Constitutie geniet veel respect

Na de hereniging van Oost- en West-Duitsland gold de West-Duitse grondwet voor het verenigde land. Nu rijst de vraag of er niet een nieuwe, gezamenlijke grondwet moet komen.

Franz Müntefering, prominent sociaal-democraat, heeft de twee grote jubilea die Duitsland dit jaar viert op controversiële wijze met elkaar verbonden. Twintig jaar val van de Muur en zestig jaar Bondsrepubliek moeten zijns inziens leiden tot een nieuwe Duitse grondwet.

De SPD-voorzitter bespeurt bij veel Oost-Duitsers „scepsis tegenover de grondwet”. Niet wegens de inhoud, maar om het eenzijdig opgelegde karakter ervan, aldus Müntefering. „Deze burgers zeggen: ‘jullie hebben ons je grondwet opgedrongen, in plaats van er samen een te maken’. Daar moeten we iets aan doen.”

Deze maand bestaat de Bondsrepubliek Duitsland zestig jaar. Maar zonder zijn grondwet, die net zo oud is, zou het een ander land zijn. Volgens politicoloog Hans Vorländer is de grondwet de „doopsoorkonde” van de nieuwe staat. „Met zijn proclamatie werd zestig jaar geleden de West-Duitse republiek gesticht”, schrijft hij in een actueel essay. Zonder grondwet geen Bondsrepubliek.

Voor veel Oost-Duitsers zit de pijn in het West-Duitse van de constitutie. Of, zoals Müntefering laatst in een interview zei: „De grondwet lijdt eronder dat wij in ’89/’90 de hereniging niet werkelijk hebben georganiseerd, maar de DDR hebben toegewezen aan de Bondsrepubliek.”

Volgens hem bestond destijds nog het plan om een nieuwe, gezamenlijk-Duitse grondwet te ontwerpen, met de hereniging als aanleiding. Maar Duitsland besliste anders. Het besluit daartoe is verwoord in een preambule op de grondwet. Hierin staat dat de Duitsers in de oude en nieuwe deelstaten de eenheid en vrijheid van Duitsland „in vrije zelfbeschikking” hebben voltooid. „Daarmee geldt deze grondwet voor het gezamenlijke Duitse volk.” Anno 2009 voelt menig Oost-Duitser zich bij nader inzien met die tekst tekortgedaan.

Aan de oever van de Spree, vlakbij het Rijksdaggebouw en andere parlementaire onderkomens in Berlijn, zijn artikelen van de Duitse grondwet in grote glaspanelen vastgelegd. Het geheel heeft door het gebruikte materiaal iets kwetsbaars en tijdelijks. Dat laatste is overigens geheel in lijn met de oorsprong van de Duitse grondwet, die in het Nederlands beter een ‘hoofd- of basiswet’ kan worden genoemd.

Die basiswet was oorspronkelijk tijdelijk bedoeld; het ging immers om wetgeving van een gedeelde staat. De basiswet, in het Duits Grundgesetz, zou pas constitutie (Verfassung) worden als de Duitse eenheid was hersteld en het volk in vrijheid een besluit over zijn ‘echte’ grondwet had genomen.

Konrad Adenauer, zestig jaar geleden voorzitter van de Parlementaire Raad in Bonn – enkele maanden later was hij de eerste Bondskanselier van de nieuwe republiek – meende ook met een provisorium te maken te hebben. Hij zette de (West-)Duitse politiek tot tempo aan. Het ging tenslotte bij het aannemen van de ontwerpgrondwet niet om „de Tien Geboden, maar om overgangswetgeving”, aldus Adenauer.

Het constitutionele fundament voor een federale West-Duitse staat is gelegd door de geallieerde bezettingsmachten in Duitsland, met de Amerikanen voorop. Duitsland had als centraal geregeerde staat afgedaan. De ervaringen met de Weimar Republiek en later de verschrikkingen van het nationaal-socialisme onder Adolf Hitler leidden tot een decentrale staatsopbouw, waarin niet één figuur de dienst uitmaakt, maar waarin Bondsdag, Bondsraad, Bondsregering, bondspresident, het federale constitutionele gerechtshof en de afzonderlijke deelstaten alle hun competenties hebben.

Een kenner bij uitstek van de Duitse grondwet – en iemand die de Duitsers in dezen graag een spiegel voorhoudt – is de Amerikaanse jurist en constitutie-expert Donald Kommers. Hij was kortgeleden te gast op de American Academy in Berlijn.

Kommers raadt af om met de Duitse grondwet te gaan experimenteren als gebaar aan Oost-Duitsers die zich tekortgedaan voelen. Hij wijst erop dat de huidige Duitse grondwet overal respect geniet. „Vanuit een bescheiden uitgangspunt is het een van de grote grondwetten van de wereld geworden.” Volgens hem wordt er al genoeg aan het Grundgesetz gesleuteld. „De basiswet is de afgelopen zestig jaar 52 keer geamendeerd. Vergelijk dat eens met Amerika: zeventien amendementen in 217 jaar.” De continuïteit zit volgens Kommers in het behoud van de instituties en in de eerste negentien artikelen van de grondwet, waarin de grondrechten worden behandeld. Die zijn maar twee keer (marginaal) aangepast.

Hoewel de Amerikanen grote invloed op de Duitse grondwet hebben gehad, stelt Kommers dat de constituties van beide landen fundamenteel verschillend zijn. „In de Amerikaanse grondwet staat vrijheid centraal. De Duitsers hebben de menselijke waardigheid in het middelpunt geplaatst. In Amerika gaat vrijheid bijna altijd boven waardigheid. Neem de persvrijheid. Het vrije woord is bij ons belangrijker dan het individu dat zich daardoor beledigd voelt. In Duitsland dient het individu in een sociale context te worden gezien. Je mag niet zonder meer beledigen.”

Artikel 1 van de Duitse grondwet luidt: „De waardigheid van de mensen is onaantastbaar. Deze te eerbiedigen en te behoeden is de verplichting van alle staatsgezag.” Het is een directe verwijzing naar de ongehoorde schendingen van de menselijke waardigheid gedurende de nazi-jaren 1933-1945.

SPD-voorzitter Franz Müntefering heeft op zijn uitlatingen over een ‘nieuwe, gemeenschappelijke grondwet’ veel kritiek moeten incasseren. Duidelijk is echter dat hij een gevoelige snaar heeft geraakt. Hij krijgt steun van wetenschapper Hans Vorländer. Die schrijft in een opstel in het blad Aus Politik und Zeitgeschichte: „Twintig jaar na de vreedzame revolutie heeft zich in het collectieve Duitse bewustzijn nog geen ‘canon van de grondwet’ ontwikkeld waarvoor ook de Oost-Duitsers met hun ervaringen kunnen tekenen.”

Maar appreciatie is iets anders dan acceptatie. Ondanks de verschillen in waardering tussen west en oost kan de grondwet rekenen op een „hoge mate van aanvaarding” in het verenigde Duitsland, aldus Vorländer. Of, zoals het hier onlangs in de populaire pers werd verwoord: de Duitsers zijn trots op hun grondwet.

    • Joost van der Vaart