Zeerovers veilig in een Nederlandse cel

Maandag begint het strafproces tegen vijf Somalische piraten. „Ik deed dit om geld te verdienen en om mijn schulden terug te brengen en mijn familie te redden.”

Nederlandse militairen in actie voor de kust van Somalië, vorige maand. Op de achtergrond het fregat Hr. Ms. Zeven Provinciën. De Somaliërs die nu terechtstaan werden overgedragen door de Deense marine. Foto NAVO 8 April 2009.Hr. Ms. Zeven Provincien. Boarding aktie met de rhib van Hr. Ms. Zeven provincien, met leden van het Marsof/ UIM team aan boord. zeerovers kapers piraten somalie AVDD

Lang hoeft Willem-Jan Ausma niet na te denken. Nee, zo’n cliënt heeft de Utrechtse strafrechtadvocaat niet eerder verdedigd. Een cliënt die maar wat blij is dat hij in hechtenis zit en prima kan leven met zijn dreigende veroordeling. Die geen woord Nederlands spreekt en al ruim vier maanden geen contact heeft met zijn gezin. Maar, zegt Ausma, „hij kan voor het eerst in zijn leven op een normale wc zitten, voor het eerst in zijn leven verkeert hij in een veilige omgeving. Hij wil na zijn vrijlating een opleiding volgen en zijn vrouw en kinderen laten overkomen. Hij meent dat hij niet zomaar uitgezet kan worden. Hij vindt Nederland geweldig.”

Ausma verdedigt Yusuf, een 24-jarige Somaliër, in een uitzonderlijke rechtszaak die maandag begint in Rotterdam. Voor het eerst staan in Nederland buitenlandse zeerovers terecht. Een groep van vijf Somaliërs wordt ervan beschuldigd op 2 januari in de Golf van Aden het vrachtschip Samanyolu te hebben willen kapen. De bemanning van de Samanyolu bestond uit zeven Turken en een Azeri, maar het schip voer onder vlag van de Nederlandse Antillen. De Deense marine, die de Somaliërs had opgepakt, droeg de verdachten over.

De zaak kan op internationale belangstelling rekenen. Nederland is, samen met Frankrijk en de Verenigde Staten, het enige niet-Afrikaanse land dat zelf verdachte piraten vervolgt. Rederijen en Tweede Kamerleden vinden dat justitie zelfs vaker in actie moet komen. Vorige maand liet het fregat De Zeven Provinciën nog negen Somalische zeerovers vrij, omdat het schip dat ze hadden aangevallen niet Nederlands was. Terwijl ‘universele’ rechtsmacht vervolging van piraten wél mogelijk maakt. Zeerovers riskeren in Nederland tot negen jaar cel, de bendeleiders zelfs twaalf. Het vonnis over de vijf Somaliërs wordt pas volgend jaar verwacht.

Verzoeken van deze krant om de Somaliërs te spreken werden niet ingewilligd. De krant beschikt wel over het strafdossier.

Wat direct opvalt: alle vijf verdachten erkennen dat zij van wal staken om een schip te kapen. „Ik zal eerlijk zijn, ons doel was zeeroof te plegen”, zei bijvoorbeeld Yusuf tijdens zijn eerste verhoor. Bij het verhoor was wel een tolk aanwezig, maar nog geen advocaat.

De Somaliërs bevestigen ook dat ze aan boord kalasjnikovs en een antitankwapen hadden. En een ladder, standaarduitrusting van piraten voor het enteren van schepen. De wapens zijn waargenomen door de opvarenden van de Samanyolu maar ook door de bemanning van de Deense marinehelikopter die reageerde op het noodsignaal van het schip. De verdachten hebben op 2 januari flink gebruik gemaakt van hun wapentuig, aldus de getuigenverklaringen. De Somaliërs zeggen echter dat zij éérst werden aangevallen.

De verdachten beweren dat zij van hun plan afstapten nadat ze motorpech kregen. Drie dagen dobberden zij rond, het proviand – dadels en koekjes – raakte op. Op de derde dag kwam toevallig de Samanyolu langs, ze besloten het schip om hulp te vragen. Door een volgend toeval raakte precies toen de motor weer aan de praat. „We zijn het schip genaderd”, zegt Abdirisaq (1977), „en hebben de aandacht van de bemanning getrokken door onze handen omhoog te doen. Opeens werd er vanaf het schip geschoten.” Ja, toen moesten ze natuurlijk wel terugschieten, legt Abdirisaq uit. Maar „alleen om te waarschuwen”.

