Een dolgedraaide financiële roulette

Egbert Kalse en Daan van Lent: Bankroet. Hoe bankiers ons in de ergste crisis sinds de Grote Depressie stortten. Prometheus/NRC H’blad, 351 blz. € 19,95

In 1933 publiceert econoom Jan Tinbergen bij de Arbeiderspers een handzaam boekje, De Konjunktuur. Tinbergen bespreekt voor de socialistische achterban de analyse van de economische golfbeweging en tegen deze achtergrond beschrijft hij ook de veranderingen in de wereldeconomie die zich in de aanloop naar de Grote Depressie voltrokken. Veel van wat Tinbergen destijds zag, herkent de krantenlezer nu. De levensverwachting stijgt. Er is een sterke internationale verplaatsing van productie naar de periferie (Tinbergens ‘primitieve, pas kort kapitalisties ontgonnen gebieden’). Er komen nieuwe producten op de markt, zoals auto’s en radio’s. Deze nieuwe industrieën jagen een sterke opleving aan die zich vertaalt in een ongekende hausse op de effectenbeurzen. Het kredietstelsel ontwikkelt zich in nieuwe richtingen: kopen op afbetaling wordt steeds normaler en er komen investment trusts die louter in aandelen beleggen. De conjunctuurgolf wordt korter en daarmee neemt de frequentie van crises toe.

Zo schetst Tinbergen het toneel waarop de Grote Depressie los is gebarsten. Hij zit niet in de coulissen, maar staat middenin het toneelstuk. Hoop en wanhoop wisselen elkaar af. De vertrouwenscrisis in 1931 lijkt een catharsis, maar het voorzichtig herstel in 1932 slaat in 1933 in een volgende fase van financiële neergang om. Hoe zal dat aflopen? Is er eigenlijk wel een oplossing voor de economische malaise denkbaar? Tinbergen weet het ook niet: ‘zal de werkloosheid van meer dan 10% … na enkele jaren voorbij zijn of zal ze tien, twintig jaar duren?’

Als Tinbergen, die later de eerste Nobelprijs voor de economie zal krijgen, het na vier jaar nog niet weet, dan mag het geen verwondering wekken dat ook vandaag de dag de deskundigen van mening blijven verschillen over de ernst en de duur van de financiële crisis. Van de bundel Bankroet die Egbert Kalse en Daan van Lent, economieredacteuren van deze krant, nog geen anderhalf jaar na het uitbreken van de Tweede Grote Depressie publiceren, mag de lezer dus op voorhand niet meer verwachten dan een contemporaine visie op wat er waarom mis is gegaan, een eerste duiding vanuit de loopgraven.

Ziekte

Hun tocht begint in Californië waar de Amerikaanse huizencrisis in 2006 losbarst in Orange County. Aanvankelijk lijkt het te gaan om een geïsoleerd probleem, een probleem in één markt, een louter Amerikaans probleem in een geïsoleerd deel van een sector. Maar in 2007 blijkt dat de hypotheekgekte een mondiale ziekte is. Bovendien heeft het ondoorzichtige opknippen en bundelen van hyptheekrisico’s zich als een virus verspreid naar vrijwel alle vormen van financiële innovatie. Bankroet volgt de omvallende financiële dominostenen: via hedgefondsen loopt de besmetting naar de schaduwbanken. Dan zijn de effectenmakelaars aan de beurt, de banken, de verzekeringsmakelaars en uiteindelijk zelfs de pensioenfondsen. Niet alleen onze nationale financiële kampioen ING moet aan het staatssteuninfuus; ook het ABP blijkt maatregelen te moeten treffen die een jaar geleden nog ondenkbaar waren en verhoogt de premies komend jaar met 3 procent. Zo tast het kredietvirus dus niet alleen de kortetermijnrisicoliefhebbers aan, maar gaan ook de conservatieve langetermijnbeleggingen aan de lat.

De beschrijving van het spoor waarmee de crisis door de wereldeconomie raast is niet waarom deze bundel aandacht verdient. Zeker, er is sprake van een uiterst verdienstelijk verslag (en dat niet in het minst omdat Bankroet op heel begrijpelijke wijze veel inzicht geeft in de werking en risico’s van de vele gecompliceerde producten die in de financiële sector zijn ontwikkeld). Maar een spannend, goed verteld verhaal is op zich nog geen reden om dit boek aan te bevelen.

Nachtkastje

Toch zouden de leden van de parlementaire onderzoekscommissie die zich bezig gaat houden met de financiële crisis er goed aan doen deze bundel op hun nachtkastje te leggen. De reden is dat Bankroet de eerste serieuze poging is om het financieel-industrieel complex in kaart te brengen en daarmee een aanzet geeft tot het ontwarren van de coterie van beleidsmakers, bankiers en toezichthouders die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de grote kwetsbaarheid van de Nederlandse economie. Anders dan de ondertitel (‘Hoe bankiers ons in de ergste crisis sinds de Grote Depressie stortten’) doet vermoeden, wordt de verantwoordelijkheid voor het mislukken van de Nederlandse financiële industriepolitiek breed neergelegd. Die analyse is terecht. Politiek, beleid en toezicht zijn tot over hun oren verwikkeld in deze sector en er is sprake van zeer omvangrijke overheidssteun. Die combinatie van factoren levert een politiek explosief mengsel op.

Een ander belangrijk element in Bankroet is de sterk nationale invalshoek van het beleid in een bedrijfstak die voor alles internationaal georiënteerd is. De garantie van Icesave- tegoeden lijkt toch vooral bedoeld om een run te voorkomen op ING dat eenzelfde internetstrategie toepaste in het buitenland. Het echec van de teloorgang van Fortis is niet dat de nationale trots met ABN Amro teloor is gegaan, maar dat de autoriteiten binnen de Benelux (nota bene met een zelfdemunt) niet in staat zijn van te voren te regelen hoe een bank die in hun landen opereert ondersteund zal worden, mocht dat nodig zijn. Genoeg aanknopingspunten, kortom voor een indringend parlementair onderzoek.

Overigens kan men zich afvragen of het niet gewoon te vroeg is voor een evaluatie. Het zal sterk van de ernst en duur van de Tweede Grote Depressie afhangen of de rechtvaardigingen die voor de liberalisering en deregulering zijn aangevoerd uiteindelijk terecht blijken te zijn. Tot vervelens toe wordt – ook in Bankroet – het mantra gereciteerd dat financiële crises onvermijdelijk zijn en verschrikkelijk, maar dat uiteindelijk de welvaart stijgt. Maar leidt financiële innovatie wel tot hogere productiviteit en zal het huizenbezit, na de crisis, metterdaad voor lagere inkomens een reële optie zijn? Dat zal pas blijken als de huidige economische cyclus in zijn geheel is doorlopen. Zal er dan echt sprake zijn van een bestendige winst? Mogelijkerwijs heeft deregulering alleen geleid tot een sneller en vaker draaiende roulette.