Eneco wil zich voorlopig niet verkopen aan buitenlandse partij

Energiebedrijf Eneco ziet er voorlopig van af zichzelf te verkopen aan een buitenlandse concurrent. Ook de grootste aandeelhouder van Eneco, de gemeente Rotterdam, wil zijn belang niet kwijt.

Eind vorig jaar was er nog sprake van dat Eneco op zoek zou gaan naar een buitenlandse partner, net als Essent en Nuon. Maar van dat plan ziet het bedrijf voorlopig af, laat een woordvoerder van Eneco weten. „Het is voor ons niet noodzakelijk dat we groter worden om onze strategie uit te voeren”, zegt hij.

Essent en Nuon beweren dat ze alleen kunnen overleven op de Europese markt als ze samengaan met een buitenlandse partner. Op de Europese markt is sinds de liberalisering eind jaren negentig sprake van sterke consolidatie. Overblijvende spelers als het Franse EDF en het Duitse E.ON worden almaar groter. Volgens Essent en Nuon zouden ze als kleine spelers geen kans maken op de Europese markt. Zo beargumenteren ze hun overname door respectievelijk het Duitse RWE en het Zweedse Vattenfall.

Volgens fractievoorzitter Theo Coskun van de SP in Rotterdam klopt dat argument niet. „Dat je groot moet zijn om goedkoop gas, steenkool en uranium in te kunnen kopen, is flauwekul”, zegt hij.

Volgens Coskun zijn 39 van de 45 gemeenteraadsleden tegen verkoop van het Rotterdamse belang in Eneco. Alleen VVD (3 zetels) en CDA (3 zetels) zijn voor. „Binnen de raad is er een algemeen gevoel dat het niet gezond is om zoiets belangrijks als energie te verkopen”, zegt Coskun. Rotterdam bezit 31,32 procent van de aandelen Eneco.

Volgens de woordvoerder van Eneco zoekt het bedrijf vooral samenwerking met woningcoöperaties, gemeenten en andere bedrijven om zijn strategie in te vullen. Eneco zet sterk in op duurzame energie.

In 2012 wil Eneco dat eenvijfde van al zijn geleverde stroom duurzaam wordt opgewekt. In 2020 moet dat zijn opgelopen tot 70 procent.