Ingetogen prachtfilm

Dvd film

Séraphine

Regie: Martin Provost. Met: Yolande Moreau. € 17,99 * * * * *

De grote winnaar van de Césars, het ingetogen biografische drama Séraphine, komt in Nederland niet in de bioscoop en verschijnt direct op dvd. Dat is eeuwig zonde, want het is een prachtige film, verdiend bekroond met de Franse variant op de Oscars voor onder meer beste film, beste actrice en beste scenario.

Séraphine gaat over het leven van de Franse schilderes Séraphine Louis (1864-1942), die bekend is als Séraphine de Senlis. Maar de film is gelukkig geen conventionele biopic, die in ijltempo de hoogte- en dieptepunten van haar leven achterna jakkert. Regisseur Martin Provost heeft scherpe keuzes durven maken. Hij concentreert zich op de relatie van de schilderes met haar ontdekker en mecenas, de kunsthandelaar Wilhelm Uhde (Ulrich Tukur, niet bekroond, maar ook erg goed).

Uhde was niet alleen een vroege verzamelaar van Braque en Picasso, maar ook een pionier bij het verzamelen van zogeheten ‘naïeve’ kunst van onder anderen de douanier Rousseau. Als hij erachter komt dat zijn zonderlinge huishoudster in de avonduren schildert op houten panelen (onder meer met dierenbloed) ontdekt hij in haar een natuurtalent.

Het mysterie van haar gave blijft in tact. Ze schildert elke nacht, met haar panelen en doeken voor haar op de grond, pal onder haar neus. Ze krast, veegt en zingt erbij. Provost laat de werken slechts sporadisch zien en dan nog alleen in korte flitsen, waardoor ze nog sterker van het scherm afspatten: complexe, woeste, felgekleurde bloemtaferelen. De film oogt verder grijs, blauw en regenachtig.

De mystiek aangelegde Séraphine praat tegen de bomen, brouwt haar eigen ‘energiewijn’ en maakt haar schilderijen naar eigen zeggen in opdracht van haar beschermengel. Maar Yolande Moreau speelt de schilderes niet zweverig, maar als een sterke, onverstoorbare, zeker niet gemakkelijke vrouw. Ze vermijdt zo de gemakkelijke romantisering van Séraphine als een soort ‘nobele wilde’. Wanneer haar werk succes begint te krijgen in Parijse kunstkringen jaagt ze haar beschermer meteen op hoge kosten – door een dure japon en zelfs meteen een nieuw huis aan te schaffen.

Ook haar mecenas heeft zijn minder aantrekkelijke kanten: hij gelooft in haar talent („Luister niet naar wat andere mensen zeggen. Ze hebben er geen verstand van.”) en helpt waar hij kan. Maar hij is ook zeer in zichzelf gekeerd – worstelend met zijn positie als buitenstaander in tweevoudig opzicht: als homoseksueel en als Duitser in Frankrijk. Alleen oog in oog met de kunst vallen zijn reserves even weg.

    • Peter de Bruijn