De meester vliegt als Margarita

In het ‘vervloekte’ jaar 1937 wist Stalin staatsterreur te verbinden met vooruitgangsgeloof. Een monumentale studie schildert hoe dat in zijn werk ging.

Terror und Traum van Karl Schlögel (Carl Hanser, €29,95) laat zien hoe Stalin in 1937 met een duivels masterplan de Sovjet-Unie ruïneerde, aldus Hans van der Heijde. Zie pagina 7

Karl Schlögel: Terror und Traum. Moskau 1937.Carl Hanser Verlag, 812 blz. € 29,95

Het jaar 1937 is een knoop in de geschiedenis en de geografische plek van die knoop was Moskou. Die knoop beschrijven en ontwarren vereist historiografisch samenbrengen wat zich gelijktijdig afspeelde. En dat is wat de Duitse historicus Karl Schlögel in het monumentale Terror und Traum doet. Politiek, economie en nijverheid, de kunsten en de architectuur, de showprocessen, de terreur, het straatbeeld, de parades, de mode en wat ‘in’ is, niets ontsnapt aan Schlögels aandacht in zijn panoramisch gezicht op die stad in dat jaar, een gezicht even weids als gedetailleerd.

Schlögel gidst de lezer in evenzo vele hoofdstukken langs alle plekken en gebeurtenissen die ertoe deden, van de grootse festiviteiten ter herdenking van Poesjkins sterfdag naar Butowo, het executieterrein waar dagelijks honderden mensen het nekschot kregen. Van de cel waarin Boecharin koortsachtig zijn laatste boeken schreef naar de dagjesmensen in Stalins Lunapark. Van de weeshuizen naar het jubileumfeest voor de tsjekisten, de geheime dienst, in het Bolsjoi-theater. Van Lion Feuchtwangers ontmoeting met Stalin naar het gat dat de opgeblazen Christus Verlosser kerk had achtergelaten. In briljante stijl en erudiet vertellend, toelichtend, analyserend en verklarend en nooit het grote geheel uit het oog verliezend. Wat Schlögel doet, is niets minder dan het scheppen van een prismatisch en panoramisch beeld van de ruimte-tijd eenheid – Schlögel spreekt van een chronotopos – van Moskou in ‘het vervloekte ‘37’.

In dat jaar verknoopten de talloze draden van de geschiedenis zich in Moskou tot een dodelijk web. Gemakshalve wordt dat met ‘stalinisme’ aangeduid, maar dat begrip vernauwt het blikveld tot politieke ideologie en repressie. En doet daardoor geen recht aan de geschiedenis van dat jaar, bewijst Schlögel.

Staatsterreur en angst gingen hand in hand met enthousiasme en besef van grote stappen vooruit. De gelijktijdigheid van die fenomenen maakt Schlögel zichtbaar en voelbaar door steeds van perspectief te wisselen. Zo voert hij ons naar de nieuwe autofabrieken, waar we ons verbazen over de architectuur en over het fabriekspatriottisme en de ‘communistische wedijver’. Maar even later horen we Chroesjtsjov er bij de verzamelde arbeiders op aandringen de volksvijanden in hun gelederen te ontmaskeren. Genietend lopen we met duizenden dagjesmensen over de promenade langs het Moskwa-Wolga kanaal, maar in de verte zien we hoe ploeterende dwangarbeiders met kruiwagens de grond afvoeren. We horen op de radio de stemmen van helden van de poolexpedities, maar lezen in de krant hysterische berichten over trotskistische samenzweringen.

Vooruitgangsgeloof

Na de burgeroorlog, de gewelddadige landbouwcollectivisatie, de campagne tegen de ‘koelakken’ en de hongersnood die daarvan het gevolg was, leek de Sovjet-Unie in 1937 tot rust te zijn gekomen en een begin te maken met het realiseren van de communistische droom. Velen raakten aangestoken door het optimistische vooruitgangsgeloof dat de partij nu predikte. Geloof dat van voer werd voorzien door het in de media breed uitgemeten heldendom van sovjetvliegeniers, verpersoonlijking van vooruitgang bij uitstek immers, of door de stroom van films uit de nieuwe Moskouse studio’s, vertoond in honderden nieuwe bioscopen, die een blije toekomst verbeeldden.

Van de gezichten van de deelnemers aan de grote parades lieten zich enthousiasme en energieke vastberadenheid aflezen, stelden ook buitenlandse diplomaten vast. En de gebruinde, gespierde lijven van de duizenden jongeren die op 12 juli, dag van de lichaamscultuur, sportend en dansend over het Rode Plein trokken, schiepen met hun aanblik een iconisch beeld van de nieuwe sovjetmens. Maar bovenal liet de vooruitgang zich aflezen aan talloze bouwprojecten. Sommige enorm van opzet, zoals de metro. In arbeiderswijken verrezen in de modernistische stijl van de klare lijn cultuur- en ontspanningscentra, die de nieuwe tijd naar het volk brachten. Die klare lijn stond toen al wel ter discussie. Was die niet strijdig met de dogma’s van het socialistisch realisme? Het ontwerp voor het – nooit gerealiseerde – Paleis van de Sovjets, grandomania ten top, wees architecten de richting: massiviteit plus socialistisch-realistische art deco.

