Is dit de top 3, morgen?

Elk jaar worden landen op het Eurovisiesongfestival beticht van vriendjespolitiek.

Onterecht. Factoren als taal en religie zijn veel vaker reden om op elkaar te stemmen.

Op basis van zoektermen voorspelt Google dat Turkije wint (deze foto), gevolgd door Noorwegen en Griekenland . Foto’s AFP en Reuters Turkey's entry into the Eurovision 2009 song contest Hadise performs during the first semi-final round in Moscow on May 12, 2009. AFP PHOTO / DMITRY KOSTYUKOV AFP

„Wij zijn fans van het Songfestival en daar schamen we ons niet voor!” Michel Vennekoop en Laura Spierdijk zeggen het lachend. Samen met honderd miljoen andere Europeanen kijken ze trouw naar de liedjeswedstrijd, waar in Nederland vaak schamper over wordt gedaan.

Michel Vennekoop (37) is wiskundige aan de Universiteit Twente en Laura Spierdijk (32) econometrist aan de Rijksuniversiteit Groningen. Spierdijk is al van jongs af aan fan van het Songfestival. Tijdens haar studie begon ze te fantaseren over een statistische analyse van het stemgedrag. Wat als ze de winnende formule ontdekte? Dan kon Nederland eindelijk weer eens winnen.

Zelfs na Spierdijks promotie leefde de fantasie voort. Op een dag sprak ze erover met een collega, Michel Vennekoop. De wiskundige was tot haar verrassing meteen enthousiast. Spierdijk wist toen nog niet dat ook Vennekoop fan is. Na enig zoeken vonden ze allerlei statistieken over uitslagen, scores per land, en details over inzendingen. Ze gingen aan de slag.

Een formule voor een gegarandeerde overwinning vonden ze niet. Wel ontdekten ze dat bijna alle landen hun stem laten beïnvloeden door andere factoren dan de kwaliteit van het liedje. Zo houden Nederlanders en Letten iets meer van Franstalige liedjes, terwijl de rest van Europa daar minder van houdt. De Fransen hebben op hun beurt een afkeer van Engelstalige liedjes. Ierland stemt graag op katholieke deelnemers. Cyprus op Grieks-orthodoxe.

Vrijwel alle landen waarderen de inzending van hun buren een beetje hoger dan de rest. Maar Nederland vindt de inzending van België gemiddeld leuker dan andersom. Migranten stemmen massaal op het land van herkomst. Bijna alle landen vinden vrouwen leuker dan mannen of groepen. Cyprus en Griekenland zijn Europees kampioen op elkaar stemmen. Ze geven elkaar altijd tien of twaalf punten, de hoogst mogelijke score.

Leuke feitjes, maar wat moeten we ermee als we de Toppers niet gegarandeerd kunnen laten winnen? Vennekoop: „Sinds de invoering van het telefonisch stemmen wordt er geklaagd dat het Songfestival alleen nog maar om vriendjespolitiek draait. West-Europese landen zouden daarom bij voorbaat geen kans meer maken om te winnen.” Het onderzoek laat zien dat dit geen politieke, maar vooral culturele, linguïstische en religieuze oorzaken heeft.

„De media roepen altijd maar dat Oost-Europeanen vals spelen”, zegt Vennekoop. „Maar als je eerlijk bent, moet je ook toegeven dat ze hun deelname aan het festival veel serieuzer nemen. Ze sturen betere artiesten.”

Spierdijk en Vennekoop ontwierpen een statistisch model waarmee ze allerlei factoren kunnen onderscheiden die invloed hebben op het stemgedrag van individuele landen. Religie, overeenkomsten in taal en cultuur, geografische ligging, geslacht van de deelnemer, taal waarin wordt gezongen, en de aanwezigheid van etnische minderheden. De uitkomsten zijn opvallend.

Uit het model blijkt dat bepaalde landen met hetzelfde geloof elkaar hoger waarderen. Dat geldt ook voor landen met verwante talen. Hoe meer talen op elkaar lijken, hoe hoger de onderlinge score uitpakt. Ook waarderen buurlanden elkaar hoger dan gemiddeld, zeker als ze elkaars televisiezenders kunnen ontvangen.

Rekening houdend met deze factoren, concluderen de wetenschappers dat de jaarlijkse puntenruil van Cyprus en Griekenland meer is dan vriendjespolitiek. Griekenland en Cyprus lijken cultureel nu eenmaal meer op elkaar dan bijvoorbeeld Nederland en Duitsland.

Een andere opvallende uitkomst van het onderzoek is dat een grote diaspora veel extra punten oplevert. Vennekoop: „We zien heel duidelijk dat Turkije steevast een hoge waarderingen krijgt uit landen waar veel Turken wonen, zoals België, Duitsland, Frankrijk en Nederland.”

De wetenschappers beschikken niet over cijfers over de verspreiding van andere etnische minderheden over Europa, zoals Bosniërs, Serven, Kroaten of etnische Russen. Ze vermoeden dat ook deze groepen extra fanatiek op hun oorspronkelijke vaderland stemmen.

Slechts drie landen blijken niet bestand tegen de formule: de Baltische staten. „Deze landen geven elkaar altijd meer punten dan de culturele overeenkomsten rechtvaardigen. Dit lijkt inderdaad op vriendjespolitiek”, aldus Spierdijk. Estland won het festival in 2001, Letland in 2002.

Dit jaar keert de jury deels terug op het festival. Naast de telefonische stemming, worden er per land punten gegeven door een vakjury. De beoordeling van de jury en het publiek wegen even zwaar.

Spierdijk en Vennekoop kijken verwachtingsvol naar morgen uit. „Het wordt morgen interessant om te zien of de vakjury’s anders stemmen dan het publiek. Vermoedelijk wordt de uitslag nu minder beïnvloed door culturele effecten en de diaspora.” Maar uiteindelijk is de econometrist van mening dat kwaliteit de belangrijkste garantie voor succes is.

„Servië won in 2007 met een prachtig, ingetogen liedje. Als de kwaliteit goed is, zie je dat alle landen dat waarderen. Uiteindelijk is het toch gewoon zoals Johan Cruijff het al zei. De winnaar is altijd de beste.”

Rectificatie / Gerectificeerd

correcties en aanvullingen

Songfestival

In het artikel Is dit de top 3, morgen? (15 mei, pagina 6) wordt verwezen naar een onderzoek van Michel Vennekoop. De universitair hoofddocent van de Universiteit Twente heet Michel Vellekoop.

    • Sander Heijne