'Geloof is een optie'

A Secular Age, het standaardwerk van de belangrijke Canadese filosoof Charles Taylor, is vertaald. ‘Men ziet zijn overtuigingen voor kennis aan.’

utrecht charles taylor foto rien zilvold Zilvold, Rien

Ja, geeft Charles Taylor toe, een beetje verbaasd was hij wel toen hem twee jaar geleden de Templeton Prize werd toegekend, de jaarlijkse ‘alternatieve Nobelprijs’ voor mensen die zich sterk gemaakt hebben voor het ‘bevestigen van de spirituele dimensie van het bestaan’. Eerdere winnaars waren Moeder Teresa en de evangelist Billy Graham, de laatste jaren gaat de prijs steeds vaker naar wetenschappers, zoals de kosmoloog John D. Barrow of de fysicus Freeman Dyson. De boodschap lijkt dat godsdienst en wetenschap elkaar niet hoeven uit te sluiten, en dat is ook de strekking van Een seculiere tijd, Taylors omvangrijke, complexe filosofische studie over geloof in een tijd waarin religie niet meer vanzelf spreekt. „De Templeton is eigenlijk een oeuvreprijs, maar ik denk dat ik hem zuiver en alleen aan dit boek te danken heb.’’

Taylor (1931), in Nederland voor een lezing bij het Utrechtse Centre for the Humanities, is een man met een relativerende lach. Hij spreekt zoals hij schrijft, bedachtzaam en onderzoekend. Het is moeilijk om in hem een polemist te zien, maar toch is zijn boek zo opgevat: als een antwoord op het strijdlustige atheïsme van wetenschappers als Richard Dawkins en journalisten als Christopher Hitchens, die religie als een gevaarlijke vorm van verdwazing beschouwen. De Britse filosoof John Gray noemde Taylors boek een counterblast, tegengeschut.

Was uw boek zo bedoeld?

„Ja, zo mag je het wel beschouwen, al gaat het om een genuanceerd betoog. Maar mijn betoog is zeker subversief in het licht van algemeen geaccepteerde noties over geloof en ongeloof.

„Ik heb het vooral gemunt op de neiging om het verleden vanuit het heden te verklaren. In je eigen tijd construeer je een idee over wat mens-zijn betekent. De vraag die zich vervolgens aandient, is waarom mensen er vroeger een ander beeld van zichzelf op nahielden. Tenslotte is de enige conclusie dat men de waarheid niet onder ogen wilde zien, probeerde die weg te moffelen of te onderdrukken. Waarschijnlijk is die redenering van alle tijden.’’

Maar dat verklaart niet waarom het debat tussen ongelovigen en gelovigen de laatste jaren zo verhit is geworden, waarom mensen het nodig vinden om vanaf Londense stadsbussen het niet-bestaan van God te verkondigen. Waar komen al die boze atheïsten ineens vandaan?

„Mensen die hartstochtelijk geloofden in de notie dat heel de wereld onvermijdelijk seculier zou worden, voelen zich onbehaaglijk nu duidelijk wordt dat religie niet zal verdwijnen. Paradoxaal genoeg lijkt hun reactie erg op die van sommige 19de- eeuwse bisschoppen toen ze met Darwin werden geconfronteerd. Ook zij dachten dat de geschiedenis aan hun kant stond, dat het christendom zich onherroepelijk over de hele wereld zou verspreiden.”

In het eerste deel van Een seculiere tijd beschrijft Taylor nauwgezet het proces van ‘onttovering’ van de wereld – hoe kan het dat het voor een mens in 1500 onmogelijk was om niet te geloven, terwijl de gelovige tegenwoordig zich in een seculiere wereld bevindt? Taylor acht het van het grootste belang dat we beseffen welke weg we in het Westen hebben afgelegd. „Wanneer we onze blik op de mensen in het verleden veranderen, verandert ook het beeld dat we van onszelf hebben.’’

Een van de eerste noties die u omver kegelt, is dat secularisatie een zelfstandige ontwikkeling is geweest. Hoe zit dat?

