Wee de sterke-verhalenverteller

Tommy Wieringa heeft geen tweede ‘Joe Speedboot’ willen schrijven. Zijn nieuwe roman gaat over verval en vernietiging in plaats van groei en schepping.

Tommy Wieringa Tekening Peter van Dongen Dongen, Peter van

Tommy Wieringa: Caesarion. De Bezige Bij, 366 blz. € 24,90 / 19,90

Vier jaar geleden katapulteerde Tommy Wieringa zichzelf naar de voorste gelederen van de Nederlandse letteren. In Joe Speedboot draaide alles om ambitie, vitaliteit en scheppingskracht. Van de auteur en van zijn twee helden; Fransje Hermans en Joe Speedboot zijn volledig op de toekomst gericht. Ze willen vooruit: in een vliegtuig, in een shovel of in de wereld van het armworstelen. Het is een boek over jeugd en groei, waarvan het tempo en de lichtheid verhullen hoe knap Wieringa thema’s als creativiteit en mythevorming erin uitdiept.

En een boek dat hoge verwachtingen schept voor de nu verschenen opvolger Caesarion. Wieringa heeft geen nieuwe Speedboot willen schrijven. Binnen een paar bladzijden is al duidelijk dat de thematiek van Caesarion recht tegenover die van zijn beroemde voorganger staat. Een ongeveer dertigjarige man komt aan in Oost-Engeland waar hij tussen de myxomatose-konijnen door naar een eroderende klif rijdt die bij elke storm een beetje verder de zee in kruimelt. Hij komt daar wegens een sterfgeval, in zijn bagage zit de urn met de as van zijn moeder. De boodschap is duidelijk: waar Joe Speedboot ging over groei en schepping, over de toekomst die zich voor je uitstrekt, draait deze roman om wat voorbijgaat, om het verleden, vergankelijkheid en vernietiging.

En dan vooral over de vleesgeworden vergankelijkheid waar een mens zich maar moeilijk aan kan onttrekken: ouders.

De titel Caesarion verwijst naar de vroeg gestorven zoon van Cleopatra en Julius Caesar, het is ook de bijnaam van Ludwig Unger die in Alexandrië wordt geboren als zoon van een Nederlandse vrouw en een Oostenrijkse kunstenaar. De vader vertrekt daar echter al snel, ver vóór de pikzwarte toren die hij er in de haven bouwt, voltooid is – om van de Bildung van zijn zoon nog maar te zwijgen. Die groeit met zijn moeder op in Engeland, vertroeteld als een prinsje en soms opgemaakt als een prinsesje.

Die oedipale idylle wordt belaagd. Doordat de grond onder het huis geleidelijk in zee verdwijnt, maar ook door een ansichtkaart van de vader, die de tiener Ludwig plotseling ontvangt en die hem confronteert met de buitenissigheid van zijn moederband. Een veel grotere schok volgt wanneer een vriend Ludwig een oude pornofilm laat zien, een klassieker met de in het wereldje legendarische Eve LeSage: Ludwigs moeder.

Ludwigs levensverhaal wordt verteld op het moment dat de lezer al het een en ander weet van de afloop ervan: als hij na de dood van zijn moeder terugkeert naar het Engelse dorpje Alburgh en besluit daar maar even te blijven. Zoals hij dan al bijna een decennium een leven van vluchtigheid leidt: hij trekt van hotel naar hotel, werkend als barpianist en vrouwen veroverend. Vaak zijn die vrouwen wat ouder.

Hoewel Wieringa er lang over doet om in het trage eerste deel van de roman zijn stukken op het bord te zetten, komt hij zo tot een mooie opstelling die Caesarion een ijzersterk middendeel oplevert. Ludwig en zijn moeder verblijven dan in Los Angeles, waar hij haar ontvlucht, de armen van een meisje in. En pas tijdens een ontluisterend beschreven high tea realiseert hij zich dat die twee vrouwen veel minder elkaars tegenpool zijn dan hij vermoedde.

Bovendien verkent Ludwig in LA het werk van zijn vader, in wiens omstreden kunst schepping en vernietiging hand in hand gaan, of waarin vernietiging eigenlijk de schepping is: de man is bezig om in de Zuid-Amerikaanse jungle een berg op te blazen.

Het is het deel van de roman waarin je echo’s van Wieringa’s eerdere boeken hoort. De notie van de harteloze kunstenaar uit Alles over Tristan (2002) en het lege leven van het halftalent Bas Dormantique uit Wieringa’s debuut Dormantique’s manco (1995). En de aanstekelijke beschrijving van Ludwigs eerste liefde past zo in Joe Speedboot.

