De gastvrijheid van een graf

Maarten Doorman en Fredie Beckmans bezoeken graven van denkers. Deze week: Georges Bataille.

Graf van Georges Bataille (1897-1962) in Vézelay Foto Fredie Beckmans Beckmans, Fredie

Sartre zei dat hij paranoïde was, een gek, en zelfs de maffe surrealist André Breton noemde de schrijver een zenuwzieke die zich verlustigde aan een groezelige, aftandse en ranzige wereld. Georges Bataille vond zichzelf evenmin een filosoof, maar de Franse wijsgeren zien hem tegenwoordig als een van de belangrijkste denkers van de vorige eeuw.

Dat is aan zijn verwaarloosde graf niet te merken. Op het met zwart korstmos bespikkelde graniet is zijn naam vrijwel onleesbaar geworden. De begraafplaats ligt achter de romaanse Basiliek van Vézelay, een paar uur rijden onder Parijs, waar ooit de rampzalig verlopen Tweede Kruistocht werd afgekondigd. Het uitzicht op de heuvels rondom is adembenemend.

Het is een merkwaardig toeval dat het werk van iemand, wiens naam veldslag betekent, cirkelt om thema’s als dood, offer en geweld. Daar komen bij Bataille ook erotiek en religie bij, maar dat die menselijke verschijnselen een slagveld zijn, weten we al lang. In zijn verhalen vloeien urine en bloed, necrofielen kunnen er hun hart ophalen. Bataille had ongetwijfeld De Sade gelezen, alleen is zijn werk onrustbarender dan de kunstmatig georkestreerde perversiteiten uit de boeken van de achttiende-eeuwse markies.

Als jongeman bezocht Bataille de stierengevechten in Madrid en toen hij meemaakte hoe de torero Manuel Granero op de horens werd genomen en stierf, werd hij op zijn beurt gegrepen door het Offer en de Dood. Figuurlijk dan. De dood beschreef hij als een discontinuïteit, waarmee de mens zich niet kan verzoenen. Daar tegenover staat de continuïteit van verrotting en nieuw leven in de natuur. Die wereld van scheppen en vernietigen zocht Bataille in de roes, het orgasme en de opwinding van het verbodene.

Aan de achterkant van het graf zit een gat in de grond. Je kijkt recht het diepe donker in, net als ernaast, bij het hoofdeinde van de zes jaar later gestorven Dr. Georges Audin. In het gat bij Bataille gaat makkelijk een bovenbeen, een klein kind kun je er zelfs in duwen want de grond is brokkelig en los. Het voelt koel daar beneden, een bataillaanse uitnodiging om af te dalen en waar te maken wat Sartre en Breton zo verafschuwden.

Maarten Doorman