Woorden en daden

Stapsgewijs. Werkende weg. Met horten en stoten.

Het geheim van het succes van de naoorlogse samenwerking in Europa wordt wel toegeschreven aan het bewust vaag houden van het uiteindelijke doel. Niet de woorden tellen, maar de daden.

De ‘integratieparadox’ wordt het wel genoemd. In de Europese samenwerking zou alleen voortuitgang geboekt kunnen worden als het einddoel (geografisch, politiek) bewust in het midden wordt gelaten. Daarover zou toch geen overeenstemming mogelijk zijn.

Lang ging dat ook op voor Turkije. Maar is het níet-noemen van het doel nog vol te houden nu de kloof tussen retoriek en praktijk steeds breder wordt?

Olli Rehn, de Europees commissaris voor de uitbreiding, wordt niet moe te beklemtonen dat als Turkije aan alle voorwaarden voldoet en als de EU er zelf klaar voor is, Turkije kan toetreden. Dat is inderdaad het officiële standpunt sinds Turkije kandidaatlid werd (december 1999) en de onderhandelingen over toetreding begonnen (oktober 2005).

Maar in werkelijkheid zit er vrijwel geen schot in. Op 8 van de in totaal 35 onderwerpen waarin het ‘toelatingsexamen’ is opgesplitst, rust zelfs een verbod om het overleg te beginnen. Debet daaraan zijn de conservatief-islamitische koers van de regerende AK-partij in Turkije, de aanhoudende impasse rond de kwestie-Cyprus en de groeiende publieke weerzin tegen verdere uitbreidingen in de EU-landen.

Angela Merkel en Nicolas Sarkozy grepen zondag in Berlijn de aanstaande Europese verkiezingen aan om klaarheid te verlangen. Toen ze nog geen bondkanselier van Duitsland en geen president van Frankrijk waren golden ze al niet als supporters van Turkse toetreding. Maar nu deden zij er in hun diplomatieke pas de deux een schepje bovenop.

Merkel: „We doen er goed aan tegen de mensen in de Europese verkiezingscampagne te zeggen dat onze gezamenlijke positie is: een geprivilegieerd partnerschap voor Turkije, maar geen volledig lidmaatschap.”

Sarkozy: „Laten we ophouden Turkije loze beloften te doen en laten we met Turkije de vorming van een grote gemeenschappelijke ruimte bestuderen.”

Opdat het woord bij de daad wordt gesteld.

Joop Meijnen