Vereniging mag arts toch 'kwakzalver' noemen

De Vereniging tegen Kwakzalverij blijft binnen de vrijheid van meningsuiting als ze alternatieve artsen ‘kwakzalver’ noemt op basis van een eigen definitie. De Hoge Raad vernietigde vanochtend een arrest van het gerechtshof Amsterdam dat de vereniging tot een rectificatie in twee kranten veroordeelde. De zaak was aangespannen door de orthomanuele arts Maria Sickesz.

Het hoogste rechtscollege zegt dat de term kwakzalver in het spraakgebruik weliswaar „negatief” wordt opgevat, maar de vereniging gebruikt zelf een neutralere definitie, draagt bij aan het publieke debat en zegt dat ze met de term kwakzalver niemand van oplichting of kwade trouw beschuldigt. De vereniging spreekt van kwakzalvers als hun medisch handelen „niet gefundeerd is op toetsbare en voor die tijd logische dan wel empirisch houdbare hypothesen en theorieën”. Ook moet er „geen toetsing binnen de beroepsgroep op effectiviteit en veiligheid” zijn geweest.

Volgens secretaris Frits van Dam heeft de procedure van Sickesz de vereniging bijna 90.000 euro aan advocaten gekost. De (kostbare) rectificaties zijn destijds niet geplaatst, omdat de vereniging daardoor failliet zou zijn gegaan. Sickesz ging daarmee akkoord, omdat de vereniging bij een gewonnen cassatie die kosten weer zou hebben teruggeëist.

Van Dam noemt de medische claims van Sickesz „bizar”. Sickesz zegt met het rechtzetten van wervels behalve rugklachten ook autisme en schizofrenie te genezen.

De Hoge Raad oordeelt dat het hof te weinig is ingegaan op de claims en behandelmethoden van Sickesz. Het hof in Den Haag moet de zaak nu opnieuw behandelen.