Naar de stembus als gratis uitstapje

De etnische zuivering in Kroatië is niet meer terug te draaien. Servische Kroaten die in de jaren negentig vluchtten hebben er niks meer te zoeken. Behalve een enkele stembusgang.

Tomka Crnomarkovic in haar deels gerenoveerde boerderij in Cetina. In de winter gaat ze met haar man terug naar Servië omdat het huis vol kieren te koud is. Foto Dirk-Jan Visser Photo: Dirk-Jan Visser / Cetina – Croatia: 09-05-2009: Abandoned village of Cetina near Knin. This village, origin inhabitant by Serbs was destroyed during the war. Although there is a program for returnees and reconstruction of their houses nobody wants to return because of economical prosperity. Only the elderly who have no place to go stayed. Here: The house of Stefan (72) and Tomka (75) Crnomarkovic. During the war they left to Belgrade. Their house was partly reconstructed in 2006. Because they live together the law claims that only 40 s/m could be reconstructed therefore the house is partly still a ruin. remigranten Visser, Dirk-Jan

BELGRADO/Knin, 15 mei. - Igor Todorovic (30) is geboren in Kroatië, maar woont al sinds zijn twaalfde in Servië. Hij ging in juni 1991 met zijn ouders bij zijn grootouders in de Servische hoofdstad Belgrado logeren en kwam nooit meer terug in het huis waarin hij opgroeide. Kroatië had zich onafhankelijk verklaard en was in oorlog geraakt met het Joegoslavië van Slobodan Milosevic.

De eerste twaalf jaar, in een vluchtelingenopvang in Servië, waren zwaar. Teruggaan was geen optie. „Waarheen? Ons appartement in Zagreb was ingenomen, daar wonen nu al 18 jaar andere mensen. Servische mannen in Kroatië werden geïntimideerd, opgepakt en aangeklaagd voor wat ze tijdens de oorlog gedaan zouden hebben. Dat konden ze ook met mijn vader doen.” Teruggekeerde Serviërs werden nog lange tijd benadeeld – „je moet nog wel vijf jaar op stroom wachten”, zegt Todorovic cynisch.

Voor een goede baan zou hij nu wel terug gaan, maar hij ziet het niet meer gebeuren. In Belgrado kan hij rondkomen met het analyseren van beurskoersen en hij zingt in de punkband Prljavi Dripci (‘vuile eikels’). Een paar maanden geleden heeft hij wel een nieuw Kroatisch paspoort aangevraagd. „Daarmee heb je niet meer voor bijna elk land een visum nodig, zoals met het Servische.”

Van de ongeveer 350.000 Servische Kroaten die tussen 1991 en 1995 uit Kroatië zijn gevlucht, is inmiddels een kwart weer terug in hun geboorteland. Onder meer de Europese Unie (EU) heeft zware druk op Kroatië gezet om de etnische zuivering ongedaan te maken en de mensenrechten van Servische burgers in het land te eerbiedigen. De omstandigheden zijn verbeterd, maar er komt bijna niemand meer terug. Vooral jongeren huiveren bij de gedachte aan een leven op het verarmde en ontvolkte Kroatische platteland.

Stefan (72) en Tomka Crnomarkovic (75) wonen in de zomer weer op hun boerderij in Cetina, een uitgestrekt dorp in de bergachtige omgeving van Knin in de Kroatische regio Krajina, op de grens met Bosnië. Nadat Kroatië zich onafhankelijk had verklaard van de Joegoslavische Federatie, riep de Servische meerderheid in 1991 een eigen republiek uit in de Krajina, langs de grens met Bosnië-Herzegovina, en zuiverde het gebied van Kroaten.

In 1995 sloeg Kroatië terug, het Kroatische leger veegde het gebied met een zwaar offensief leeg. Zo’n 250.000 Serviërs vluchtten. Al eerder waren duizenden Servische Kroaten gevlucht uit andere delen van Kroatië.

