Spiegeltje, spiegeltje aan de wand

Wie is het christelijkst van het hele land?

Als iemand me dat vijftien jaar geleden had gevraagd, zou ik spontaan Meindert Leerling hebben gezegd. Ik zou niet meer kunnen uitleggen waarom, maar je ziet: we zijn vijftien jaar verder, ik stel de vraag nog een keer aan mezelf, en welke naam schiet er onmiddellijk uit? Nooit die van Balkenende. Voor het gemak maak ik in de christelijke politiek vaak een onderscheid tussen koppen en hoofden. Zie ik in de omgeving van het Binnenhof een hoofd, dat je trouwens ook nog gemakkelijk kunt verwisselen met een ander hoofd, dan weet ik zeker: daar loopt een christen-democraat. Denk ik: hé, wat een rare kop, dan durf ik te wedden dat het iemand van de ChristenUnie is, of vroeger van de Reformatorische Politieke Federatie was.

Van Meindert Leerling, die van de Reformatorische Politieke Federatie was, kan ik me het uiterlijk nauwelijks meer herinneren, maar het moet een kop zijn geweest met de gedreven trekken van Osama bin Laden – in het protestantse uiteraard.

Het schiet me nu ook te binnen dat hij indertijd als lid van een commissie-Cnossen in een minderheidsrapport heeft verlangd dat mensen als bijvoorbeeld de zanger Gordon (ik noem maar een naam) nooit lid van de ChristenUnie konden worden, en dat de partij zeker ook nooit mocht worden vertegenwoordigd door iemand met een roomse overgrootvader. Karakter. Kop. Geen benen, maar een heel fundament onder z’n lijf. De aanbevelingen kregen geen meerderheid.

Met Rome had hij niet veel op. Ik weet niet of hij de paus in Palestina heeft gevolgd, maar hem zal zeker niet de associatie zijn gegund die ik de afgelopen week steeds beleefde. Zodra de heilige vader in het Engels het woord richtte tot de menigte, verloor ik mijn aandacht, omdat ik meteen John Cleese voor me zag die anno 1965 in een Londense pub als een in nazi-operettepak vermomde Führer, samen met zijn meegesmokkelde vrienden Göring, Himmler en Ribbentrop, plannen beraamde om de oorlog alsnog te winnen. En die de ober aansprak in het Engels met die eeuwige, onverbeterbare Duitse tongval.

Heeft André Rouvoet een kop als Meindert Leerling?

Ik las het verslag van zijn Groen van Prinstererlezing, en de hele tekst nog eens na in het Nederlands Dagblad. Belangrijk thema vormden de ‘joods-christelijke waarden’ waar je de laatste jaren steeds vaker over hoort, en die volgens Ella Vogelaar over een paar eeuwen nog aangevuld zullen worden met een paar islamitische waarden. Als je daar de (door Rouvoet verzwegen) humanistische nog bij optelt, begrijp je ineens waarom we altijd zo’n volk van zwevende kiezers zijn geweest.

De essentie in Andrés betoog was intussen dat hij de liberalen – van Rutte, via Wilders en Verdonk tot aan Pechtold toe – eigenlijk het recht ontzegt om te doen alsof zij als halve heidenen al die oude christelijke, joodse, humanistische en mohammedaanse waarden ook hebben meegekregen. Mateloos kon hij zich ergeren aan de manier waarop ze er goede sier mee probeerden te maken, zonder enig benul te hebben van waar het in de kern om gaat, namelijk om ‘de mens te zien als beelddrager van God’.

Mooie politiek-theologische lezing, hoor. Ik begrijp alleen dat gekoketteer met de joodse waarden nooit. Tot ongeveer 1798 wilden Nederlanders er weinig tot niks van weten, en nadat we er in de negentiende eeuw soms weleens aan hadden gesnuffeld, hebben we ze halverwege de twintigste meegegeven aan mannen die Iwan Demjanjuk bleken te heten.

Overigens wilde André natuurlijk helemaal niet de nieuwe Meindert Leerling worden en alvast de christelijkste van het hele land lijken. Hij wil op 4 juni gewoon de beste joodse, of christelijke, of humanistische, of islamitische verkiezingsuitslag.