Cultuur

De oranje en witte shirts waren niet de enige oorzaak: er was meer aan de hand. Ik kneep mijn ogen toe en de adolescenten van Nederland en Duitsland vervaagden tot haast tijdloze figuren. Op het EK voor voetballers jonger dan zeventien jaar ontrolde zich een wedstrijd die net zo goed tien jaar geleden gespeeld had kunnen zijn. De Duitsers leken allemaal ietsje sneller, een paar centimeter langer, een kilootje zwaarder. De Nederlanders hadden vaker de bal en ze leken er meer liefde voor te koesteren. Waar de Duitsers het allemaal best vonden zolang dat ronde geval maar niet in hun doel belandde, daar probeerden veel Nederlandse hun balcontact te verrijken met gevoel. De bal even onder het lichaam houden met de onderkant voet en hem dan met een haast genotzuchtige precisie naar een medespelers trappen: je zag het de Duitsers niet doen.

Noem het voetbalculuur, een spelopvatting die er, als-ie er eenmaal in zit, moeilijk weer uitgaat. Zij spelen zus, wij spelen zo. Al zeker tien jaar reppen Duitse deskundigen van een crisis omdat er naar hun mening zo weinig fijnbesnaard talent doorbreekt. Afgaande op deze wedstrijd in Jena zijn ze de crisis nog niet te boven. Soms zag het er ronduit onbehouwen uit wat ze deden. En worden sommigen in Nederland moe van dat eeuwige rondspelen van de bal – leuk om te zien maar weinig doortastend? Dan heb ik uit deze ontmoeting weinig hoop geput.

Terugdenkend aan die poulewedstrijd van dinsdag zie ik nog een slalom van Luc Castaignos diep in het Duitse strafschopgebied. Fijne centrumspits, deze Castaignos: een goalgetter die verdedigers flitsend kan uitspelen zien we graag. Daarachter stal Ogüzhan Özyakup mijn hart, een klassieke nummer tien met oog voor de ruimte en een lekkere trap. Dat leuke aanvallertje op rechts, Shabir Isoufi, deed me denken aan Gerald Vanenburg. En voor de verdediging was de gepassioneerde Mohamed Madmar zo op het oog een stuwende kracht waar we nog veel van zullen horen.

Van de Duitsers herinner ik mij maar één speler. Je hoefde geen scout te zijn om te zien dat Marc-André ter Stegen zijn doel tijdens heel wat interlands schoon gaat houden. In de traditie van Sepp Maier en Toni Schumacher hield keeper Ter Stegen de Nederlanders standvastig van scoren af. Aanvallend staan me van de Duitsers twee handelingen bij: hun goals. Dat komt dus bekend voor. Wij het verzorgde positiespel, zij de winst. En schrijf dit Nederlandse spel niet toe aan Amsterdamse invloeden: coach en veel spelers komen van Feyenoord. De cultuur heeft bezit genomen van de KNVB, van ons allemaal. Of je dat nou leuk vindt of niet.