Automobilisten met si-stickers vermijden deze buurt

De verdeling loopt grotendeels langs raciale en economische lijnen, langs kolonialisme en slavernij.

In Willemstad is fel campagne gevoerd.

Een sliert stilstaande auto’s blokkeert de weg tussen de Antilliaanse hoofdstad Willemstad en de luchthaven Hato. Voor een winkelcentrum delen aanhangers van de Curaçaose oppositiepartij MAN parafernalia uit ter ondersteuning van de nò-campagne voor het staatkundig referendum. Bestuurders laten hun wagen met draaiende motor achter, om stickers, T-shirts en vlaggetjes te halen.

Een vrouw in een bordeauxrode sedan steekt een zwart-wit vaantje op haar auto. Waarom ze tegenstemt? „Omdat de bestuurders gewoon onderhandeld hebben zonder ons erbij te betrekken. En nu willen ze onze stem, maar zo werkt het niet!” Haar vriendin gooit er nog een schepje boven op: „Ze moeten ons respecteren. We zijn geen geiten!” De vraag waarop ze si of nò, ja of nee, kunnen antwoorden, weten ze niet.

En daarin zijn ze niet de enigen. Vandaag kunnen een kleine 119.000 Curaçaoënaars stemmen in een referendum over de toekomst van het eiland. Na de opheffing van het Antilliaanse staatsverband, gepland voor 2010, wil Curaçao een autonoom land binnen het koninkrijk worden.

Inzet van het referendum is een vijftal door de coalitiepartijen met Nederland afgesproken rijkswetten over politie, justitie en financiën. Nederland saneert 1,7 miljard euro van de Antilliaanse staatsschuld.

Een complexe materie, die zijn weerslag heeft in de vraagstelling bij de volksraadpleging: „Ik keur het resultaat van de Ronde Tafel Conferentie om te komen tot een autonoom Curaçao binnen het Koninkrijk goed.” Maar daarover gaat het refe rendum eigenlijk allang niet meer.

De staatkundige onderhandelingen hebben de geest uit een eeuwenoude fles gelaten, die de historische verdeeldheid binnen de Curaçaose samenleving doet opspelen. De verdeling loopt grotendeels langs raciale en economische lijnen, langs kolonialisme en slavernij. Zo lijkt si meer aan te slaan bij blanken, rijken en hoger opgeleiden, terwijl lager geschoolde zwarten kiezen voor nò. Tegelijkertijd is het ook zo dat arme Curaçaoënaars traditioneel de zekerheid van Nederland omarmen, terwijl de lokale intelligentsia „de bemoeizucht van Nederland” steeds minder kan waarderen.

„Ik ben opgegroeid op het platteland”, zegt automonteur Sonny in een buitenwijk van Willemstad. „Daar kreeg je geen studiebeurs als je geen belangrijke mensen kende. Ik heb zelf mijn studie betaald en alles hier zelf opgebouwd.” Hij gebaart naar zijn goedlopende garage op een erf vol autowrakken. „Die rijkeluiskindjes zeggen: neem het geld van Nederland en laat hen hier een beetje besturen. Maar ik blijf het liever zelf doen, ik wil niet dat het weer zo wordt als vroeger. Nederlanders gedragen zich hier onbeschoft. Als je altijd geld aanneemt van anderen krijg je nooit zelfrespect.”

Sonny woont in een volkswijk waar nò de boventoon voert. Automobilisten met si-stickers mijden dergelijke buurten uit angst met stenen te worden bekogeld. Omgekeerd zijn nò-aanhangers niet welkom in villawijken.

„Dit is geen referendum, dit is een oorlog”, zucht een jonge Curaçaoënaar op de afsluitende campagnemanifestatie van si in het centrum van Willemstad. Honderden jongeren – ook 16- en 17-jarigen mogen stemmen – staan voor het podium met professionele lichtshow, waar populaire bands speciaal voor het referendum geschreven ‘vota si’-nummers vertolken. De door het kapitaalkrachtige bedrijfsleven gesteunde si-campagne pakt deze laatste dagen voor de stembusgang flink uit.

Meisjes deinen mee in witte T-shirts, voorzien van een si-tekst. Ze gaan si stemmen omdat „meer controle door Nederland stelende politici gaat tegenhouden”. Een ouder echtpaar vindt dat si de beste keuze is „omdat het eiland dan wordt verlost van die verstikkende schuld”. Emancipatie is onmogelijk zolang er zoveel schuld is, menen ze. „We moeten dit doen voor toekomstige generaties.”

Maar student Clark Abraham zit niet op si te wachten. En ook van het door de oppositie gekaapte nò is hij niet onder de indruk. „Het referendum is compleet gepolitiseerd”, zegt Abraham. Hij wil morgen blanco stemmen, net als een groeiende groep anderen.

Uiteindelijk gaat het volgens de student vooral om de periode ná het referendum. Curaçao vreest gewelddadige incidenten, ongeacht de uitslag. Abraham: „Of het nu si of nò wordt, we blijven met een enorme verdeeldheid zitten. Democratie betekent niet dictatuur van de meerderheid. Het is de vraag hoe we daarmee omgaan.”

    • Miriam Sluis