PIRATEN

PIRATEN Rintje illustratie Sieb Posthuma Posthuma, Sieb

Rintje en Tobias hebben buiten gespeeld. Lekker in de modder, want het regent.

Ze zitten helemaal onder de modder en als ze naar binnen willen gaan houdt Rintjes moeder ze tegen.

“Zulke vieze hondjes wil ik niet in mijn huis hebben,” zegt ze. “Jullie gaan regelrecht het bad in!”

Ze tilt Rintje op en brengt hem naar de badkamer. Daarna gaat ze Tobias halen.

“Zo,” zegt mama terwijl ze het bad laat vollopen, “ik doe er lekker veel badschuim in. En dan gaan we jullie eens goed schrobben!”

Rintje en Tobias hebben helemaal geen zin om in bad te gaan, maar als ze eenmaal in het lekkere warme water zitten vinden ze het best leuk.

“Kijk,” zegt Tobias, “je kan van het zeepsop allemaal dingen maken!” Hij pakt een pluk zeepsop en zet hem op zijn kop. “Zo is het een hoge hoed!”

“En zo een hele hoge toren,” zegt Rintje.

“Weet je wat?” zegt Tobias. “We doen alsof het bad een schip is!’

“Ja, leuk,” zegt Rintje, “dan varen we op de oceaan!”

“En weet je wat we zijn?” vraagt Tobias.

“Ik weet het al, ik weet het al!’ zegt Rintje. “We zijn piraten op een groot piratenschip!”

“En ik ben kapitein Haak!” roept Tobias. Hij pakt de badborstel. “En dit is mijn houten poot!”

Rintje pakt een paar handdoeken. “Hier,’ zegt hij. “daar maken we echte piratendoeken van, voor om ons hoofd!”

“Wordt het water niet te koud?” roept mama vanuit de gang.

“Niet binnenkomen,” roept Rintje. “Het is hier heel gevaarlijk!”

“Gevaarlijk?” vraagt mama. “Hoezo?”

“Er is een piratenschip binnen gevaren en iedereen die binnenkomt wordt gekaapt!”

“Henriette ook?” vraagt mama. “Ze wil even gezellig bij jullie komen zitten!”

“Ik zal het even aan de piraten vragen,” zegt Rintje.

Even is het stil.

“Het mag wel van de piraten,” zegt Rintje. “Maar ze moet wel een schat meebrengen, anders mag ze er niet in.”

“Ik zorg ervoor!’ zegt mama. Ze geeft Henriette een paar lekkere kluifjes. “Ik denk dat de piraten hier wel tevreden mee zullen zijn.”

Als Henriette de badkamer binnenkomt roepen Rintje en Tobias: “Ahoi! Lever al uw schatten bij ons in, anders wordt u gekaapt!”

“Dit is alles wat ik heb,” zegt Henriette, en geeft de piraten ieder een kluif.

“Nu mag u op het schip,” zegt Rintje.

Mama komt ook binnen. “Ik doe even wat warm water bij het schip,” zegt ze. “Maken jullie wat plaats? Dan kan Henriette er ook bij.”

Als Henriette in bad zit, krijgt ze ook een piratenhoofddoek. “Nu ben ik een meisjespiraat,’ zegt ze trots. “En ik heet kapitein Krul.”