Schade door ganzen stijgt fors

Boeren en fruittelers hebben vorig jaar voor 11,2 miljoen euro aan schadevergoedingen gekregen voor schade die door dieren, met name ganzen, aan hun gewassen werd toegebracht. In 2007 was dat bedrag nog 6 miljoen euro. Dat meldt het Faunafonds in het jaarverslag. Het Faunafonds beoordeelt de schadeclaims en keert de vergoedingen uit.

Oorzaak van de forse stijging is vooral de prijsstijging van gewassen op de markt. Daardoor derven boeren bij schade meer inkomsten. Ook hebben veel boeren wegens deze grote inkomstenderving afgezien van het aanvragen van subsidie voor het ‘gastvrij ontvangen’ van ganzen. De subsidie voor het meewerken aan deze zogenoemde ‘opvanggebieden’ viel in veel gevallen lager uit dan het uitgekeerde schadebedrag.

Ongeveer 6,5 miljoen euro van de vergoeding was bedoeld voor schade die door ganzen is aangericht. Anderhalf miljoen euro ging naar fruittelers, die kampten met een forse toename van schade door zangvogels aan met name perenbomen. Oorzaak voor deze toename is dat meer fruittelers zijn overgestapt op de teelt van zoete, sappige peren, zoals de conference. „En ook zangvogels houden daarvan”, zegt Herman Engberink van het Faunafonds.

Een andere oorzaak die Faunafonds ziet voor de stijging van de schadevergoeding, is de toename van het aantal verzoekschriften dat boeren en telers indienden. In 2007 kreeg het fonds 4.080 verzoeken binnen, in 2008 groeide dat naar 4.845. Het bedrag dat het Faunafonds in 2008 gemiddeld per verzoek heeft toegekend is met bijna duizend euro gestegen ten opzicht van het vorige jaar, van 1.633 euro in 2007 naar 2.613 euro in 2008.

Behalve het indienen van schadeclaims mogen boeren, althans buiten de opvanggebieden, ganzen ook verjagen. Met een vergunning van de provincie mogen ze de voegels ook bejagen.