„Het proces van secularisatie is nauw verwant aan hervormingen in het christendom. Niet alleen de Reformatie, maar ook allerlei hervormingen daarvoor, binnen de katholieke kerk. In het geloof kwam een steeds grotere nadruk te liggen op persoonlijke inzet, op individueel geloof. Ons eigen leven moest in toenemende mate een afspiegeling zijn van de Evangeliën. In de Middeleeuwen kon je nog een werelds leven leiden, terwijl een kleine groep mensen in de samenleving zich volledig aan God wijdde. Na de Reformatie werd dat onmogelijk: als je je niet aan God wijdde, was je verdoemd. De kerk werden minder belangrijk, terwijl maatschappelijk gedrag, ons werk en gezinsleven, steeds sterker religieus gedisciplineerd werd. Daardoor kwam de wereldse orde op zichzelf te staan; ons idee van het goede leven had ineens geen bovennatuurlijke orde meer nodig.”

„Wanneer religie volledig in onze zichtbare wereld besloten ligt, anders gezegd volledig immanent is geworden, kan op een gegeven moment gemakkelijk geconcludeerd worden dat die wereld het heel goed alleen af kan. Dat God niet langer nodig is, of sterker, zelfs in de weg zit. Die immanentie was in de geschiedenis volledig nieuw. Daarvoor werden altijd hogere machten of wezens aangeroepen, fenomenen buiten de werkelijkheid bepaalden en verklaarden ons leven.

„We zijn onszelf dus op een andere manier gaan zien, waardoor onze morele, ethische en politieke denkbeelden veranderden. Secularisatie komt uit het christendom voort. Dat verklaart ook waarom het zich in de rest van de wereld, zoals bijvoorbeeld in India, zo lastig laat importeren.”

Het gevolg is dat geloof zich vandaag de dag omringd weet door ongeloof.

„Geloof is een optie geworden. Je kunt je leven leiden, grote beslissingen nemen, spreken over goed en kwaad, zonder een beroep te doen op godsdienst. Voor veel mensen is dat bevredigend. Voor anderen juist niet, die vinden zo’n leven vlak en leeg. Maar iedereen maakt deel uit van dezelfde geestelijke ruimte, die immanent is geworden. Gelovigen in 1500 zouden dat gevoel van leegte niet begrepen hebben. Ze zouden zich door boze geesten bedreigd hebben gevoeld.”

Taylor zelf is filosoof, maar hij is ook katholiek, wat voor sommigen van zijn critici moeilijk verenigbaar is. Hij noemt zich een katholiek van het Tweede Vaticaans Concilie en in zijn boek bekritiseert hij de hang naar uniformiteit binnen de kerk. „De katholieke kerk is eeuwenlang zeer pluriform geweest; pogingen om alles in een keurslijf te duwen zijn relatief nieuw. Het gaat steeds om een reactie tegen wat gezien wordt als een bedreiging van buitenaf. Eerst was er het Trentse concilie, waarin men zich tegen de Reformatie keerde door de teugels aan te halen, toen kwam de Franse Revolutie. Maar dat streven naar eenheid en discipline gaat in tegen de geest van het geloof.

„De huidige paus is bijzonder intelligent en toegewijd, maar uit zijn uitspraken valt op te maken dat hij geen benul heeft van de situatie in de westerse wereld. Hij heeft het steeds maar over een verderfelijk relativisme. Nou, misschien is dat begrip van toepassing op een paar hoogleraren in de literatuur, maar verder slaat het nergens op. Mensen nemen heel verschillende posities in ten aanzien van het geloof, ze zoeken naar een manier om vreedzaam samen te leven. Diversiteit wordt als een bedreiging gezien, als een morele zwakte. Maar beseffen dat je omringd wordt door andersdenkenden, heeft niets met relativisme te maken.’’

Is dat geen algemene kwaal? Relativisme wordt door iedereen als scheldwoord gebruikt. Zelfs atheïsten voelen tegenwoordig de noodzaak om zich te verenigen.

