Als de bel nu gaat doe ik rustig open

Drie jaar geleden werd Daniëlle van Bennekom overvallen in de dierenwinkel.

De dader is nooit gepakt, maar een ‘vervangende dader’ verdreef haar trauma.

Drie jaar geleden werd Daniëlle van Bennekom overvallen in de dierenwinkel. De dader is nooit gepakt, maar een ‘vervangende dader’ verdreef haar trauma. Foto Anaïs López López, Anaïs

Zij heeft altijd dokterassistente willen worden en hopelijk gaat dat binnenkort gebeuren. Op haar stageplek in het Diaconessenziekenhuis in Leiden, zit Daniëlle van Bennekom (22) trots achter haar bureau op de afdeling Polineurologie. Drie jaar geleden werkte ze nog in de net geopende dierenwinkel van haar zus in Dordrecht. Daar werd ze overvallen.

Daniëlle zit die dag rustig achter de toonbank te wachten op de eerste klant als er een jongeman met een pistool binnenkomt. Hij snauwt haar toe: „Overval, kassa open!” Ze weet dat er maar 45 euro in de kassa zit en is bang dat hij het niet voldoende zal vinden. Maar zodra hij het geld in handen heeft verlaat hij onmiddellijk de winkel. Daniëlle belt 112 en enkele minuten later staan er zeven (!) politieauto’s voor de deur. Ze heeft nog dezelfde dag contact met Slachtofferhulp, maar het helpt haar niet. De eerste dagen niet, maar ook de tijd daarna niet. Daarna sluit ze zichzelf op, letterlijk en figuurlijk.

Wat gebeurde er?

„Ik was bang, altijd maar bang, ik wilde het huis niet meer uit. Ik werd boos, steeds bozer over wat dat monster me had aangedaan. Toen heb ik een alarmpistool gekocht. Als ik hem was tegengekomen, dan had ik hem graag willen vermoorden. Voor alle pijn en verdriet die hij me had aangedaan. Hoe haal je het in je bolle hoofd om hier een overval te plegen? Had het tankstation om de hoek beroofd, sukkel! En ik was ook boos op de politie die niets deed. Slappe nietsnutten, pak die teringlijer bij z’n lurven! Dat duurde zeker drie maanden. Mijn ouders brachten me naar m’n werk in de dierenzaak waar ik daarna samen met mijn zus werkte. Ik durfde niet meer alleen, voelde me nergens meer veilig.”

Werd de angst minder?

„Nee, die werd alleen maar erger. In 2007 kon ik het huisje van een vriendin overnemen, maar toen ik daar in m’n eentje woonde werd het pas echt vreselijk. Ik kon niet meer slapen, ik was bang dat ik thuis elk moment overvallen zou worden. Als er ’s avonds werd aangebeld werd ik gek van angst. Ik had paniekaanvallen: misselijk, duizelig, hyperventileren, zweten, huilen. Die angsten had ik steeds als ik aan de overval terugdacht. Eigenlijk waren die herinneringen erger dan de overval zelf.”

Hoe kan dat?

„Ik dacht aan wat er had kunnen gebeuren, dat hij die 45 euro te weinig had gevonden en was gaan schieten. Het werd ook erger omdat ik er na enige tijd met niemand meer over sprak, ik wilde m’n familie en vrienden er niet meer mee lastig vallen. Ik dacht dat ik het wel alleen kon.”

Stoer.

„Ja, ik heb stoer zitten doen, alles opgekropt...”

Maar dat heeft je ook niet geholpen.

„Nee. Maar ik kwam er wel achter dat ik geen bang vogeltje meer wil zijn. En toen ik op televisie iemand zag vertellen over ontmoetingen tussen daders en slachtoffers, dacht ik: misschien kan ik bij hem mijn woede kwijt, hem vertellen wat hij in die paar minuten had aangericht.”

Maar ja, jouw dader werd niet gepakt.

„Nee, en dus kon ik hem niet ontmoeten maar ik heb later toch contact gezocht met de Stichting Slachtoffers & Daders. Ze vertelden me dat zij vooral ontmoetingen organiseerden tussen slachtoffers en ‘vervangende’ daders, iets compleet nieuws. Mijn eerste reactie was: wat heb ik daar nou aan, dat werkt toch helemaal niet? Maar ik heb het toch gedaan. Ik wilde af van alle angst en boosheid die mijn leven vergiftigden.”

