heb een behoorlijk heftig gesprek gehad met mijn broer. Voor hem is dit te persoonlijk. Voor mij is het een mooi verhaal dat ik graag wilde verbeelden. Eerst vond ik het jammer dat ik Pauls foto moest verbergen. Maar het heeft het werk juist sterker gemaakt.” Op de foto’s is Paul nu ‘afgeplakt’ vanaf 1986, het jaar dat de tweeling uit elkaar ging.

Ook de pleegouders en sommige andere betrokkenen hebben zich inmiddels teruggetrokken. „Mijn pleegouders vinden dat ik hen misleid heb. Dat ik eerder had moeten vertellen dat het meer zou worden dan een afstudeerproject. Ze hebben met juridische stappen gedreigd bij iedere verwijzing naar hen. Geen foto’s, geen namen, geen brieven, niks. Ik denk: het is mijn werk.”

Voor de privacy van anderen en die van zichzelf kiest Willem ervoor bepaalde mensen en documenten niet af te beelden, maar wel te noemen. ‘Kan niet getoond worden’ staat er dan op een lege pagina met alleen een omschrijving als ‘Onderzoeksrapport wijziging ouderlijk gezag P’ (Paul) uit 1988. Het zijn intrigerende gaten in de documentatie van een woelige familiegeschiedenis.

De biologische ouders van Paul en Willem, Anna en Carool, leren elkaar in 1980 kennen als collegadocenten op een middelbare school in Geldrop. „Zij gaf wiskunde en speelde dwarsfluit. Hij gaf klassieke talen en speelde piano. Op een dag hebben ze afgesproken om samen te spelen. Zo is het gekomen.”

Carool scheidt en ze gaan samenwonen met de twee kinderen uit zijn eerdere huwelijk, zoon ‘B’ en dochter ‘L’. Anna raakt zwanger en bevalt op 11 oktober 1982, thuis in de Eindhovense Sint Nicasiusstraat.

Paul wordt geboren om 23.40 uur, weegt 2.600 gram en is 47 centimeter lang. Geheel onverwachts komt er zeven minuten later een tweede kind, 200 gram lichter en twee centimeter kleiner.

„Mijn ouders wisten van niks, totdat de verloskundige zei dat er nog een baby kwam. Als het een jongetje zou zijn, zou het Paul heten. Ineens moest er nog een tweede jongensnaam worden verzonnen. Dat werd Willem, zo heet een goede vriend van mijn moeder.” Een tweede naam voor Willem is iets te veel gevraagd. Paul staat op een blauw geboortekaartje van ‘Frisolac zuigelingenvoeding’ al voluit geregistreerd als Paul Benjamin. Willem heet daarop nog gewoon Willem, later wordt dat Willem Samuel.

Op de vroegste foto’s zie je Paul en Willem samen aan de borst, samen op een sleetje, samen kaarsjes op een taart uitblazen. Als ze vier jaar zijn, gaat het mis. „Een tweeling haal je niet uit elkaar, dat is het eerste wat mensen zeggen. Nou, niemand doet zomaar afstand van zijn eigen kind. Ik ben dit project begonnen om antwoorden te vinden. Maar waarom Paul uit huis is geplaatst, weet ik nog steeds niet. En voor zover ik het wel weet, is het privé. Het is ook niet het belangrijkste, denk ik. Dit boek gaat niet alleen over ons leven. Het gaat eigenlijk over ‘een’ tweeling en ‘een’ familiegeschiedenis.”

Na enig aandringen zegt Willem: „Er zijn in hoofdlijnen twee versies van het verhaal. De eerste is dat mijn broer en ik het gezin ontwrichtten door ons geruzie. De tweede is dat mijn ouders het gewoon niet aankonden. Als je het mij vraagt, kloppen beide versies niet. De werkelijkheid is altijd genuanceerder.”

