Spoeddebat over Essent in N-Brabant

Maakt Noord-Brabant het mogelijk dat de Duitse energiegigant RWE het Nederlandse Essent kan overnemen? En zo ja, wordt dan het college van Gedeputeerde Staten afgezet? Dat zijn de vragen die vandaag boven het spoeddebat in Noord-Brabant hangen. Noord-Brabant is met 30,8 procent de grootste aandeelhouder van Essent. RWE heeft voor de overname van het Nederlands energiebedrijf contractueel minimaal 80 procent van de aandelen nodig. Zonder verkoop van de Noord-Brabantse aandelen, gaat de overname niet door.

Het spoeddebat in het provinciehuis van Den Bosch begon vanochtend met de spoedbenoeming van een tijdelijk Statenlid voor de CDA-fractie ter vervanging van een langdurig zieke. De Noord-Brabantse CDA dacht alle stemmen nodig te hebben.

Eind april stemden 28 Statenleden tegen en 26 voor verkoop van de provinciale Essent-aandelen. Dat was met een extra CDA-Statenlid 28 tegen, 27 voor geweest. Leden van de coalitiepartijen PvdA en VVD stemden toen verdeeld. De helft van de PvdA-Statenleden vond dat RWE onvoldoende kon garanderen dat het zou investeren in duurzaamheid. Een meerderheid binnen de VVD vond niet overtuigend aangetoond dat Essent niet zelfstandig verder kan. Formeel kunnen Provinciale Staten de verkoop niet blokkeren. Het college van Gedeputeerde Staten, een CDA-VVD-PvdA coalitie, is aandeelhouder en mag het oordeel van de volksvertegenwoordigers naast zich neerleggen. De Noord-Brabantse SP heeft al een motie van wantrouwen aangekondigd als Gedeputeerde Staten de tegenstem van de volksvertegenwoordiging negeren.

Maar gaat die het halen? Of weet het College van Gedeputeerde Staten voldoende Statenleden te overtuigen van het nut van de verkoop?

Voorafgaand aan het spoeddebat stuurde het college de leden van Provinciale Staten een brief met nadere informatie. In de inleiding stond: „Wij staan voor een lastig dilemma: er ligt een wens van de democratisch gekozen volksvertegenwoordiging en anderzijds hebben wij te maken met actuele en gewijzigde omstandigheden.” Met actuele en gewijzigde omstandigheden doelde het college op het besluit van RWE en Essent om een contract te sluiten over afdwingbare investeringen in duurzame energieproductie in Nederland.