Van de 45 kapot geschoten huizen langs de slingerende weg door Cetina zijn er tien herbouwd. Na vijf jaar wachten kon het bejaarde echtpaar terug naar hun woning, waarvan 30 vierkante meter is gerenoveerd door de overheid. De rest ligt nog in puin. Ze drinken koffie in de zon op de resten van de eerste verdieping. In de tuin staan de overwoekerde restanten van stallen. Stefan laat de kieren boven de deur zien. In de winter gaan ze naar hun kinderen in Servië om niet dood te vriezen. „Als het hele huis was hersteld waren onze zoons met hun gezinnen meegekomen”, denkt hij. „In Servië hebben ze het ook niet makkelijk.” Zijn vrouw schudt haar hoofd. Zonder scholen en artsen in de buurt wil ze het haar kleinkinderen niet aandoen.

Komend weekend zijn er lokale verkiezingen in Kroatië en wordt het weer even ouderwets druk in de Krajina. De partij van de Servische minderheid in Kroatië (SDSS) zet bussen in om stemgerechtigden op te halen in Servië. Kroatische partijen doen hetzelfde met in Bosnië wonende Kroaten met een dubbel paspoort. De stemmen van de vluchtelingen kunnen de politieke verhoudingen op lokaal niveau ingrijpend beïnvloeden. Bijna een half miljoen stemgerechtigden wonen niet in Kroatië.

„Die mensen komen stemmen omdat ze dan een gratis uitstapje naar hun geboortestreek hebben”, zegt Mirjana Stojkovic (61) uit Strmica, een dorp met 240 Servische inwoners. „Ze hebben geen idee van wat wij hier nodig hebben, hoe het openbaar vervoer naar de stad is.” Strmica is ‘schoon’, het woord dat zowel de Kroaten als de Serviërs gebruiken voor het resultaat van de etnische zuivering. De afgelopen jaren is er niemand meer teruggekomen.

Stojkovic voelde zich hier tien jaar geleden als ‘een indiaan in een reservaat’. „Ik was al bang voor een Kroatische muis”, zegt ze terwijl ze met een vuist op haar borst het bonken van haar hart nadoet. Inmiddels werkt ze voor een Kroatische meubelhandel in Knin – ‘mijn baas is heel correct’ - en negeert de nationalistische graffiti op de muren van gebouwen. „Het enige wat telt is dat hier werk is. Zonder banen komen er geen jongeren, Servisch of Kroatisch, en sterft het dorp uit.”

De meeste kantoren van internationale organisaties die zich met de vluchtelingen bemoeiden zijn inmiddels uit Knin weg. „Onofficieel hebben de instanties aan beide zijden de etnische schoonmaak geaccepteerd. Het is te laat om nog veel te veranderen”, zegt Zjarko Puhovski, voormalig voorzitter van het Helsinki Comité voor mensenrechten in Kroatië. Ook voor de EU heeft het onderwerp ‘geen prioriteit meer’, constateert hij. Ambassadeurs beginnen er meestal niet meer over.

Er slepen nog duizenden zaken van mensen die uit een appartement van de staat zijn verjaagd. De EC houdt in de gaten hoe die verlopen. Maar de terugkeer van de Servische Kroaten lijkt minder belemmering voor de toetreding van Kroatië tot de EU dan het slepende grensconflict met Slovenië of de subsidiëring van scheepswerven, valt op te maken uit de laatste voortgangsrapportage. Zodra die kwesties zijn opgelost is de weg vrij voor toetreding van Kroatië tot de EU.

Vlakbij het huis van Tomka en Stefan Crnomarkovic stopt een zwarte Volkswagen Golf uit Zagreb. Drie jonge Kroaten stappen uit om met hun grootvader Vinko Gojevic het uitzicht te bewonderen. Opa Gojevic heeft verderop een weekendhuis, maar daar is sinds de oorlog weinig van over.

Tweede huizen vallen niet onder de herstelregeling, vertelt hij verontwaardigd. Servische huizen worden wel hersteld. Maar de Servische Kroaten verkopen ze meteen om met de opbrengst in Servië te kunnen wonen. Zijn kleinzoon Hrvoje Gojevic, in een sportshirtje met een gouden schakelketting en een grote zonnebril leunt tegen zijn Golf. Hij vindt de natuur in de Krajina prachtig, maar schiet in de lach bij de idee zelf naar de verarmde regio te verhuizen. „Nooit! Wat kun je hier? Niets.”

    • Marloes de Koning