Net echt

Een 3D-bril voor de film ‘Meet the Robinsons’ Foto RealD A pair of 3-D glasses manufactured for the Walt Disney movie, "Meet the Robinsons." Source: RealD via Bloomberg News. VIA BLOOMBERG NEWS

Ver terug in de vorige eeuw maar wel in de tweede helft kwamen de eerste films in drie dimensies. Bij de ingang van de bioscoopzaal kreeg je een plastic brilletje met verschillend gekleurde glazen. Keek je daarmee naar de film dan zag je alles in drie dimensies; zonder brilletje zag je alles gewoon in het platte vlak gebeuren. Ik heb nooit begrepen hoe het werkte, misschien ook daardoor niet kunnen volgen wat er gebeurde. Ik zette het ding af en zag in twee dimensies een film die gemaakt was om de drie dimensies extra reliëf te geven: veel hoge gebouwen, afgronden, draaikolken, tot de horizon reikende perspectieven. Eerlijk gezegd, ik geloofde het wel.

Het zo dicht mogelijk benaderen van de werkelijkheid is een van de hoogste doelen van de filmmaker: net echt. De overgang van de stomme naar de sprekende film moet een ware revolutie zijn geweest. Voor het eerst de acteurs zelf te horen spreken nadat je je eerst met allerlei trucs had moeten behelpen. Daarna heeft Aldous Huxley het nog beter verzonnen. In zijn Brave New World gaan de mensen naar de feelies. In de bioscoop leggen ze hun handpalmen op twee elektroden in de stoelleuningen en dan delen ze in alle gevoelens die de helden ervaren. In de zaal staat ook een reukorgel, bespeeld door de geurorganist. Hij bedeelt het publiek met alles wat de helden ruiken. Nog echter. Het lijkt me geen onverdeeld pretje.

In de werkelijkheid van de bioscoop hebben we toen nog vistavision gekregen, widescreen met dolbysound, we zijn steeds verwender geworden, maar met de drie dimensies wilde het nog niet goed lukken. Maar de revolutie gaat verder. Op het filmfestival in Cannes, las ik in de krant, worden de laatste verfijningen in de 3D-techniek vertoond. Een animatiefilm laat zien hoe een mopperende oude man in zijn huis de wereld rondgaat. Dit huis is bevestigd aan feestballonnen. Eigentijdse scenario- en romanschrijvers kunnen zich geen oude man voorstellen die niet moppert. In dit geval kan ik het begrijpen.

Veel filmmakers hebben twee doelen. Ze willen het publiek de overtuigende illusie geven dat het naar de werkelijkheid zit te kijken en ze willen deze werkelijkheid zo fantastisch, ongelofelijk, sensationeel mogelijk maken. Het net echt zijn van het onbereikbare. Het beste voorbeeld vind ik Steven Spielbergs Jurrasic Parc, waarin je de saurussen in hun dagelijks leven van de prehistorie ziet. Maar dan kan hij de verleiding niet weerstaan: hij weeft er een eigentijds verhaaltje in, waarin een boze tyrannosaurus rex de schurk van het stuk letterlijk van de wc-pot rukt. Waarom? Daar wordt een mooie film voor je ogen door een staaltje zuiver eigentijdse kitsch bedorven.

Destijds vond ik de Alien-films wel interessant. Buitenaardse wezens, vaak met een gebit van niets dan sabeltanden, die kwijlend de bemanning van ruimteschepen lastig vallen. Daarna ben ik nog eens gaan kijken naar een tentoonstelling van games in het Stedelijk Museum dat toen bij het Centraal Station was gevestigd. Veel griezelpieten, veel zware ontploffingen en voor de speler de opgave om de boosdoeners neer te knallen. Kinderen raken er verslaafd aan, zitten fanatiek op knopjes te drukken in plaats van hun huiswerk te maken of gezond een kuil te graven. Hoe net-echter, hoe verleidelijker. Het nadeel is dat je je fantasie niet meer hoeft te gebruiken.

Er is een instelling waar de kloof tussen net-echt en de werkelijkheid spelenderwijs wordt overbrugd: de schiettent op de kermis. Vroeger kon je daar met een windbuks je zelfportret schieten door een knopje van een camera te raken. Een flits, en dan had je je zelfportret als scherpschutter. Dankbaar werk. Zijn er nog schiettenten, of zijn die ter wille van de veiligheid opgeheven? De Duitse regering wil nu, na de massamoord in Winnenden waarbij een 17-jarige jongen vijftien medeleerlingen doodschoot, het schieten met verfballetjes verbieden. Ik kan het me wel voorstellen, maar het is ook symptoombestrijding. De scheiding tussen net-echt en werkelijkheid is aan het vervagen. Dat is het probleem.