Zoals Wieringa ook de beeldende stijl uit die roman gehandhaafd heeft, waarbij de lyriek (‘Alles aan haar bewoog als ze liep, in een luchtstroom die alleen haar omspoelde om alles in de war te maken, het krullende donkere haar, haar gewaden’) wordt afgewisseld met onderkoeldheid (‘Hij leek me te beschouwen als een secundaire arbeidsvoorwaarde van mijn moeder’), en af en toe een miskleun (‘Ik ging naar buiten met mijn teleurstelling onder de ene arm en mijn ziel onder de andere’).

Caesarion is een roman met sterke en zwakkere kanten, op het oog veel meer de vrucht van een talentvolle en hardwerkende schrijver dan het schijnbaar door de goden aangeraakte Joe Speedboot. Vooral het begindeel en en de latere omzwervingen van Ludwig als barpianist voltrekken zich langzaam, met uitweidingen over lichamen en locaties die maar weinig toevoegen aan de kern van de roman: de wijze waarop Ludwig Unger zich probeert te verhouden tot zijn moeder en zijn vader.

De relatie tussen Ludwig en zijn moeder wordt gedomineerd door een niet aflatende vijandelijkheid zijnerzijds, veroorzaakt door een mengsel van jaloezie en morele afkeer van haar werk, dat hij een vorm van prostitutie vindt. Tegelijkertijd kan hij haar moeilijk loslaten of alleen laten, in de veronderstelling dat hij haar zou moeten steunen, ‘redden’ zelfs. Als lezer ben je geneigd te denken dat het andersom is. Dat Ludwig Unger zelf misschien niet gered, maar dan toch in elk geval verzorgd wil worden. Op zijn achttiende zegt zijn moeder tegen hem: ‘Jij hebt eigenlijk al niemand meer nodig.’ Zij, een kind van de jaren zeventig, ziet dat als een compliment. Voor Ludwig is het een harteloze daad van verlating.

Pas tegen het eind van de roman, als de moeder ten prooi is gevallen aan de pijnlijkste vorm van vergankelijkheid, verdwijnt de agressie uit zijn genegenheid. Dan ook krijgt hun relatie iets van diepte, begrijp je meer van wat deze moeder en zoon bindt buiten de uiterlijkheden van hun samenzijn.

Want dat is het merkwaardige aan Caesarion: dat een boek dat bulkt van het drama en verval, toch maar niet echt pijnlijk wil worden. Je ziet Ludwig Unger genoeg verkeerde beslissingen nemen om je te laten huiveren, maar op de een of andere manier gaat het maar niet schrijnen. Dat heeft ermee te maken dat het verhaal door Ludwig zelf verteld wordt en dat hij een verteller is die zich groot wil houden.

Hij noemt zijn misstappen en zijn ongeluk, registreert het wanneer anderen zijn zwakheden blootleggen maar hij wil zich niet laten kennen. Hij is een sterke-verhalenverteller: de seks is altijd lekker, hij weet waar het goed eten is, ziet de betekenis van kleine details, hij belandt tussen de juiste mensen in Engeland, hekelt de naïviteit van alternatievelingen, ziet het wanneer een huisgenoot klasse mist, kan zingen en drinken tegelijk. Waar het misgaat is hij slachtoffer, soms van zijn eigen naïviteit, maar steeds slachtoffer.

Veelzeggend is de onvermijdelijke confrontatie tussen vader en zoon aan het slot van de roman. Die begint weliswaar met een memorabele nietzscheaanse tirade van de kunstenaar, maar eindigt met een symbolische daad van de zoon die hij als een overwinning lijkt te vieren – zich schijnbaar niet bewust van het vergeefse pathos van zijn actie.

Ludwig Unger vertelt over zijn leven, maar zonder zich echt bloot te geven. Hij doet zichzelf geen pijn – zijn schepper doet hem geen pijn. Wieringa laat zijn verteller heikele kwesties als de aard van de aantrekkingskracht tussen moeder en zoon en Ludwigs weinig ontspannen verhouding tot homoseksualiteit wel aanstippen, maar niet uitwerken tot het punt waarop het ongemakkelijk wordt. Het gebrek aan zelfkennis van de hoofdpersoon is in retrospectief een van de opmerkelijkste kenmerken van Caesarion, maar je had liever gehad dat Wieringa je het tijdens het lezen had laten vóélen. En dat hij zijn personage resoluut naar de ondergang had gevoerd, had durven voeren – zoals een Hermans, een Grunberg, zelfs een A. Alberts gedaan zou hebben. De confrontatie met de werkelijk pijnlijke vorm van vergankelijkheid, niet die van de ouders van de held, maar die van Ludwig Unger zelf, is Wieringa niet aangegaan.

Caesarion is een roman die zich zonder problemen laat beoordelen met het plussen en minnen van de professionele romankritiek – en die er dan ook helemaal niet zo slecht afkomt. Maar het is een boek dat een vonk mist. Joe Speedboot nam je mee tot boven de wolken, Caesarion slaagt er niet in je mee de diepte in te sleuren.

    • Arjen Fortuin