De kleur is zwart... ...het materiaal leer

De Israëlische filmmaker Ari Libsker maakte een film over ‘Stalags’, pornografische boekjes over nazikampen. De beeldvorming over de Holocaust is doordrenkt met sadomasochistische motieven, zegt hij.

Het avontuur verloopt in grote lijnen steeds hetzelfde. Een Amerikaanse of Britse piloot met de naam Big Cowboy Charlie of Mike Longshot wordt boven bezet Europa neergeschoten en krijgsgevangen gemaakt. De nazi’s marcheren hem naar een kamp, of Stalag, waar een stoet blondines hem opwacht met karwatsen, leren laarzen en de bovenste knoopjes van hun SS-uniform open, wat uitzicht biedt op adembenemende decolletés. Ze stellen de held bloot aan vernederingen en martelingen, ranselen hem af, kerven hakenkruizen in zijn borstkas, laten de honden op hem los en dwingen hem tot seks. Totdat de piloot weet te ontsnappen, in de regel na een SS-bewaakster te hebben verkracht en vermoord.

‘Stalags’, pornografische boekjes over nazikampen, zijn vagelijk taboe in Israël. In 1961 lag de eerste Stalag plots in de kiosken van Tel Aviv, daarna overspoelden ze twee jaar lang de markt: iedereen las ze. Enkele maanden eerder was in Jeruzalem het grote proces tegen Adolf Eichmann begonnen, het in Argentinië ontvoerde, voormalige hoofd van vernietigingskamp Auschwitz. Voor veel tieners in het zeer preutse Israël waren Stalags de eerste kennismaking met zowel seks als de Holocaust. En een decennium nadat de rage in Israël was weggestorven, werd het in de rest van de wereld modieus om nazisme met sadomasochistische porno te mengen in pulpboekjes, strips en film.

Het is zo’n cultuurtrend die je als irrelevant kan afdoen. „Het onderwerp is gênant, men praat er in Israël liever niet over”, zegt de Israëlische filmmaker Ari Libsker (39). „De Holocaustherdenking is in Israël een soort religie, zeer beladen.” Om dan te beweren dat de beeldvorming over de Holocaust, van de in Israël gevierde schrijver Ka-Tzetnik tot aan Steven Spielberg, doordesemd is met sadomasochistische motieven, voelt als een vorm van heiligschennis.

Libsker haalt in zijn documentaire

Stalags, binnenkort te zien op het IsReal Festival, veel overhoop en stelt meer onwelkome vragen dan hij beantwoordt. Zoiets doet hij kennelijk graag: zijn korte film Circumcision (2004) is een vlammend betoog tegen besnijdenis als een riskante, puriteinse vorm van zelfverminking. Zoals Stalags in Israël tot dusver alleen op een klein digitaal kanaal te zien was, zo werd Circumcision pas vertoond om één uur ’s nachts. „Laat staan dat ik, zoals andere Israëlische documentairemakers, geld kreeg om Stalags op middelbare scholen te vertonen”, aldus Libsker. „Ik mocht het zelfs niet aan leraren laten zien.”

Libsker interviewt in zijn documentaire uitgevers, schrijvers en verzamelaars van Stalag-boekjes. „Mmm, die heerlijke geur”, snuift een oude fan verrukt boven een stoffig stapeltje vergeelde Stalags. Broodschrijver Eli Keidar, de uitvinder van het genre, vertelt over de 21 boekjes die hij onder de naam Mike Baden schreef. Oud-inspecteur Eyal Lianni bekent dat zijn seksuele fantasie nog altijd draait rond nazi- en sm-thema’s: dat hij een blonde Duitse shiksa verkracht terwijl haar opa toekijkt. „Ik neem haar in naam van de zes miljoen met geweld, anaal. Dat windt mij vreselijk op. En ik ben echt niet pervers, gewoon een Israëli die van het leven geniet.”

De eerste Stalags, nu een nostalgisch

fenomeen voor vijftigers en zestigers, kwamen in 1961 op de markt, toen het Eichmann-proces op gang kwam. Tot dan toe was de Holocaust nauwelijks een gespreksonderwerp in Israël. Overlevenden zwegen, anderen bekeken hen met enig wantrouwen. Wat hadden ze gedaan om te overleven? Waren de mannen soms Kapo geweest of lid van een Sonderkommando? Hadden de vrouwen niet de hoer gespeeld? Libsker: „Er zat ook iets meesmuilends in. Hadden jullie maar voor de oorlog naar Palestina moeten emigreren, zoals wij.”

