Het rijk der machtelozen

Het NCRV-televisieprogramma Rondom 10 besteedde de afgelopen weken twee keer aandacht aan de aanslag in Apeldoorn. Het leverde een ontluisterend beeld op van de staat van Nederland. De wanhoop en woede van Karst T. over het vooruitzicht om van een uitkering van 1.000 euro te moeten rondkomen, werden in de eerste uitzending op één lijn gesteld met het onverwerkte oorlogstrauma van een Irakese vluchteling die als zevenjarige getuige was geweest van bombardementen in de oorlog tussen Irak en Iran (1980-1988), waarin naar schatting 1,6 miljoen doden vielen.

De tweede uitzending was gewijd aan mensen die zich na de eerste uitzending van Rondom 10 spontaan bij de redactie hadden gemeld omdat ze zich herkenden in de wanhoop van Karst T. Ze konden zich zelfs voorstellen dat ze in een vlaag van blinde woede hetzelfde zouden hebben gedaan. De redactie had „heel veel mails, brieven en telefoontjes” van die strekking ontvangen. Ongetwijfeld was er minder begrip voor de dader getoond als die niet wit, maar olijfkleurig was geweest.

Opvallend was dat weinig wereldschokkende zaken de gasten in de studio naar eigen zeggen tot blinde woede brachten. Een dame uit Haarlem (alleenstaand, werkloos) voerde sinds haar burn-out strijd met de uitkeringsinstantie UWV en de sociale dienst, die maar niet naar haar wilden luisteren. Een baan op minimumloonniveau (dat is meer dan 140 procent van het sociaal minimum voor een alleenstaande) weigerde ze omdat ze daar „haar kosten niet van kon betalen”. Van haar uitkering volgt ze nu een opleiding natuurgeneeskunde.

Een moeder met een huilbaby vertelde in de uitzending dat zij ook (lees: net als Karst T.) ooit met een waas voor de ogen in de auto was gestapt. Ze was destijds uitgeput door het geven van borstvoeding en de zorg voor haar twee andere kinderen. Het was „puur geluk geweest” dat zij niet net zoveel slachtoffers als Karst T. had gemaakt. Ze vertelde het met een zekere trots. Aan de huisarts, die haar destijds had geadviseerd te stoppen met borstvoeding en weer aan het werk te gaan, had ze „niets gehad”.

Een eigenaar van een lunchroom uit Breda kon zich de blinde woede en dodelijke actie van Karst T. voorstellen, althans sinds de overheid het had gewaagd door middel van democratische besluitvorming een rookverbod voor de horeca in te stellen. De lunchroomeigenaar voegde er half dreigend aan toe dat veel zou afhangen van de uitspraak in hoger beroep op 12 mei.

Het is een hele opluchting voor de koningin en de natie dat het Bossche hof in al zijn wijsheid heeft besloten de lunchroomhouder in het gelijk te stellen. Hopelijk is het hof in Leeuwarden, dat zich binnenkort over het rookverbod moet uitspreken, net zo verstandig.

Socioloog en publicist Herman Vuijsje, die als deskundige in de studio zat, merkte op dat hij heel verschillende verhalen hoorde en dat de aanslag werkt als een Rorschach-inktvlektest waar iedereen zijn eigen onvrede op projecteert. Maar de gasten hadden juist veel gemeenschappelijk. Zo waren ze het er roerend over eens dat „anderen” zich wentelden in het slachtofferschap, maar zijzelf natuurlijk niet. Ook beklaagden ze zich er stuk voor stuk over dat er niet naar hen geluisterd werd. Hans Beerekamp typeerde ze afgelopen maandag in deze krant treffend als de machtelozen.

Nederland is niet het enige land waar een bloedbad is aangericht. De Verenigde Staten werden tien jaar geleden opgeschrikt door een moordpartij op de middelbare school Columbine in de staat Colorado. In het Belgische Dendermonde stak in januari een twintigjarige jongen twee kleuters en een kleuterleidster dood en verwondde twaalf anderen. En twee maanden geleden doodde een zeventienjarige jongen in het plaatsje Winnenden in Duitsland vijftien mensen op zijn middelbare school en pleegde vervolgens zelfmoord.

Nederland is wel het enige land waar openlijk met de dader wordt gesympathiseerd. Waarom? De enige reden die ik kan bedenken is dat de koningin het doelwit van de aanslag was. De gebeurtenissen in Apeldoorn symboliseren kennelijk een aanval van de machtelozen op de autoriteiten, de bureaucraten en de falende hulpverleners.

Dat had weer anders gelegen als de dader van Marokkaanse of Turkse origine was geweest. Dan zou de aanslag ongetwijfeld als een aanval op onze onvolprezen liberale rechtsstaat de geschiedenis in zijn gegaan, maar dit terzijde.

Bijna twintig jaar geleden was een politiek conflict tussen premier Lubbers en vicepremier Kok over de koopkrachtplaatjes voor mij de directe aanleiding om lid te worden van de PvdA. Kok had bij de jaarlijkse begrotingsonderhandelingen het politiek onaanvaardbaar uitgesproken over een koopkrachtverslechtering van 0,3 procentpunt voor de minima. Pure rijkdom, vond ik toen.

Wat een armoede, denk ik nu. Een overheid die koopkrachtplaatjes tot belangrijkste beleidsdoelstelling verheft, wekt de indruk dat overheidsbeleid in plaats van talent en eigen initiatief bepalend is voor het financiële welzijn van haar onderdanen. Zo’n overheid haalt zich ook de „blinde woede” op de hals van al degenen die het door omstandigheden even wat minder voor de wind gaat. Afhankelijkheid leidt tot rancune, zo blijkt maar weer.

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/mees