Mishandelen mag niet, doden wel

Schilderen met levende vissen, knuffeldieren maken van kadavers, een hond laten verhongeren in een museum. Hoever kunnen kunstenaars gaan? „Je mag je huisdier doden.”

Kunstenaar Marco Evaristti stelde in 2000 in een Deens museum goudvissen tentoon in blenders. Twee werden er door bezoekers vermalen. De Costa Ricaanse kunstenaar Guillermo Vargas liet in 2007 een hond verhongeren in een museum. De brokjes stonden net buiten bereik. De Frans-Algerijnse kunstenaar Adel Abdessemed trekt momenteel langs galeries met een video-installatie waarin te zien is hoe zes dieren (varken, geit, schaap, hert, koe, paard) de schedel wordt ingeslagen met een hamer.

Hoever kan men in de kunst gaan bij het gebruik van dieren? Kunstenaars tasten ethische en juridische grenzen af. Is het strafbaar wat ze doen? Waar ligt de verantwoordelijkheid van musea?

Vragen die ook bij recente exposities in Nederland gesteld kunnen worden. Wat te denken van het werk van het duo Idiots op Art Amsterdam: papegaaienkopjes die uit een koptelefoon steken en een das die is geplet onder een strijkijzer. Of de opgezette hertjes van Steve Bishop en de dode eenden van Tom Claassen, die in februari op Art Rotterdam te zien waren.

De museumsector voelt zich vooralsnog niet geroepen om dit soort kunstwerken te weren. Dat blijkt uit een advies van de zogenoemde Ethische Codecommissie voor Musea, die is ingesteld door onder meer de Nederlandse Museumvereniging. Deze commissie toetst ethische kwesties aan een gedragscode waaraan musea zich dienen te houden.

De code stelt onder meer dat musea hun publiek moeten beschermen tegen „onethisch en strafbaar gedrag”. Aan de andere kant moeten musea de authenticiteit van kunstenaars en kunstwerken respecteren en waarborgen.

In 2004 boog de commissie zich over een klacht van de Stichting Vissenbescherming, die vond dat het Stadsmuseum in Woerden een tentoonstelling had moeten verbieden en aangifte had moeten doen van dierenmishandeling door de kunstenaar, Theo van Meerendonk. Deze had een goudvis ingesmeerd met verf en laten spartelen tot de dood. De vis en een video van zijn doodstrijd waren te zien in het Stadsmuseum.

Tot teleurstelling van de Vissenbescherming stelde de commissie dat het noch aan haarzelf noch aan het museum was om een oordeel te vellen over het gedrag van de kunstenaar. „Dit is voorbehouden aan de rechter.” Wel vond de commissie dat het museum de reacties van het publiek – dat met walging had gereageerd – verkeerd had ingeschat. Het museum had tekst en uitleg moeten geven van de bedoelingen van de kunstenaar. Aangifte doen van dierenmishandeling is „geen burgerplicht”, zo merkte de commissie nog op.

Een „ronduit verwerpelijk” advies, volgens de Vissenbescherming. „De commissie wenst ten opzichte van dierenmishandeling kennelijk zelf geen ethische normen te hanteren. Ze stelt zich volstrekt passief op ten aanzien van datgene wat in de musea wordt tentoongesteld.”

Een andere ethisch en juridisch interessante ‘casus’ is kunstenares Katinka Simonse, alias Tinkebell. Zij maakte een handtas van haar kat, dreigde 61 eendagskuikentjes in de shredder te doden als haar publiek ze niet kocht, sloot honderd hamsters op in plastic speelballen waarin ze urenlang rond renden en verwerkte katten- en hondenlijkjes tot speelgoedbeesten.

De Partij voor de Dieren heeft meermaals Kamervragen gesteld over haar projecten. „Zonder effect helaas”, zegt partijleider Marianne Thieme. „De minister van Landbouw vindt dit iets dat zoveel mogelijk aan de markt moet worden overgelaten. Ze wil er geen ethische beoordeling over geven.”

Volgens de Stichting Dierenbescherming onderzoekt het Openbaar Ministerie of Tinkebell moet worden vervolgd wegens overtreding van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. De Landelijke Inspectiedienst van de Dierenbescherming nam vorig jaar haar hamsters in beslag. Een actiegroep deed aangifte wegens dierenmishandeling en moord op haar kat.

De kans dat ze wordt vervolgd, lijkt op het eerste gezicht niet groot. „Voor huisdieren gelden in Nederland veel minder regels dan voor productiedieren”, zegt Peter Koolmees, bijzonder hoogleraar diergeneeskunde in historische en maatschappelijke context aan de Universiteit van Utrecht. „In de wet staat alleen hoe koeien, varkens en kippen gehuisvest moeten worden, en op welke manier ze gedood moeten worden voor de slacht. Kleine huisdieren mag je in Nederland ongestraft doden, mits je het op een zorgvuldige en deskundige manier doet.” Pas als het doden gepaard gaat met pijn of vermijdbaar lijden bij het dier, kan de politie optreden. Niet het doden is dan strafbaar, maar het toebrengen van pijn.

Een rechterlijke uitspraak laat zien dat kunstenaars toch niet helemaal ongestraft hun gang kunnen gaan. De kunstenaar uit Woerden waarover de ethische commissie zich boog, is door de politierechter in 2004 schuldig verklaard aan het „zonder redelijk doel mishandelen van een goudvis”.

De kunstenaar kreeg echter geen straf opgelegd, omdat hij volgens de rechter al genoeg gestraft was door de negatieve media-aandacht en bedreigingen die hij had ontvangen.