De opvarenden van de Samanyolu zeggen dat zij hun molotovcocktails en vuurpijlen pas gebruikten nadat de piraten begonnen met schieten. Matroos Deniz Ivdik (32), een Turk, heeft verklaard dat hij een molotovcocktail in het piratenbootje gooide. Dat vatte vlam, de Somaliërs sprongen in zee, het bootje explodeerde. De drenkelingen werden uit het water gevist door het toegesnelde Deense fregat Absalon.

Volgens één advocaat hebben de zeelui van de Samanyolu wat uit te leggen. Zijn cliënt heeft verklaard dat de Somaliërs er zijn ingeluisd. De bemanning wenkte ons dichterbij te komen, aldus Osman. „We dachten dat ze ons begrepen en ons wilden redden. Toen wij dichterbij kwamen is er een brandende fles in ons bootje gegooid.”

Advocaat Ausma daarentegen zegt dat „de feiten voor zich lijken te spreken”. De bemanning van de Samanyolu en de betrokken Denen moeten nog gehoord worden, „maar hun verklaringen zien er geloofwaardig uit”. Ausma hoopt vooral „begrip” te kweken voor wat hij omschrijft als „een wanhoopsdaad”, en zo een milde straf voor zijn cliënt los te krijgen.

Over hun beweegredenen zijn de vijf Somaliërs eenduidig. Verarmde vissers zijn ze, tot piraterij gedwongen door de armoede en de schulden die zij zijn aangegaan om hun vrouw, kinderen en ouders te onderhouden. Mannen wier verhaal naadloos aansluit bij dat van de honderden, zo niet duizenden piraten uit Somalië, een totaal mislukte staat.

„Ik deed dit om geld te verdienen en om mijn schulden terug te brengen en om mijn familie te redden”, zei Sayid (1970) tijdens zijn verhoor. „Als ik iets te eten had dan was ik nooit tot deze daad gekomen.” „De grote vissersboten maken het onmogelijk voor de kleine vissers om nog iets te verdienen”, zei Yusuf. Sinds de ineenstorting van Somalië jagen Europese en Aziatische vistrawlers op inktvis, krab en tonijn in de Indische Oceaan en de Golf van Aden.

Na deze opmerking noteert de rechercheur die Yusuf verhoort: „Verdachte begint kortstondig te huilen.” Yusuf zegt over de mogelijkheden van het snelle geld gehoord te hebben via „de radio en in het dorp. Iedereen praat erover.” Yusuf noemt „iemand met de bijnaam Boyah” – mogelijk doelt hij op Abshir Boyah, een 43-jarige piratenleider die deze week tegen The New York Times verklaarde dat hij verantwoordelijk is voor wel vijfentwintig kapingen. Boyah zou lid zijn van een mysterieus piratenoverleg met de naam De Corporatie. Boyah woont in Gaarowe, de hoofdstad van Puntland, de semi-autonome regio in Noord-Somalië waar veel piraten actief zijn. Garoowe geldt als logistiek knooppunt voor piraten, als stad ook waar de piraten hun geld stuksmijten aan dure auto’s, nieuwe huizen en knappe meisjes.

Als het vijftal wordt veroordeeld, zal matroos Ivdik van de Samanyolu waarschijnlijk niet rouwen. „Ik heb nog steeds slapeloze nachten en ik raak nog steeds af en toe in paniek”, zei Ivdik bij zijn verhoor. Ali Tenes, de 32-jarige kok van de Samanyolu: „Ik kan niet stoppen met werken, want het is mijn broodwinning, maar ik ben verschrikkelijk bang. Ik ben schuw geworden.” Ausma zegt dat zijn cliënt „inziet dat er geen vrijspraak voor hem in zit”. Yusuf kijkt al over de horizon, naar zijn leven als vrij man in Nederland. „Hij ziet het hoopvol tegemoet.”

    • Mark Schenkel