Binnen de huid 3

De onlangs overleden schrijver J.J. Voskuil wordt door zijn weduwe Lousje moedig genoemd vanwege zijn besluit de roman Binnen de huid postuum aan het publiek voor te leggen. Laat mij dan meteen ook haar moed roemen: haar romanpersonage ‘Nicolien’ is niet half zo intrigerend als Rosalie, de vrouw die in deze roman de trigger is van de existentiële crisis die de schrijver (of althans: diens alter ego) doormaakt.

Paul de Hoes en zijn Rosalie zijn ons lezers niet direct sympathiek. Paul pleegt verbaal geweld en ‘sauveert’ zichzelf en zijn handelen continu met hoogdravende redeneringen. Rosalie lijkt op een groupie die zich wil warmen aan de intelligentie en aan de overtuigingen van haar omgeving. Vooral mannelijke omgeving. In de tijd geplaatst zien we in Paul: een jonge man, vol verlangen om in oorlogstijd en studie opgepotte idealen te verwezenlijken, om groots en meeslepend te leven als honnête homme, samen met zijn ‘grote ene’. In Rosalie: een jonge vrouw die een paar jaar gekooid is geweest en wier denken en voelen noodzakelijkerwijs op rantsoen zijn geweest.

Maarten Koning, alter ego van de schrijver, zoekt wijsheid bij zijn vrienden. Zelf ondergaat ook hij de richtingloosheid van het afgestudeerden-bestaan en wat we in deze roman lezen is dat de voorlopige antwoorden van Paul de zijne niet zijn. Sterker: Koning heeft ook geen alternatief voor Pauls antwoorden; zijn antwoorden zijn samen te vatten als een puberaal: “Nee!”. Of, zoals Frida Vogels het in een ingezonden brief (Boeken, 01.05.09) stelt: ‘Ik kan niet, dus ik hoef ook niet’. Vogels weet over wie ze het heeft en we mogen haar wel geloven in haar interpretatie van de les die Koning/Voskuil uit het debacle- Rosalie trekt. Alleen moet het ontbrekend object nog ingevuld worden: wàt kan en hoeft Voskuil niet?

Er zijn, voor zover ik zie, drie kandidaat-objecten. De eerste ligt gegeven de directe aanleiding het meest voor de hand: de liefde. Dat betekent dat zijn relatie met Lousje niet eens pretendeert liefde te zijn. [ Kandidaat twee is het burgermansbestaan. Maar uit de vele honderden pagina’s gewijd aan Het Bureau blijkt toch dat hij juist dat wel geleid heeft. De derde kandidaat is het leven. Maar groots en meeslepend was dat niet! Het bewijs daarvoor levert hij zelf in de minutieuze weergave in zijn boeken.

Eleonore Oversteegen, Zaltbommel

(Volledige brief op nrcboeken.nl)