Maar de vervangende dader weet toch niet wat er met jou is gebeurd?

„Hij krijgt in grote lijnen te horen wat er is gebeurd, als voorbereiding op het gesprek. Ook ik had me goed voorbereid. Bij het gesprek zou naast mijn begeleider ook een begeleider voor de vervangende dader aanwezig zijn. En zo stond ik op een ijskoude ochtend op de afgesproken plek in mijn eentje te wachten, toch erg nerveus, en zag daar twee mannen aankomen. Ik wist meteen dat zij het waren: een nette man en naast hem, ja, typisch een crimineel. ‘Oh, help!’, dacht ik.”

Wat deed je?

„Ik durfde niet te kijken. Mijn begeleider kwam en stelde ons aan elkaar voor. Ik was heel koel en durfde de dader niet aan te kijken. Hij was voor mij een monster, ik dacht: weer zo’n gemene, harteloze ellendeling! Toen bleek degene die in mijn ogen de crimineel was, de begeleider te zijn. De echte dader was de nette man.”

Meteen op het verkeerde been gezet?

„Ik ben gewoon begonnen met praten over mijn angst en mijn boosheid. Ik vroeg aan hem waarom hij zulke dingen kon doen. Ik kon zo langzamerhand steeds beter al mijn emoties onder woorden brengen. Hij luisterde goed. Daarna vertelde hij hoe hij in het verleden postkantoren had overvallen. Wat me verraste was dat hij zei dat hij nu heel erg spijt had, maar tijdens de overvallen helemaal niet dacht aan de mensen die in zijn weg stonden. Dat heeft me heel erg geholpen, ik stond als slachtoffer gewoon toevallig in zijn weg, in de weg naar zijn enige doel: de kassa. Meer ben je niet. Het gaat helemaal niet om mij persoonlijk, de dader wil iets en jij staat daar toevallig.”

Dat hielp?

„Ik werd tijdens het gesprek steeds rustiger. Hij zei ook dat daders achteraf altijd spijt hebben. Zo veranderde langzaam dat monster in een mens; een enorme opluchting. Het werd ook echt een tweegesprek tussen hem en mij. We begrepen elkaar, er was iets tussen ons: we hadden allebei een overval meegemaakt. Ik begreep de wereld van de dader. Zo kon ik die vervangende dader vergeven, en daarmee ook mijn eigen concrete dader. Ik weet niet hoe dat precies werkt.”

Vergeven?

„Ik vergeet het niet, maar ik begrijp het en accepteer het. Ik keur het niet goed, maar ik kan er wel verder mee leven. Het houdt mij niet meer in z’n greep, ik ben met heel andere dingen bezig. Ik werd tijdens het gesprek al ontspannen, meer dan in al die maanden daarvoor. Ik vond het overigens een aardige gozer, dat hielp ook; een warme, begripvolle man. En hij zei dat dit gesprek hem ook hielp.”

Maar je zat er niet voor hem.

„Nee, maar het was voor mij ook beter om met deze vervangende dader te praten. Het maakt de drempel lager. De stap om met de echte dader te praten was misschien te groot geweest, te heftig.”

Dus je bent tevreden.

„Ik ben blij dat ik het heb gedaan, hoe bang ik er ook voor was. Ik heb ervaren dat het werkt en ik weet ook dat je er alleen nooit uitkomt; die emoties gaan zo diep. Als de bel nou gaat doe ik rustig open, ik heb m’n ouwe leven weer terug. Vergeven, noem het hoe je het wilt, maar de ervaring is hetzelfde: je laat iets los en kan daarna weer verder. Ik was een slachtoffer , maar nu niet meer.”

Als je de echte dader nu zou tegenkomen?

„Dan zou ik zeggen: het is oké, ik heb je vergeven, ik ben verder en ik hoop dat jij ook verder bent gegaan; dat je niet meer van die stomme dingen doet.”

Zie ookslachtoffersendaders.nl

    • François de Waal