In Willems bundel staan twee losse eindjes. Het eerste is een schriftelijke uitnodiging van het Bureau Vertrouwensarts inzake Kindermishandeling van februari 1987. Het tweede is een veel latere brief, uit augustus 2000, van zijn moeder aan zijn pleegouders. Daarin schrijft zij dat „achter de kale feiten” een verhaal schuilgaat dat zij „nooit heeft laten doorschemeren, ter bescherming van de wederzijdse privacy en om jullie niet onnodig te belasten.”

„Mijn moeder heeft ook het nodige meegemaakt in haar leven”, zegt Willem. „Dat is een van de redenen dat de dingen in mijn jeugd zo liepen, en ze is daar de laatste jaren pas echt overheen.” Dat is alles wat hij kwijt wil.

Paul gaat eerst naar kindertehuis De Sprankel in Veldhoven. Willem mag hem soms opzoeken. „Dat was geweldig. Ze hadden daar een enorme glijbaan, weet ik nog.” Na een jaar wordt Paul overgeplaatst naar het pleeggezin in een ander deel van Eindhoven. De pleegvader werkt in de Jeugdzorg. Willem blijft Paul geregeld zien, ook als hij met zijn ouders eerst naar Den Bosch verhuist en later, na hun scheiding in 1995, met zijn moeder naar Hengelo.

Het gaat in die tijd niet goed met Willem. „Zit je daar met je zachte ‘g’ in de brugklas in Twente. Ik werd erg gepest en had geen vriendjes. Daarnaast kreeg mijn moeder een vriend met wie ik helemaal niet kon opschieten. Ik ben een keer van school weggelopen en een keer tijdens een vakantie in Frankrijk, weet ik nog. Ik was een jongetje dat gebukt liep, een beetje zó.” Willem trekt zijn hoofd tussen zijn schouders.

Eens per maand gaat Willem met de trein naar Paul in Eindhoven. In zomervakanties komt hij bij de pleegouders wonen. „Daar fleurde ik dan weer op. Paul had leuke vriendjes, en een Nintendo. Ze gingen ieder jaar skiën en in de zomer ging ik dan met ze mee op vakantie.” Willem omschrijft de pleegouders als „heel lief” en „heel zorgzaam”.

In de zomer van 1997 moet er wat gebeuren. Willem is niet gelukkig in Hengelo. Hij mist Paul, des te meer door de afstand. In overleg wordt besloten dat de tweeling de kans krijgt om samen te leven voordat ze volwassen zijn. De jongens kunnen immers al jaren goed met elkaar overweg.

Willem gaat bij Paul en zijn pleegouders wonen. Ze gaan naar dezelfde school, in een parallelklas. De laatste vier jaar van hun jeugd zijn de tweelingbroers weer „compleet”. Al is het samenzijn niet altijd even gemakkelijk. „In onze puberteit was ik denk ik ‘de stille’. Paul stapte eerder af op dingen. Waar hij zich heel erg aan heeft geërgerd, is dat ik alles hetzelfde wilde. Ik keek tegen hem op. Hij was leuk, hij was geweldig in mijn ogen. Als Paul cola wilde, wilde ik dat ook. ”

Willems project heeft heel wat losgemaakt in de familie. Hij heeft momenteel geen contact met zijn pleegouders. Met Paul heeft hij wel geregeld contact, de band met zijn biologische moeder en vader is goed.

„Ik heb mensen bewust gedwongen tot nadenken over wat er allemaal gebeurd is. Mijn pleegouders hebben er helemaal geen begrip voor. Een ex van mijn vader die ik achterhaald had, wilde er totaal niets meer mee te maken hebben omdat ze bang was dat men zou denken dat zij mede ‘schuldig was aan de hele situatie’. Ik heb tegen deze mensen gezegd dat zij onderdeel zijn van het verhaal en dat ze dat niet kunnen ontkennen. Een van de twee hoofdrollen in dit verhaal heb ik. Dat geeft me voldoende recht om in mijn eigen verleden te ‘wroeten’, lijkt me.”

Voor het fotoproject Seperated Twins traceerde Willem Popelier een handvol lotgenoten. Twee mensen die hij fotografeerde, vonden hun ‘missende helft’ via het tv-programma Spoorloos.

    • Eppo König