'Zachte' wetenschap

De ‘Venus van Hohle Fels’ is tussen de 36.000 en 40.000 jaren oud. Ruwweg gesproken stamt ze uit de periode dat homo sapiens in Midden-Europa vaste voet aan de grond kreeg. Een groep archeologen onder leiding van de Amerikaans-Duitse hoogleraar Nicholas Conard trof haar in het slik in een grot in Schwaben, Zuidwest-Duitsland.

Tot nu toe verwezen uit die tijd teruggevonden beeldjes naar de jacht: paarden, herten, mammoeten. De vrijwilligster die het mammoetivoren vrouwenbeeldje het eerst zag, versleet het dan ook voor een berenkopje. Haar collega’s herkenden een vrouwenfiguur. Ze bleek de oudste menselijke sculptuur die ooit is teruggevonden.

Het figuurtje, dat tienduizenden jaren geleden door een artistiek bevlogen mens voorzien werd van vaardig geprononceerde borsten, billen en schaamstreek, past in de holte van een hand. Dat is zeker. Maar over de betekenis kan alleen worden gespeculeerd. Zou het een ‘vruchtbaarheidssymbool’ zijn, zoals beeldjes als dit altijd zedig heten? Een votiefmodel? Of drukt het erotiek uit, drift, een brandend verlangen naar de ander?

Een archeoloog omschreef het beeldje in het tijdschrift Nature als „op de rand van pornografisch volgens 21ste-eeuwse normen”. Een inadequate reactie die het beeldje banaliseert, en een omschrijving die voorbijgaat aan de emotionele waarde ervan. De torso haalt de banden aan tussen ons en onze verre voorouders. Waar de Venus voor staat, weten we niet. Maar omdat ze een mens toont en door een mens is gecreëerd, ervaren we iets van de gevoelens van degene die haar gestalte gaf. Want die zijn niet veranderd. De Venus zet het verloop van de tijd opzij. Ze is een tijdmachine. Ze schiet ons af, de geest van onze oerverwanten in en weer terug.

Ze brengt nu even een sensatie van wereldformaat, die de belangstelling voor de archeologie laat opflakkeren. Er zullen meer studenten voor de richting kiezen, de archeologische musea worden beter bezocht. Haar sensatie verdampt, haar betekenis niet. Naast het feit van haar vondst en het studiemateriaal dat ze oplevert, is die betekenis immaterieel en emotioneel. Dit beeldje illustreert treffend de zin van de wetenschappen die studie maken van menselijke uitingen. Het zijn wetenschappen zonder tastbaar nut. Niemand wordt er rijk van, meetbare opbrengst is er niet en erg veel studenten trekken ze niet. Zulke wetenschap is fragiel, maar staat als eerste onder druk als universiteiten moeten bezuinigen.

Ook in Nederland liggen deze ‘zachte’ wetenschappen onder vuur. Zo wordt bijvoorbeeld in Leiden, uniek als centrum van kennis in het Arabische en Aziatische taal- en cultuurgebied, bezuinigd op de geesteswetenschappen omdat ze te weinig rendement leveren. Bij de ‘kleine letteren’ worden studierichtingen als Javaans als hoofdvak opgeheven. De taalwetenschap Tibeto-Birmees wordt geschrapt. Niemand die er iets van merkt, wie kan dat nou wat schelen. Vanuit de holte van een hand bewijst de Venus van Hohle Fels hoe veel het uitmaakt.