,,Er is veel polarisatie, die wordt aangemoedigd door boeken als The God Delusion van Dawkins. Ik ben bevriend met Daniel Dennett, die ervan overtuigd is dat alles op de wereld een naturalistische verklaring heeft, hij toont zich strijdlustig ten opzichte van het geloof. Maar er zijn genoeg ongelovigen die zich ongemakkelijk voelen bij al die polemiek. Mijn boek is geschreven vanuit een ethisch ideaal: het zou mooi zijn wanneer we zouden leren begrijpen waarom mensen van elkaar verschillen. Dan kom je ook niet in de verleiding om een karikatuur te maken van andermans opvattingen. Probeer te begrijpen wat er zo aantrekkelijk aan is. Een dergelijke uitwisseling tussen een gelovige en een niet-gelovige kan wel degelijk tot een gevoel van verwantschap leiden.’’

Zoals bij u en Daniel Dennett?

„Ja, nou ja, er bestaat wel een zekere ironische distantie tussen ons.”

Begrijpelijk, want is er tussen de gelovige en de niet-gelovige niet iets dat onoverbrugbaar lijkt? In uw boek staat dat ieder mens streeft naar ‘vervulling’ , maar anders dan de niet-gelovige, zoekt de gelovige dat in iets buiten de eigen ervaring.

„Dat blijft een heikel punt. Maar veel mensen bevinden zich ergens tussen deze twee extreme standpunten in. Die geloven niet in iets wat buiten henzelf ligt, maar een zuiver wetenschappelijke verklaring van hun bestaan voldoet ook niet. Ze verzetten zich tegen een reductionistisch atheïsme, zonder dat ze hun heil in het bovennatuurlijke zoeken.

„Ik heb problemen met het feit dat men zich gedwongen of verplicht voelt partij te kiezen. Dat maakt mensen blind voor de gaten in hun eigen betoog, aan weerskanten van het debat. Ben je vandaag de dag een aanhanger van de Verlichting, dan onderschrijf je daarmee een heel pakket van aannames. De wetenschap verklaart de wereld. We vinden de durf, zoals Kant ons opdraagt, om te weten. Moedig durven we dan de leegte onder ogen te zien. Zeker, er is geen plaats voor God in de natuurkunde, maar verklaart de natuurkunde alles in ons leven?

,,Je ziet het bij Dawkins. Wanneer hij de transformatie van mensapen naar mensen probeert te verklaren in zuiver evolutionaire termen, waarbij cultuur een steeds belangrijkere rol wordt toebedeeld, valt zijn hele betoog in duigen. Aan de andere kant is het niet anders. Aan het einde van de 17de eeuw waren veel wetenschappers, zoals Newton, er zo heilig van overtuigd dat God overal in de wereld aanwezig was, dat alles wat ze ontdekten als bewijs daarvan gezien werd. Men ziet zijn overtuigingen voor kennis aan en negeert de open plekken.’’

In zijn werk beschrijft Taylor hoe ons zelf steeds minder ‘poreus’ is geworden, dat wil zeggen, zich steeds meer heeft afgescheiden van de wereld en zichzelf steeds meer als volledig verklaarbaar object is gaan zien. In Een seculiere tijd verzet hij zich opnieuw tegen die reductie, en pleit hij voor ruimte voor spiritualiteit in een seculiere wereld.

Zijn gelovigen die hun godsdienst terugbrengen tot simpele essenties en onwelgevallige feiten negeren, niet minstens zo laakbaar?

„Zeker. Je ziet dat bij het islamisme, dat alle pluriformiteit binnen de islam probeert uit te roeien in naam van een bedreiging van buitenaf. Je ziet het bij het Vaticaan, dat iedere aanpassing aan de moderne tijd als fataal ziet. De stroming die mij gevormd heeft, stelt dat geloof zich voortdurend aanpast aan de huidige tijd, zonder het zicht op de traditie te verliezen. De ironie wil dus dat juist de gelovigen die andere gelovigen beschuldigen van toegeven aan de tijdgeest, zelf als geen ander gevormd zijn door hun angstige reactie op onze tijd.”

Charles Taylor: Een seculiere tijd. Vertaald door Marjolijn Stoltenkamp. Lemniscaat, 1146 blz. € 49,95 tot 5/5), daarna € 59,95