Crisisuitje Engeland voor tien euro

Beknibbelen op buitenlandse reisjes hoeft niet, meent Tijs van den Boomen. Hij denkt dat een dagje Londen voor 10 euro kan. How low budget can you go?

Molehill Green, ‘een der gelukkigste dorpen in Engeland’. Hoe lang nog? Foto TvdB Boomen, Tijs van den

De crisis wordt voelbaar, de buikriem moet aangesnoerd. Maar dankzij prijsvechters hoeven we onze buitenlandse vakanties niet op te geven. Zo kun je, terwijl de vliegtaks nog niet eens is afgeschaft, met Ryanair voor vijf euro naar London vliegen, dat is een tientje voor een retourtje. Daar komen natuurlijk nog allemaal belastingen en toeslagen bij, denk ik argwanend. Maar hoe ik ook speur, nergens zie ik bijkomende kosten. Dit wordt een absolute lowbudgettrip.

Voor tien euro blijk je echter niet naar Londen te vliegen, maar naar het zestig kilometer noordwestelijker gelegen Stansted. Een retourtje met de trein naar de hoofdstad kost al bijna het dubbele, dus ik beperk me noodgedwongen tot de directe omgeving van het vliegveld. Op hemelsbreed vijfhonderd meter afstand ligt Molehill Green, een gehucht dat in 1935 in The Pennant is beschreven: „Ergens op de grens van Hertfordshire en Essex ligt een van de gelukkigste dorpen van Engeland (…) Geen modern verkeerslawaai dat de rust verstoort, geen fabriekssirenes, zelfs geen vliegtuig in de lucht.” Een mooie bestemming voor een dagje Engeland dus.

De eerste financiële tegenvaller is de boeking: die is alleen gratis als je een Duitse ELV-debitcard hebt. Gewone mensen betalen 10 euro extra. Om de kosten van het voortransport te minimaliseren – Ryanair vliegt vanaf Eindhoven Airport – ga ik bij mijn moeder slapen. Zij maakt de volgende ochtend een ouderwets lunchpakket en brengt me naar het vliegveld. „Dag mam, ja, ik doe voorzichtig.” De tweede tegenvaller is mijn eigen schuld: bij het elektronisch inchecken had ik mijn oude paspoortnummer vermeld en dus moet ik op de luchthaven opnieuw inchecken: 20 euro extra. Vanwege de veiligheidseisen mag de thermoskan thee niet mee en voor mijn lenzenspullen moet ik bij de AKO-shop een plastic zakje kopen van 20 cent.

Tussenstand op €40,20. Het vliegveld van Stansted is reusachtig: ruim twintig miljoen passagiers per jaar, tienduizend vierkante meter shops, 120 incheckbalies. Achter de parkeerplaatsen vind ik met moeite het landweggetje naar Molehill Green. En letterlijk dezelfde minuut ben je op het Engelse platteland. Rustig, want zo dicht bij de luchthaven loop je in de luwte van de smalle corridor die de vijfhonderd dagelijkse vliegtuigen gebruiken. De bomen worden kort gehouden om de vliegtuigen vrij baan te geven.

Molehill Green, een gehucht van zo’n vijftig huizen, blijkt nog een café te hebben; Edward VII wipte hier geregeld aan toen bij nog Prince of Wales was. De sandwiches worden er geserveerd met grote ladingen chips en de hoeveelheid vet is af te zien aan de omvang van de cliëntèle. Met de in beslag genomen thee als excuus bestel ik een pint ale en die is precies zo lauw en slap als het hoort. Home is where the heart is, voor nog geen drie pond. Vermoedelijk staat het pand er al een eeuw of vijf, maar de laatste jaren lijken geteld omdat hier de tweede startbaan van Stansted moet komen. Het café, dat op de monumentenlijst staat, zal in zijn geheel worden verplaatst. De rest van Molehill Green gaat dan gewoon tegen de vlakte, met dank aan de goedkope vliegmaatschappijen die 85 procent van Stansteds volume bepalen. De bardame wijst me een sluiproute en in een kwartiertje wandel ik terug en sluit aan bij een ellenlange rij om opnieuw in te checken. En dan heb ik een financiële meevaller: omdat ik de kassa nooit meer op tijd kan halen, mag ik van een aardige hostess uit de rij en krijg mijn instapkaart voor niks. Terug in Nederland hoef ik alleen nog maar de bus te nemen: vier strippen brengen de totale kosten van het dagje Engeland op 45 euro en 22 cent. Dat is exclusief het bedrag dat nodig is om mijn extra CO2-uitstoot te compenseren. Op de luchthaven heb ik het aanbod om 13 bomen een jaar lang te laten groeien afgeslagen. Want weet je wel wat dat kost? Bijna vijf euro!

    • Tijs van den Boomen