Sporten, douchen en dan het clubhuis in

Zo gewoon als breedtesport in Nederland is, zo ongewoon is het in China.

De Chinese regering wil dat veranderen. Een delegatie snuffelde alvast in Nederland.

Je pakt de sporttas, fietst naar de sporthal of het sportveld voor een training of om een wedstrijd te spelen. Na afloop douchen en wat drinken in het clubhuis. Een volstrekt normaal en herkenbaar beeld voor miljoenen mensen. Breedtesport avant la lettre, in Nederland een niet meer weg te denken sociaal-maatschappelijk fenomeen.

Hoe anders is dat in de Volksrepubliek China, het land dat de Olympische Spelen organisatorisch naar een hoger niveau tilde, maar waar het merendeel van de 1,3 miljard inwoners zelden recreatief een pingpongballetje slaat. Als het aan de centrale regering ligt, komt daar verandering in. China heeft de breedtesport ontdekt. En het nietige Nederland geldt als een van de voorbeelden.

De succesvolle Spelen in Peking dwongen de overheid na te denken over sportontwikkeling. De flow mocht niet verdampen. Tot de initiatieven behoort het publiceren van een wettelijke regeling die sports for all moet promoten, maar vooral organisatorisch vorm moet geven. Maar waar begin je in dat immense land zonder breedtesportgeschiedenis? Met snuffelen in het buitenland. Onder meer in Nederland, waar een Chinese regeringsdelegatie afgelopen weekeinde alles over breedtesport wilde weten.

Niet toevallig, want vorig jaar heeft staatssecretaris van Sport, Jet Bussemaker, bij een werkbezoek een memorandum van overeenstemming met haar Chinese collega gesloten. In het kader van die samenwerkingsovereenkomst brachten de Chinezen een tegenbezoek.

Naast bezoeken aan sportkoepel NOC*NSF en het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB) nam de delegatie in Rotterdam kennis van de breedtesport op lokaal niveau en werd in Den Haag een bezoek gebracht aan een van de landelijke proeftuinen voor sport. In dit geval de hockeyclub HDM, een partner van Stichting De Sportbank waarin zes Haagse sportverenigingen met verschillende sociaal-culturele achtergronden samenwerken.

Directeur Louk Burgers van De Sportbank ervoer dat de Chinezen nadrukkelijk uit waren op fact finding, want hij vond ze geïnteresseerd en leergierig. „Ze wilden het naadje van de kous weten, dat merkte je aan de vragen. Wat is de rol van de overheid? Wat is de wettelijke grondslag? Hoe wordt een club gerund? En vooral: hoe wordt alles bekostigd? Het was voor hen een eyeopener te horen dat elk lid contributie betaalt en dat managementtaken bij een club door vrijwilligers worden uitgevoerd. Ze waren hooglijk verbaasd dat een sportclub vrijwel zonder overheidssteun draaiende wordt gehouden. Begrijpelijk in een land waar de sport niet privaat georganiseerd is.”

Voor Pieter Versteegh was de ontmoeting met de delegatie een klein feest der herkenning, omdat hij als hockeytrainer in China heeft gewerkt. De succesvolle oud-mannencoach van HDM was rond de Spelen van Sydney (2000) betrokken bij het nationale vrouwenteam. Versteegh probeerde aan de weet te komen hoe de Chinezen breedtesport vorm denken te geven, maar die vraag bleef onbeantwoord. Volgens Versteegh omdat ze nog nauwelijks ideeën hebben.

Het werd hem wel duidelijk dat er niet alleen sportieve drijfveren waren, maar dat breedtesport ook als middel wordt gezien obesitas bij kinderen tegen te gaan en het gamen te ontmoedigen. Versteegh: „De één-kind-politiek heeft tot veel verwende en moddervette kinderen geleid. Ook de Chinezen erkennen dat probleem. Verder zijn er economische motieven. Met de ontwikkeling van breedtesport kan een nieuwe arbeidsmarkt aangeboord worden.”

Versteegh vraagt zich af hoe in China breedtesport vorm moet krijgen, omdat het systeem van verenigingen en competities onbekend is. Er wordt op lokaal of bedrijfsniveau wel wat geregeld en via internet initiatieven genomen voor kleinschalige sporttoernooien, maar dat is het wel. Versteegh: „Ik heb ooit een zaalhockeycompetitie opgezet. Maar wegens gebrek aan kader werd het een kortstondig project. Het wordt een gigantische klus breedtesport in China nationaal te organiseren. Maar als het een besluit van het politbureau is, dan komt het op termijn wel goed. Laten we wel wezen, alle Chinezen hebben te eten en krijgen onderwijs. Ook dat is een enorme prestatie.”

In samenspraak met HDM en De Sportbank werd afgelopen weekeinde ad hoc alvast een afspraak gemaakt over stageplekken voor Chinese sporters. Het voorstel is een aantal goede Engels sprekende hockeyspeelsters tijdelijk bij HDM te laten stallen en die een cursus breedtesportmanagement te laten volgen. Zij moeten dan een kleine aanzet geven met, wie weet, groot resultaat.

    • Henk Stouwdam