Protest Astana-renners in Giro

Met het onleesbaar maken van de sponsornamen op hun tricots protesteren acht van de negen renners van de ploeg Astana vandaag in de Ronde van Italië tegen het niet nakomen van betalingsverplichtingen door de hoofdsponsor. Onder hen Lance Armstrong.

De internationale wielerunie (UCI) heeft de Kazachstaanse wielerfederatie tot 31 mei de tijd gegeven om de betalingen waaronder de salarissen voor renners en overig personeel in orde te maken. Als de naar de hoofdstad van Kazachstan vernoemde sponsor in gebreke blijft, dan wordt de ProTour-licentie van Astana in beslag genomen.

Armstrong, de Amerikaan die in 2005 na zijn zevende opeenvolgende Tourzege stopte met wielrennen en nu in de Giro d’Italia zijn rentree in een grote ronde maakt, had eerder de houding van de Kazachstaanse broodheer aan de kaak gesteld. Zelf staat de wielermiljonair niet op de loonlijst. Dat geldt weer wel voor de Spanjaard Alberto Contador, die in Italië ontbreekt, en de Amerikaan Levi Leipheimer, een favoriet voor de eindzege in de Giro.

De Kazachstaanse renner Andrei Zeits ging ging vanochtend in het Oostenrijkse Innsbruck als enige van start in het blauw-gele tenue met sponsornamen. „We zijn een belangrijke factor in deze wedstrijd en we willen niet doen alsof alles oké is”, zei de Belgische ploegleider Johan Bruyneel vanochtend. „Want het is niet oké.”

De zesde etappe in de Giro werd gisteren in het Oostenrijkse Mayrhofen gewonnen door Michele Scarponi. De Italiaan Danilo Di Luca vertrok vandaag in Innsbruck weer in de roze leiderstrui, met in het algemeen klassement een voorsprong van vijf seconden op de Zweed Thomas Lövkvist.