Alles is bespreekbaar, maar niet het leiderschap

Wat doet Mark Rutte nu toch fout? Direct na afloop van het televisieprogramma EenVandaag in december belden naaste medewerkers elkaar in paniek op. Uit onderzoek van het programma bleek dat vierduizend VVD-stemmers maar liefst vijf politici beter vonden dan de eigen leider Rutte. Onder die vijf politici Henk Kamp (VVD), Alexander Pechtold (D66) en Geert Wilders (PVV). Dat was even schrikken. Vooral omdat andere kiezers met een opgegeven partijvoorkeur wel hun eigen leider bleken te hebben gekozen.

Vandaag, op de tweede dag van het voorjaarscongres van de partij, komt de leiderschapsvraag niet formeel aan de orde. De VVD-leden krijgen de onlangs gestarte ‘permanente campagne’ gepresenteerd. Die is gericht op algemene thema’s, niet op de leider. En toch, zo valt op te tekenen in VVD-kringen, luidt een belangrijke vraag in de coulissen van het EvenTron te Rosmalen: is Mark Rutte wel in staat de negatieve trend te doorbreken waarin de partij is beland?

Uit gesprekken met partijprominenten, onder wie oud-partijleiders en voorzitters, blijkt dat sommigen het somber inzien. Oud-voorzitter Bas Eenhoorn vat de zorgen samen: „Rutte is een goed debater en een aardige man, maar hij heeft zich te veel laten opjagen. Hij moet alleen dingen zeggen die bij hem passen.” Erelid Frits Korthals Altes: „Als je kijkt naar wat hij zegt, kun je je afvragen of hij voldoende greep heeft op conservatieve stemmers.” Invloedrijk bestuurder Geert Dales steunt Rutte, maar „hij moet het nu wel echt laten zien”.

Anderen vragen om geduld. Rutte moet de tijd krijgen zich te ontwikkelen. Bovendien is het politieke klimaat de VVD onwelgevallig. Zo noemt oud-partijleider Ed Nijpels het „pech” voor Rutte dat „het electoraat momenteel op een rechtse boodschap valt”. Daarbij zou aan Rutte een sociaal-liberaal imago kleven. De partijleider zelf noemt het „allemaal onzin”: „Dat gedoe over een sociaal-liberaal imago. Ik haat die term ook, alsof liberalisme niet per definitie sociaal is. Ik sta middenin deze partij. Ik sta niet op een flank.” In de fractie vragen ze om begrip. „Realiseer je wel”, zegt Kamerlid Atzo Nicolaï, „Wiegel en Bolkestein hebben nooit te maken gehad met een concurrent op rechts.”

Binnen de VVD ligt de leiderschapskwestie gevoelig. De partij is begonnen aan de vierde partijleider in zeven jaar tijd. De laatste machtswisseling, drie jaar geleden, werd gevolgd door een bloedige interne strijd tussen Rutte en Rita Verdonk.

Rutte won nipt, maar daarmee kwam er geen einde aan de verdeeldheid in de partij. Verdonk kreeg meer voorkeursstemmen bij de laatste Kamerverkiezingen en deed een greep naar de macht. Uiteindelijk liet ze de partij verscheurd achter. De lijsttrekkersverkiezing, die was ingevoerd om de leden meer bij de partij te betrekken, sloeg diepe wonden. „Het is een totale mislukking gebleken”, zegt oud-leider Hans Dijkstal.

Partijleiding en Tweede Kamerfractie willen daarom rust in de tent. Nicolaï: „Het stomste dat je nu kunt doen, is piekeren over de leider.” Bij de strategiebesprekingen die voorzitter Ivo Opstelten in de afgelopen maanden organiseerde op het partijbureau, werd daarom vooraf afgesproken: alles is bespreekbaar, behalve het leiderschap, en naar buiten toe al helemaal niet. In de fractie houden ze zich eraan. Op een enkele uitglijder van Arend Jan Boekestijn na (die in een niet opgemerkte open microfoon riep dat Rutte geen ideeën had), deed niemand vervelende uitspraken over de partijleider. En dat is binnen de VVD in het verleden wel eens anders geweest. Maar achter de schermen blijken niet alle VVD’ers dat geduld op te kunnen brengen. Begrijpelijk, als je bedenkt dat de VVD nog maar acht jaar geleden in de peilingen afstevende op 40 zetels, waarmee ze voor het eerst in de Nederlandse parlementaire geschiedenis de grootste in het land zou worden. Daarna volgden afsplitsingen, viel de partij buiten het kabinet en is ze, als protagonist van de vrije markt, door de economische crisis in het gedrang gekomen. Erger nog, Geert Wilders streeft zijn moederpartij in de peilingen zelfs voorbij.