Dat veranderde met het Eichmann-proces (1960-‘63), waar Israël geschokt de getuigenissen uit de vernietigingskampen aanhoorde. „Het proces was de aanjager, dat stuwde de verkoop voort”, zegt een toenmalig uitgever van Stalag-boekjes. Het begon met Stalag 13 van broodschrijver Eli Keidar, die zich als piloot Mike Baden moest schikken naar de grillen van de wrede vrouwelijk kolonel Von Schultz. Met op de kaft twee pronte SS-blondines die een man mishandelen hadden Keidar en zijn uitgever de winnende formule gevonden: van Stalag 13 werden 80.000 exemplaren verkocht, een enorme bestseller in het toenmalige Israël. Er volgde een vloedgolf aan imitaties met oplageaantallen die in de honderdduizenden liepen.

Voor Israëlische tieners in de vroege jaren zestig was het de enige pornografie die voorhanden was: in Lemon Popsicle, een nostalgische Israëlische tienerkomedie, zie je een adolescent in bad met een Stalag terwijl zijn moeder aan de badkamerdeur rammelt. In Israëlische kranten uit die tijd kan je een portret van Adolf Eichmann op de voorkant treffen en een Stalag-advertentie met halfnaakte vrouwen die met leren riemen worden afgeranseld op de achterkant.

Het Stalag-genre blies zichzelf na twee jaar weer op. In de race elkaar te overtreffen werden de boekjes steeds extremer. Laarzen en karwatsen voldeden niet langer; penissen werden met honing ingesmeerd en in wespennesten gestoken, kampen als proeftuinen voor incest en kannibalisme beschreven, zoals in Monsters of Horror Stalag. Holocaustslachtoffers protesteerden, de pers ging er schande van spreken en met de publicatie van het perverse I Was Colonel Schultz’ Private Bitch was de maat vol. De Israëlische politie schuimde markten en kiosken af om de hele oplage in beslag te nemen en de rechter bepaalde dat Stalags geen historische documenten met educatieve waarde waren, maar pornografie.

Libsker speculeert dat een grens werd overschreden. Draaiden de vroegste Stalags rond het licht absurde gegeven van vrouwelijke SS’ers die Britse en Amerikaanse piloten vernederen, dat toonbeeld van viriliteit, latere Stalags speelden zich af in vernietigingskampen met SS’ers die jodinnen verkrachten. Stalags werden juist tot verdichtsels en porno bestempeld toen ze als te realistisch werden ervaren. In de loop van 1963 verdwenen ze geleidelijk van de markt.

Het mechanisme achter de Stalag-rage is complex, een troebele combinatie van collectieve wraakfantasie en een collectief Stockholmsyndroom. „Als jongere wist je in de jaren zestig dat er een Holocaust was geweest, maar je ouders spraken er nooit over”, merkt historicus Omer Bartov op in Stalags. „Stalags ademen de dikke lucht van verdringing.” De nazi’s, met hun strak gesneden uniformen en prachtig georkestreerde massa-evenementen, oogden machtig en sexy. Libsker: „Wie wilde je zijn als puber: die viriele, rijzige, knappe Ariër Josef Mengele met zijn glimmende laarzen, of die geslagen, vuile jood op weg naar de gaskamer? Er zit veel in van identificatie met je beul.”

Naziporno is geen specifiek Israëlisch

fenomeen. In 1959, voor Eichmann en de Stalags, baarde kunstenaar en Holocaustoverlevende Boris Lurie, de latere voorman van de No Art-beweging, in New York opzien met zijn Railroad Collage, waarin hij een treinwagon vol lijken doorsneed met beelden van een pin-up in jarretelgordel.

Nazi’s die vrouwen martelen waren medio jaren zestig ook vaste prik in exploitatiefilms als Mondo Bizarro, die draaiden in grindhouses, de voorlopers van pornotheaters. Eind jaren zestig groeide dat soort naziporno uit tot een wereldwijde modegril. In Italië heette dat ‘Il sadiconazista’, in de Verenigde Staten naziploitation. Als eerste speelfilm over nazikampen waar wrede SS-bewakers de gevangenen seksueel terroriseren geldt Love Camp 7 uit 1969; het genre zou een dieptepunt bereiken in het Amerikaanse Ilsa, She-Wolf of the SS (1974).

