'Mijn missie in de historie houdt op'

De Chinese premier Zhao sympathiseerde in 1989 met de studentenopstand. Uit postuum gepubliceerde memoires blijkt voor het eerst hoe hij de machtsstrijd beleefde die hem nekte.

Zhao Ziyang in 2003 Foto Reuters Former reformist Communist Party general secretary Zhao Ziyang poses for photo at his home in central Beijing in this undated photo taken in 2003. The memoirs of China's late Communist Party chief who was sacked in 1989 for sympathising with student protesters will give the Party plenty to think about when deciding the country's political future, his one-time top aide said. REUTERS/New Century Media and Consulting Co., Ltd. (CHINA POLITICS HEADSHOT) BLACK AND WHITE ONLY. FOR EDITORIAL USE ONLY. NOT FOR SALE FOR MARKETING OR ADVERTISING CAMPAIGNS REUTERS

HARRY MEIJER

Uiteindelijk gebeurt dan toch wat hij uit alle macht had willen voorkomen. Het Chinese volksleger slaat begin juni 1989 met veel geweld de opstand van studenten op het Plein van de Hemelse Vrede in Peking neer. „Op de avond van 3 juni hoorde ik, terwijl ik met familielieden in de tuin zat, luide kanonschoten. Een wereldschokkende tragedie was niet afgewend en voltrok zich alsnog”, vertelt premier Zhao Ziyang in zijn memoires die volgende week postuum worden gepubliceerd.

Zhao overleed in 2005 nadat hij zestien jaar onder huisarrest had gestaan. Levenslang isolement in een steegje in Peking was de straf geweest voor zijn verzet tegen de harde aanpak van de opstand waarmee de partijtop de toen ontluikende liberalisering in China de kop indrukte.

Het boek – Staatsgevange N°1, Het geheime dagboek van premier Zhao Ziyang – heeft een opmerkelijke ontstaansgeschiedenis. In het geniep sprak Zhao, tijdens zijn jarenlange detentie thuis, dertig cassettebanden in met elk zestig minuten speeltijd. Het betrof oude banden die in zijn huis slingerden met muziek voor kinderen en de Peking Opera. Zhao gaf de audiodagboeken een volgorde door ze met potlood te nummeren. Toen hij zijn ervaringen na ongeveer twee jaar had opgenomen, verspreidde hij de banden onder goede vrienden. Deze besloten in 2005, na Zhao’s overlijden, het geluidsmateriaal geschikt te maken voor transcriptie.

Zhao, in 1980 door partijleider Deng Xiaoping tot premier benoemd en secretaris-generaal van de partij, was binnen de communistische elite pleitbezorger van een gematigde, liberale koers. Hij toonde begrip voor de studenten die de straat opgingen voor meer vrijheid en tegen de heersende corruptie.

Omdat hij zich met standpunt alleen voelt staan en de intriges van zijn tegenstanders zat is vraagt Zhao op 17 mei, als de studentenacties op het Plein van Hemelse Vrede volop bezig zijn, een gesprek onder vier ogen aan met partijleider Deng Xiaoping. Deze zegt een gesprek toe bij hem thuis. Als Zhao daar aankomt, blijkt Deng het voltallige Permanent Comité te hebben uitgenodigd. Hij voelt direct aan dat het niet goed zit. Terwijl Zhao opnieuw pleit voor een dialoog met de demonstranten – het zijn er op dat moment tussen de driehonderd- en vierhonderdduizend – maakt Deng „een ongeduldige en misnoegde indruk”.

De partijleider trekt de conclusie die eigenlijk voor de bijeenkomst al vastligt: „Er is geen weg meer terug zonder dat de situatie volledig uit de hand loopt en daarom moeten we militaire troepen naar Peking sturen en de staat van beleg afkondigen.” Volgens de partijtop betroffen de acties „tegen de partij gerichte, antisocialistische oproer”, zoals het Volksdagblad van 26 april al in een hoofdredactioneel commentaar stelde. Juist dat commentaar, ingestoken door Zhao’s rivaal Li Peng, maakte de studenten furieus. Herziening van het commentaar had volgens Zhao de angel uit het protest gehaald.

Zhao is na het gesprek bij Deng totaal van slag, schrijft hij, en gaat zwaar geëmotioneerd naar huis. „Ik zei tegen mezelf dat ik onder geen beding de secretaris-generaal wilde worden die het leger had gemobiliseerd om de studenten demonstaties neer te slaan”. ’s Avonds weigert hij de staat van beleg af te kondigen in een vergadering van partijkader. Zhao verklaart: „Het ziet er naar uit dat mijn missie in de geschiedenis hier ophoudt”. Hij heeft zijn ontslagbrief voor het Permanent Comité al op zak, maar trekt hem onder druk van de omstandigheden toch weer.

In Staatsgevangene No 1, het geheime dagboek van premier Zhao Ziyang, doet Zhao gedetailleerd verslag van de machtsstrijd in de top van de communistische partij, tussen haviken als bij voorbeeld Li Peng en hervormers als hij. Het gevecht waarin hij uiteindelijk het onderspit moest delven tegen de oude, conservatieve garde.

Het boek, dat dinsdag tegelijkertijd in de Verenigde Staten en Nederland wordt gepubliceerd, komt twintig jaar na opstand op het Plein van de Hemelse Vrede. Op 4 juni 1989 opende het Volksbevrijdingsleger op het Plein van de Hemelse Vrede in Peking het vuur op tienduizenden studenten en burgers. Volgens de Chinese overheid vielen er 250 dodelijke slachtoffers, volgens mensenrechtenorganisaties enkele duizenden. Deze dramatische episode in de moderne geschiedenis van de land is nog altijd een taboe. Over ‘het plein’ zwijgen de autoriteiten nog altijd.

Zhao was een hervormer en toont zich in het boek een hartstochtelijk voorstander van democratisering als voorwaarde voor duurzame stabiliteit. In het voorwoord van het boek wordt geschetst hoe eind 1987, aan het einde van een geanimeerd congres, de Chinese communistische partij, met Zhao voorop, laat blijken dat er een nieuw tijdperk is aangebroken. In de Grote Hal van het Volk in Peking presenteert het Permanent Comité zich in moderne, westerse zakenkledij. Het Mao-pak, dat zo lang symbool had gestaan voor de eenheid van de partij, was uit de mode. Stralend middelpunt van deze manifestatie van modieuze moderniteit was Zhao Ziyang, zojuist benoemd tot secretaris-generaal van de partij. Zhao wilde China hervormen en een brug slaan naar de rest van de wereld en liet dat in de Grote Hal van het Volk zien met een double breasted streeppak. Uiteindelijk zou hij veroordeeld worden tot de soberheid van zijn huis.