Autonoom Curaçao

Curaçao beslist vandaag per referendum over zijn toekomst. 118.827 kiesgerechtigde Curaçaonaren van 16 jaar en ouder kunnen sí of nò, of desgewenst ja of nee, zeggen tegen de voorwaarden waaronder het eiland binnen het Koninkrijk der Nederlanden autonomie kan verwerven.

Dat Curaçao autonoom moet worden, dus losgekoppeld van de rest van Nederlandse Antillen, én deel moet blijven uitmaken van het koninkrijk, heeft de bevolking al eerder gezegd. In 2005 sprak 67,8 procent zich daarvoor per referendum uit, terwijl toen maar 4,8 procent opteerde voor volledige onafhankelijkheid. Vandaag gaat het om de vraag of de voorwaarden voor de autonomie, die de diverse regeringen (Nederland, Antillen, de afzonderlijke eilanden) met elkaar zijn overeengekomen op de zogenoemde Ronde Tafel Conferentie (RTC), door de burgers van Curaçao worden gesteund.

De voor Curaçao belangrijkste uitkomst van dit moeizaam verlopen overleg is dat Nederland de aflossing van de schuld van het toekomstige land, ongeveer 4,2 miljard Antilliaanse gulden, voor 70 procent op zich neemt (1,7 miljard euro). Zonder die steun heeft het eiland in autonome status nauwelijks toekomst. Het is een bedrag waarvoor Nederland in ruil macht opeist. Via een lidmaatschap van het College financieel toezicht (Cft) claimt Nederland zicht op de overheidsbestedingen van Curaçao.

Ook eist Nederland dat het bij de bestrijding en de opsporing van georganiseerde en zware criminaliteit nauw betrokken blijft, alsmede bij de vervolging van de daders. Bovendien wordt de invloed van lokale politici op het functioneren van Openbaar Ministerie en de rechters volgens deze afspraken teruggedrongen. Dit deel van het akkoord wordt overigens gezien als een concessie van Nederland, dat eerder vasthield aan een aanwijzingsbevoegdheid voor de Nederlandse minister van Justitie. Hierdoor is de unanimiteit in de Nederlandse politiek doorbroken: VVD en PVV onderschrijven niet langer het slotakkoord van de RTC.

De Nederlandse invloed op financiën en justitie is voor de tegenstanders van het akkoord op Curaçao een reden om in het stemhokje het cirkeltje ‘neen’ aan te kruisen. Zij verwijten Nederland machtsmisbruik door de financiële steun aan dergelijke voorwaarden te koppelen. Maar duidelijk is ook dat bij afwijzing van die voorwaarden de schuldovername vervalt en daarmee ook, voorlopig, de mogelijkheid voor Curaçao om vanaf 2010 autonomie te verkrijgen. Wie autonomie wenst, moet dus ja zeggen, in de wetenschap dat de schuldsanering voor altijd is en de Nederlandse zeggenschap slechts tijdelijk zal zijn. Dat laatste zouden in Nederland ook Kamerleden moeten beseffen. Het Statuut voor het Koninkrijk uit 1954 verbindt Nederland en de (straks afzonderlijke) delen van de Antillen met elkaar, zolang niet alle partijen dat opzeggen. Maar autonomie van Curaçao houdt ook in dat Nederlandse politici hun bemoeienissen, om niet te zeggen bemoeizucht, moeten beperken. Ook dat is een consequentie van de autonomie voor Curaçao.