Wat goed is voor 'de West' weten ze er zelf wel

Nederland heeft een totaal verkeerd beeld van de Antillen, vinden oud-premiers Camelia-Römer en Ys. En daardoor zitten ze nu op Curaçao weer met problemen.

Etienne Ys Foto Roel Rozenburg DENHAAG:15JAN2003 Premier Ys van de Nederlandse Antillen. FOTO ROEL ROZENBURG Rozenburg, Roel

Etienne Ys en Suzy Camelia-Römer zijn het er roerend over eens. De beide oud-premiers van de Nederlandse Antillen, nu topadviseurs van de Antilliaanse regering bij de staatkundige besprekingen met Nederland, zien wantrouwen. Wantrouwen in de onderhandelingen over de opheffing van het Antilliaanse staatsverband.

Camelia-Römer en Ys, experts op het gebied van respectievelijk justitie en financiën, vinden het „menseigen” dat Nederland nog steeds in de traditie leeft „dat Den Haag uitmaakt wat het beste is voor de West”. Nederland is immers een koninkrijkspartner met meer politieke macht, meer financiële kracht en bijna honderd keer zoveel inwoners.

Camelia-Römer: „Wantrouwen is er. Vanuit de koloniale geschiedenis, vanwege beloftes die – over en weer – niet zijn nagekomen, vanuit het feit dat Nederland groter is. En omdat in het Nederlandse parlement over de Nederlandse Antillen dingen worden gezegd waarvan je denkt: ‘Menen ze dat nou echt? Dat is toch tegen de wet? Wat zijn ze van plan?’”

Maar het wantrouwen kent ook grenzen. Camelia-Römer en Ys hebben geen enkele twijfel over het onderhandelingsresultaat, de wetten die zijn afgesproken om Curaçao en Sint-Maarten op te bouwen als nieuwe landen. Het zijn de beraadslagingen die eraan voorafgingen; daarin hebben ze een gebrek aan Nederlandse kennis over de eilanden ervaren.

De opkomst van een meer populistische politiek op het Binnenhof heeft een element toegevoegd aan de staatkundige en juridische werkelijkheid. „Als Hero Brinkman zegt dat hij de Antillen op marktplaats.nl zet”, zegt Ys over een omstreden opmerking van het PVV-Kamerlid in 2007, „dan denkt de Nederlandse bevolking ook dat het mogelijk is de Nederlandse Antillen te verkopen.”

Nederland moest het afgelopen halfjaar tweemaal op zijn schreden terugkeren in Antillendossiers. Eerst ging de omstreden Verwijsindex Antillianen van tafel, een databank voor jonge Antillianen in Nederland. Daarna slikte Den Haag de aanwijzingsbevoegdheid in, waarmee de Nederlandse minister van Justitie mag ingrijpen in de rechtshandhaving van de toekomstige landen Curaçao en Sint-Maarten.

In Nederland is dat volgens Ys en Camelia-Römer als een nederlaag ervaren. En de schuld zou bij de Antillen liggen, die oneigenlijke druk plegen uit te oefenen. Een gangbare perceptie, oordelen ze, maar gebaseerd op gebrek aan kennis, op populisme.

Camelia-Römer: „Met de verrechtsing krijg je wetsvoorstellen op tafel die staatsrechtelijk en juridisch compleet onmogelijk zijn. Die moeten dan, na advies van de Raad van State en de Antilliaanse Raad van Advies, worden ingetrokken. Dat geeft je het vertrouwen dat redelijkheid overheerst bij de mensen die binnen het koninkrijk deskundig zijn, en die buiten de politiek kunnen kijken.”

Wat Camelia-Römer en Ys wel steekt, is dat ze in Den Haag denken dat Antillianen de Nederlandse taal niet goed genoeg beheersen. Met de Dikke Van Dale in de hand hebben ze Nederlanders al vaker gecorrigeerd. „Ik wil graag zien of die anderen een tweede taal op dít niveau van rechtspraak beheersen”, zegt Camelia-Römer scherp. „Het gaat niet alleen om een tweede taal, maar ook om specifieke formuleringen.”

Dat de Nederlandse regering door het vervallen van de aanwijzingsbevoegdheid gezichtsverlies heeft geleden binnen de Tweede Kamer, daar willen zij zich niet mee bemoeien. Maar ze hebben er wel moeite mee dat de vervangende afspraak wordt gepresenteerd als een door Nederland geregisseerde triomf, die ‘het moederland’ nog meer invloed in de toekomstige landen geeft.

„Die voorstelling van zaken is onjuist”, zegt Camelia-Römer , „en het grijpt hier diep in. Dat leidt hier op Curaçao weer tot een debat dat nergens op slaat. Juist die aanwijzingsbevoegdheid, die nergens voor nodig was, heeft hier als een splijtzwam gefungeerd. Daardoor zitten wij nu met een nee- en een ja-kamp bij het referendum.”