Zwarte, seksueel geladen esthetiek van nazisme en sm drong via The Damned van Visconti (1969) de filmhuizen binnen en piekte medio jaren zeventig met films van Salon Kitty van Tinto Brass (1976) en Night Porter van Liliana Cavani (1974), waarin een SS-bewaker zijn Joodse voormalige seksslavin ontmoet in het naoorlogse Wenen en ze hun sm-relatie voortzetten. Ook Salo van Pasolini (1975) en de komedie Seven Beauties van Lina Wertmüller (1975), met een Italiaanse macho die zich moet onderwerpen aan een monsterlijke vrouwelijke kampbeul, borduurden voort op het thema. Het waren films vol sombere observaties over de verdorven aard van de mens en de beschaving. ‘Nazi Chic’ noemde cultuurcritica Susan Sontag deze trend in haar boze essay Fascinating Fascism: „De kleur is zwart, het materiaal is leer, de verleiding is schoonheid, de rechtvaardiging is eerlijkheid, het doel is extase, de fantasie is de dood.”

Verkende die flirt met SS en sm in de jaren zeventig slechts de buitengrenzen van de seksuele revolutie, achter de Israëlische Stalag-rage van een decennium eerder schuilt volgens Libsker meer. Halverwege veert zijn documentaire opeens weg van Stalag-boekjes naar maatschappelijk meer geaccepteerde vormen van Holocaustporno. We belanden dan bij bestellerauteur Ka-Tzetnik 135633, ofwel Yehiel Feiner. Onder zijn Auschwitznaam schreef hij in 1953 de bestseller The House of Dolls (1953), het relaas van een 14-jarig Joods meisje dat als ‘veldhoer’ in nazibordelen wordt geëxploiteerd door de Freudenabteilung – in 1977 besloot een Britse punkband geïnspireerd door deze roman zichzelf voortaan Joy Division te noemen. Het was een van de eerste boeken die over de Holocaust verscheen in Israël, en zeer invloedrijk.

Ka-Tzetnik beriep zich bij dit - net als de Stalags ‘waar gebeurde verhaal’ - eerst op een dagboek dat hij niemand anders liet lezen: later verklaarde hij dat de hoofdpersoon zijn zusje was. Ook schreef Ka-Tzetnik de roman Piepel, over seksueel misbruik van minderjarige jongens door nazi’s. In juli 1961 werd hij door de aanklager opgeroepen om tijdens het Eichmann-proces over Auschwitz te getuigen: na het vernietigingskamp een ‘Planeet van As’ te hebben genoemd viel hij flauw en kon verder geen vragen beantwoorden.

Anders dan de Stalags staan

de semipornografische romans van Ka-Tzetnik tot op de dag van vandaag op de boekenlijst van Israëlische middelbare scholen. Ari Libsker: „The House of Dolls fascineerde me als scholier, het was het meest indrukwekkende boek dat ik ooit las.” Hij was er bij de voorbereiding van zijn documentaire van overtuigd dat er nazibordelen voor joodse vrouwen bestonden en ging op zoek naar overlevenden om te horen hoe pijnlijk de Stalag-rage indertijd voor hen was. Tot zijn verbazing bleken ze gewoon niet te bestaan: Yad Vashem, de joodse organisatie die getuigenissen van de Holocaust verzamelt, kon geen gewezen joods ‘troostmeisjes’ vinden. Libsker: „Auschwitz kende een soort bordeel, de beruchte barak 24, voor bewakers en uitverkoren gevangenen. Maar daar werden niet-joodse Duitse, Poolse of Russische vrouwen misbruikt. De rassenwetten van de nazi’s waren heel streng. Jodinnen werden doodgewerkt of vergast, niet als prostituee gebruikt. Ka-Tzetniks verhaal berust op fantasie.”

Ka-Tzetnik, of Yehiel Feiner, was een verknipt personage, voor de oorlog al een pornograaf vol zelfhaat. Stalags toont een interview met hem uit 1983, als hij na behandelingen met lsd in de omstreden kliniek van professor Bastiaans tot het besef is gekomen dat niet „God of de SS of Mengele of Hitler” schuldig zijn aan de Holocaust, maar de mensheid; hemzelf treft evenveel blaam als bovengenoemden. Libsker vond het moeilijk deze ‘ultieme getuige’ te kritiseren. „Ka-Tzetnik was geen cynicus, hij geloofde zijn eigen verhalen. Wel was hij heel bewust bezig Israëls Mister Holocaust te worden. Hij liet zich fotograferen in kampuniform, omringde zich met wolken mysterie. Wat me verbijstert is dat het hem lukte.”