Met de aanvaarding, in december 1936, van ‘Stalins Grondwet’ leek een nieuwe, democratische wind te waaien. Nu de koelakken als klasse waren geëlimineerd, was een einde gekomen aan de klassenstrijd, simpelweg omdat er geen bezittende klasse meer was, zei Stalin. Zijn grondwet maakte daarom een einde aan de stemrechtbevoordeling van de steden en de arbeiders ten opzichte van het platteland en de boeren: alle sovjetburgers werden gelijk berechtigd en kregen stemrecht. De verkiezingen voor de Opperste Sovjet, aangekondigd voor eind 1937, zouden de eerste directe, vrije en geheime verkiezingen worden waaraan alle sovjetburgers konden deelnemen, als kiezer en als kandidaat.

Alle reden dus om trots te zijn en die trots te tonen, bijvoorbeeld op de Wereldtentoonstelling van 1937 in Parijs, waar de Sovjet-Unie zich zelfbewust presenteerde als een moderne staat, die zich spiegelde aan Amerika. Amerika was ‘in’ in Moskou, want van Amerika kon worden geleerd: bolsjewistische hartstocht moest worden verbonden met Amerikaans pragmatisme.

Showproces

Maar al in 1936 was Moskou opgeschrikt door een showproces. In januari 1937 volgde een tweede, tegen de top van de volkscommissariaten voor industrie, mijnbouw en verkeer, want die werd beschuldigd van sabotage. Welbewust werd hiermee een paranoïde atmosfeer geschapen. De enorme druk die de plandoelstellingen oplegden werkte wanbeheer van het industriële machinepark in de hand. Weliswaar was er in Moskou arbeidskracht in overvloed, toegestroomd van het platteland, maar deze arbeiders waren nauwelijks geschoold. Dagelijks deden zich ernstige ongelukken voor. Fabrieken lagen regelmatig stil omdat de machines tengevolge van bedieningsfouten en gebrekkig onderhoud waren vernield.

In plaats van dat toe te geven koos Stalin liever voor de beschuldiging van sabotage. Om politieke redenen, maar ook omdat die een effectief instrument werd geacht om arbeidsdiscipline te bewerkstelligen onder mensen die nog maar kort tevoren alleen de seizoenen kenden als arbeid regulerende machten. De showprocessen waren slechts het topje van een ijsberg van een golf van veroordelingen en executies van ‘gewone’ sovjetburgers wegens sabotage en andere volksvijandige activiteiten.

Of het nu een hoofdstuk is waarin Schlögel de nieuwe verworvenheden en de droom van een grootse toekomst beschrijft, of een waarin de terreur zich aftekent, bij de honderden personages die hij opvoert vermeldt hij hoe het hem of haar verging. Conclusie: vrijwel iedereen die begin 1937 iets betekende – economisch, cultureel, of politiek – had de kogel of het kamp in direct vooruitzicht. Ook zij die in 1937 het vuile werk opknapten: Jezjov, NKVD-hoofd, werd in 1940 geëxecuteerd.

Het plenum van het Centraal Comité van de Partij, in februari en maart 1937, is berucht geworden vanwege de arrestatie van Boecharin en Rykov en de oproep tot zuivering van de partij. De belangrijkste betekenis ervan is volgens Schlögel echter een andere. Stalins aankondiging van vrije en geheime verkiezingen zaaide paniek onder de gedelegeerden. Zij waren er – terecht – van overtuigd dat zulke verkiezingen de partij uit de sovjets zouden wegvagen. Veel délégués zouden nog voor die verkiezingen zelf worden weggevaagd.

Schlögel beargumenteert dat de terreur onverbrekelijk verbonden is met die verkiezingen. Stalin, goed op de hoogte van de afkeer van de partij in de regio, kwam tijdens dat plenum daarom met twee ingrijpende besluiten. Dat tot grondige zuivering van de partij, om die van strijdorganisatie om te vormen tot beleidsmachine; en dat tot een brute terreurcampagne onder de hele bevolking, om elke twijfel aan de absolute hegemonie van de Partij weg te nemen voordat de verkiezingen zouden plaatshebben. Heel cynisch zou je kunnen zeggen dat de terreur van 1937 begrepen kan worden als Stalins strategie voor de verkiezingscampagne van de partij.

De terreur diende nog een doel: de Sovjet-Unie mentaal klaarstomen voor de oorlog, die Stalin onafwendbaar achtte. De paranoia die bezit zou nemen van de bevolking kon en moest worden gekanaliseerd in de richting van ‘de vijand’ en zijn vijfde colonne. Je zou dat een duivels masterplan kunnen noemen, maar het stortte de Sovjet-Unie wel in totale chaos. Het industriële kader, beschuldigd van sabotage, werd vernietigd. Het militaire kader, beschuldigd van spionage, werd vernietigd. De architecten van de grote bouwprojecten, verdwenen in kampen of in massagraven. Idem wetenschappers die contacten onderhielden met de internationale academische wereld. In feite werd de Sovjet- Unie intellectueel onthoofd, met de aantekening dat de rest van het maatschappelijk lichaam niet werd ontzien.

Optimistisch vooruitgangsgeloof enerzijds en angst anderzijds: die collectieve bewustzijnstoestanden lijken elkaar uit te sluiten. Schlögel bewijst echter dat velen tegelijkertijd vol trots een grootse toekomst dachten binnen te stappen én hun ergste nachtmerries zagen uitkomen. Hij wijdt het eerste hoofdstuk van Terror und Traum aan Michail Boelgakovs visionaire roman De Meester en Margarita. De rondvlucht die Margarita op haar magische ros maakt boven Moskou om de stad en zijn bewoners nog een laatste keer helemaal te zien, die rondvlucht wilde ook Schlögel maken. Dat is hem schitterend gelukt en zijn lezers vliegen met hem mee.

Lees een interview met Karl Schlögel via nrcboeken.nl.