Het terughalen van de stemmers die naar Wilders’ PVV overliepen, is moeilijk. Directeur van het wetenschappelijk bureau Patrick van Schie analyseert: „Hoewel Rutte inhoudelijk sterk is, kan hij het eigenlijk nooit goed doen. Hamert hij niet stevig genoeg op immigratie, dan klinkt de klacht dat hij een linkse jongen is. Doet hij dat wel, dan luidt het verwijt dat hij Wilders achterna loopt.”

Van Schie geeft de schuld aan Hans Dijkstal. Onder diens leiderschap liet de VVD het immigratiethema uit de handen vallen. En ook Rutte maakte een fout door in 2006 in te zetten op de economie en te weinig op andere thema’s. De tijden dat PvdA en VVD elkaar om de oren sloegen en daar beide electoraal beter van werden, bijvoorbeeld in de soms heroïsche strijd tussen Den Uyl en Wiegel, zijn voorbij.

Geert Dales ziet het anders. Hij is blij dat Wilders weg is. „En als kiezers meegaan, is dat prima. Gefeliciteerd.” Een recent geval ziet hij als exemplarisch voor de koers die de partij volgens hem niet moet inslaan. „Ali Eddaoudi. De Kamerfractie wilde dat de staatssecretaris deze legerimam ontsloeg, omdat hij zich laatdunkend had uitgelaten over de missie in Afghanistan en over de premier. Fout! De man gaf gewoon zijn mening; ik vraag me af uit welk liberaal beginsel de fractie afleidde dat zoiets grond voor ontslag is.” Over die liberale grondslagen had de afgelopen jaren meer discussie moeten zijn binnen de partij. Dales: „Er is onvoldoende over de koers gesproken.” Volgens Eenhoorn zit de VVD sinds 2001 in een „neerwaartse spiraal”. Die neergang is „noch door Zalm, noch door Van Aartsen, noch door Rutte gestopt.”

Wat Eenhoorn vooral ergert is dat de partij al sinds een intern onderzoek uit 2001 weet wat zij moet doen: „Uit het nieuwe onderzoek van partijvoorzitter Opstelten komt precies hetzelfde. De vraag is nu: durven we nu eindelijk te doen wat we al veel eerder hadden moeten doen?”

Opstelten heeft Rutte inmiddels gevraagd te hameren op een select aantal thema’s. Het zijn de slogans van de permanente campagne. Economie, veiligheid en „nieuwe eerlijkheid” voor „de Nederlander die iets wil maken van zijn leven”.

Ruttes naaste medewerkers moeten nog zien of het lukt. Rutte is slim, een aardige man en een goed debater, maar ook snel afgeleid. Ongedurig. Herhaling en beperking van onderwerpen zullen hem daarom zwaar vallen. Maar hier wordt aan „gewerkt”, om rust in zijn politieke opereren te brengen, hoewel Rutte dat zelf ten stelligste ontkent: „Spindoctors en coaches, allemaal leuk en aardig. Maar je moet gewoon jezelf blijven. Probeer je iets anders, dan straft de kiezer je daar ogenblikkelijk voor af.”

Koers houden en wachten tot het politieke klimaat verbetert, is het devies op de sociaal-liberale vleugel van de partij. „Dat lijkt me verstandig”, zegt erelid Henk Vonhoff: „Vanwaar alle onrust? De afbrokkelende electorale aantrekkelijkheid van onze partij zegt niets over politieke invloed, en daar gaat het toch om? Ik herinner me nog levendig de kabinetten De Jong en Biesheuvel. Met slechts zestien zetels genoten we toen flinke invloed. Vergeet niet: met Wiegel maakten we de sprong naar 22 zetels. Twee-en-twin-tig, mijnheer. Dat is een aantal waar we nu eindeloos over somberen.”

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Van Schie

Uit het artikel Alles is bespreekbaar, maar niet het leiderschap (16 mei, pagina 2) kan ten onrechte de indruk ontstaan dat Patrick van Schie vindt dat de VVD onder Rutte niet meer dan twintig zetels haalt en dat Rutte een sociaal-liberaal is. Hij meent dat het onverstandig is een sociaal-liberale koers in te zetten omdat dat weinig electorale aantrekkingskracht heeft.