2000 Cultureel Supplementen later

CS aflevering 1000, in 1990

Het bovenstaande maakt al duidelijk dat dit nieuwe supplement op een brede basis zal worden gemaakt”, staat in het ten geleide van het allereerste Cultureel Supplement van NRC Handelsblad, ‘Een nieuw supplement’, van 2 oktober 1970. Ik heb er op die dag, als 19-jarige jongeling, nog bij een kiosk op het Damrak op staan wachten, want dat CS was een van de voornaamste vernieuwingen die de lezers van het daags daarvoor gefuseerde Algemeen Handelsblad en Nieuwe Rotterdamse Courant in het vooruitzicht was gesteld.

Ik wachtte vergeefs, want er was die dag iets mis gegaan bij de drukkerij, zodat de vrijdagkrant te laat kwam voor de losse verkoop in de winkels, die toen nog stipt om zes uur sloten – een euvel dat zich in de decennia daarna helaas nog vele malen zou voordoen.

Vandaag maken wij de 2000ste ‘aflevering’ van dit supplement – het meer voor de hand liggende woord ‘nummer’ was onze bedenker, de essayist/dichter/journalist K.L. Poll wellicht iets te gewoontjes voorgekomen. Het CS bestaat nog steeds, sinds 2007 volledig in kleur en op tabloidformaat, maar afgezien daarvan volgens ongeveer dezelfde formule: een mengeling van overzicht van de culturele ac<tualiteit en veelal essayistische stukken.

Iets maken waar je zelf in je jeugd tegen opzag, is een vreemd gevoel. Journalisten van een dagblad – een nerveuze, meestal op de korte baan werkende mensensoort – hebben niet veel tijd voor retrospectie. En het is ook een beetje een onrustig gevoel. Zou het kunnen zijn dat wij de uitvinding van K.L. Poll – want een noviteit was het CS in 1970 zeker – ongemerkt te grabbel hebben gegooid, geofferd aan oppervlakkigheid en waan van onze eigen tijd? Of omgekeerd, dat CS nu ongemerkt vele malen beter, slimmer en ruimdenkender is dan toen?

Het oordeel over een krant is niet aan

de redactie, maar aan de lezer. Op grond van dat eerste ten geleide van K.L. Poll heeft de huidige redactie echter niet zo heel veel om zich a priori voor te schamen. Je zou kunnen zeggen dat we trouw zijn gebleven aan de uitgangspunten van 1970, ook zonder deze eerder gelezen te hebben.

‘Een nieuw supplement’ begint met de constatering dat „politieke conflicten in Nederland dikwijls conflicten zijn, die samenhangen met culturele emancipatie”. Poll doelt hierbij op verschijnselen als Provo, het tv-programma ‘Zo is het’, Veronica, G.K. van het Reve en Jan Cremer. „Het gaat daarbij onder andere om het verleggen van de goede smaak en van de juiste toon, en om de erkenning dat verschillende smaken en tonen naast elkaar recht van bestaan hebben”.

Het nieuwe supplement wil, blijkt uit de tekst, bij deze verbreding van het culturele leven aansluiten en in geen geval de indruk wekken een baken van culturele behoudzucht te zijn, of bewaker van het oordeel van traditionele kunstliefhebbers. „Cultuur wordt steeds minder ervaren als luxe-artikel voor een sociale elite. Alleen al de invloed van de techniek (film, pop-art, grammofoonplaten-industrie en natuurlijk vooral televisie) heeft het exclusieve karakter van kunstgenot voor een deel doen verdwijnen”.

Door de opkomst van nieuwe groepen cultuurparticipanten en nieuwe media – dit werd geschreven in de tijd vóór kabeltelevisie, thuisvideo, cd of internet – neemt het aanbod aan cultuur voortdurend toe, aldus de tekst. „Het culturele supplement kan als leidraad dienen bij alles wat het publiek als kunst wordt aangeboden.” Maar naar volledigheid zal niet gestreefd worden: „De stimulerende en verhelderende werking die kunst en kunstkritiek kunnen hebben, gaat verloren als de consument er geen gat meer in ziet, als hij zich alleen maar overdonderd voelt door een veelheid.”

En vervolgens gaat dat eerste CS van start: met een essay van Rudy Kousbroek waarin deze de stoplappen van literaire recensenten op de hak neemt, een interview met Jan Wolkers, een gedicht van Judith Herzberg, een alarmerend stuk van muziekredacteur J. Reichenfeld over de onverschilligheid van het concertpubliek voor moderne muziek, een voorbeschouwing op een concert van de Rolling Stones in de RAI, en twee stukken over de Vrije Academie in Den Haag, die zich voortaan ‘Psychopolis’ wil noemen en volgens kunstrecensent Hans Redeker „onmiskenbaar een revolutionair karakter draagt”.

Er zijn sinds dat eerste nummer van CS

vast wel eens Cultureel Supplementen verschenen die saaie stukken bevatten, of waarin geofferd werd aan de demon van de goede smaak, of waarin de voorkeuren van gevestigde kunstliefhebbers als uitgangspunt werden genomen. Er zijn sinds 1970 ook wel jaren voorbijgegaan die minder door een opstandige geest werden bezeten dan de jaren 60 die in Polls ten geleide doorklinken.

Maar de toon die hij zette, was – dunkt mij – de juiste en kan ons nog heden tot uitgangspunt strekken: cultuur grijpt nog steeds verder om zich heen, nieuwe groepen banen zich er een weg in, en wat kunst is, is nog steeds onzeker, laat staan wat goede kunst is. De ‘veelheid’ waarvoor Poll in 1970 waarschuwt, is sedertdien nog zeer toegenomen en daarmee de noodzaak tot het maken van een keuze. Maar verwacht van het CS dus geen kalm voortkabbelend gekweel langs gebaande paden, en evenmin het hedendaagse equivalent daarvan, de inbedding van kunst en cultuur in een tandeloos lifestyle-concept.

Deze 2000ste aflevering

van het Cultureel Supplement is een ‘gewoon’ CS, in die zin dat we na dit stukje verder geen geschiedschrijving meer in petto hebben. Maar een klein beetje toepasselijk wilden we wel zijn. Kasper Jansen, instituut in de Nederlandse muziekwereld, neemt binnenkort afscheid en blikt terug op veertig jaar muziekpraktijk. Een aantal auteurs buigt zich over de vraag of er in hun ervaring een onderscheid bestaat tussen ‘hoge’ en ‘lage’ kunst, want hoezeer Poll in 1970 de grenzen van cultuur ook misschien heeft willen oprekken, veel lezers, weten wij, hanteren deze categorieën nog wel degelijk. En het leek ons passend om aan het eind van de aflevering aandacht te besteden aan twee cultuuruitingen waarbij de grenzen van de goede smaak maximaal worden opgerekt, één van nu en één uit een recent verleden. Tot slot een belofte: tot aflevering 3000 houden we nu weer op over onszelf.

Wilt u reageren? Mail naar cs@nrc.nl onder vermelding van ‘CS 2000’. Of schrijf naar CS, Postbus 8987, 3009 TH Rotterdam

    • Raymond van den Boogaard