Londen koopt toch jagers voor luchtmacht

De Britse regering heeft gisteren alsnog ingestemd met de aankoop van meer Eurofighters voor zijn luchtmacht.

Londen overwoog eerder het contract voor de aanschaf van 88 van deze Europese gevechtsvliegtuigen op te zeggen – de Royal Air Force heeft nu 144 Eurofighters in dienst of in vaste bestelling. De andere drie landen die betrokken zijn bij de bouw van de Eurofighter, Duitsland, Spanje en Italië, hadden grote druk uitgeoefend op Groot-Brittannië om zijn verplichtingen na te komen. De Britten hadden naar schatting 2 miljard euro aan boete moeten betalen.

De regering van Gordon Brown gaf gisteren aan de druk toe, maar de premier waarschuwde wel dat de kosten naar beneden moeten, onder meer door minder uren met het vliegtuig te gaan vliegen.

De Eurofighter Typhoon is een gezamenlijk Europees project, waarbij elk land in vier afzonderlijke assemblagelijnen de toestellen voor zijn eigen luchtmacht in elkaar zet. Alle onderdelen worden gebouwd en onderling uitgewisseld door Alenia (Italië), BAE Systems (Groot-Brittannië) en EADS (Duitsland en Spanje).

Londen is met de producerende bedrijven overeengekomen dat de order van 88 toestellen in tweeën wordt gesplitst. De Britten nemen nu 16 vliegtuigen af, ter waarde van 1,6 miljard euro. De andere 72 mogen worden verkocht aan andere landen. De vraag is wel of daar veel belangstelling voor bestaat. Ook binnen de RAF zelf wordt de Eurofighter gezien als een verouderd toestel: het ontwerp gaat terug tot 1980.

Bij het besluit van de Britse regering speelt ook de werkgelegenheid een rol: in het Verenigd Koninkrijk zijn 40.000 mensen afhankelijk van het contract.