Zijn boeken, zo laat Libsker zien, worden tot vandaag gebruikt als informele reisgids bij excursies van Israëlische schoolklassen in Auschwitz. En de seksualisering van de Holocaust waarin Ka-Tzetnik pionierde, zie je volgens Libsker overal terug: „Ook Steven Spielberg maakte in Schindler’s List van het kamphoofd een verknipte alcoholist die zijn joodse dienstmeisje seksueel misbruikt. Hetzelfde verhaal met die nieuwe bestseller van Stuart Littel, De Welwillenden: ook zo’n seksueel verknipte SS’er met incestfantasieën en latente homofilie.”

Volgens Libsker begon dat als deels

bewuste politiek om de Holocaust ‘erger’ te maken: „De aanklager koos voor Ka-Tzetnik in 1961 als getuige tegen Eichmann, sommige intellectuelen noemden zijn boeken toen al pornografisch. Toen schrijver Primo Levi in de jaren zestig Israël bezocht, was niemand geïnteresseerd in een Hebreeuwse vertaling van zijn getuigenisroman Is dit een mens. Wij hadden Ka-Tzetnik toch? Die beschrijft de aankomst in Auschwitz als een aankomst in de hel. In de nacht, een perron vol SS’ers met zwarte maskers en ogen als vurige kolen, de rijzige dokter Mengele als Satan in het midden. Primo Levi beschrijft geen inferno van Jeroen Bosch maar een kaal rangeerterrein en een grauwe fabriek. Dat maakt het juist zo vreselijk, zo’n heel gewoon ogende moordfabriek.”

Scholieren heb je met bordelen, groepsverkrachtingen, medische experimenten en sm snel bij de les, erkent Libsker. „Pornoficatie van de Holocaust sluit helemaal aan bij hun interesse in vampirisme, gothic, seks en dood.” Maar het heeft nogal wat nadelen. Het besmeurt de slachtoffers van de Holocaust: hoewel ze na het Eichmann-proces op een voetstuk werden gezet, bevestigden Ka-Tzetnik en de Stalag-boekjes tegelijkertijd dat vrouwen de vernietigingskampen alleen hadden overleefd door de hoer te spelen. Libsker: „Het lijkt mij een beetje schizofreen zo op te groeien; het zwijgen van je ouders over de Holocaust te interpreteren als een stille schuldverklaring.”

Nog kwalijker vind Libsker dat deze onderstroom Israëls nieuwe vijanden demoniseert. „De banaliteit van het kwaad is een moeilijk concept in het onderwijs. Hoe leg je uit dat een normale, wat saaie man ‘s morgens afscheid neemt van zijn kinderen om de rest van de dag joden te vergassen? Dat hij geen verknipte seksmaniak hoeft te zijn, maar een gewone man in een onmenselijk systeem? En dat wij dus in principe ook in staat zijn zulke dingen te doen?”

Dan is het eenvoudiger nazi’s af te schilderen als perverse seksmaniakken. Libsker: „Dat geeft ons ook een vrijbrief tegen onze nieuwe vijanden. Die vergelijken we steevast met Hitler: eerst de grootmoefti van Jeruzalem, daarna Nasser, daarna Arafat, nu Ahmadinejad van Iran. En tegen nazi’s is alles geoorloofd.”

Holocaustpornografie is meer dan een historische anekdote, vindt Libsker. „Het heeft zich in ons onderbewustzijn genesteld en is gevaarlijk.”

‘Stalags’ wordt op 22 en 24 mei vertoond tijdens het IsReal Filmfestival, 20-24 mei, in het Ketelhuis te Amsterdam. Inl: www.filmisreal.com

Rectificatie / Gerectificeerd

CORRECTIES

Naziporno

In het artikel ‘De kleur is zwart, het materiaal leer’ (Cultureel Supplement van 15 mei, pagina 12) staat dat de SS-roman De welwillenden is geschreven door Stuart Littel. De schrijver heet echter Jonathan Littell. Stuart Little is een geadopteerde muis uit een verfilmd kinderboek van E.B. White. In datzelfde artikel werd Eichmann per abuis omschreven als „het voormalige hoofd van vernietigingskamp Auschwitz”. Zoals lezer Tino Köhler in een brief aan de redactie opmerkt, „hij had m.i. weliswaar vernietigingskampen bezocht en was waarschijnlijk ooggetuige van enkele moordacties en/of ook de leider van enkele transporten geweest, maar had vooral vanuit zijn Berlijns kantoor de massamoord aangestuurd en de treinen naar de kampen vol en op tijd laden rijden”.

    • Coen van Zwol