Wellink: sterker bankentoezicht in EU

Een pan-Europees toezicht op de bancaire sector moet verder gaan dan door de commissie Larosière is voorgesteld. Dit heeft president Wellink van De Nederlandsche Bank vanmorgen gezegd in een toespraak tijdens een conferentie in Wenen. Wellink pleit onder meer voor een meer gecentraliseerde besluitvorming op toezichtsgebied, met een ‘breed mandaat’ voor een Europese Raad voor Systeemrisico’s.

Een door de Europese Commissie ingestelde expertgroep onder voormalig IMF-topman Jacques de Larosière kwam in februari met een advies over een betere Europese coördinatie van het toezicht, naar aanleiding van de financiële crisis. De groep pleitte ervoor het werk van nationale toezichthouders aan te vullen met een nieuwe, pan-Europese instantie, die moet zorgen dat toezichthouders elkaar meer informatie geven en moet bemiddelen bij geschillen.

Het advies van De Larosière, waarover de Europese Commissie zich in mei uitspreekt, werd destijds als weinig ambitieus ervaren. De Larosière noemde een verder gaande samenwerking in een reactie echter politiek „onrealistisch”.

Wellink noemde het rapport van De Larosière vanmorgen „een goed vertrekpunt”, maar vindt dat aanvullingen gewenst zijn. Hij zei onder meer dat een nieuwe Raad zich ook over toekomstige ontwikkelingen en risico’s voor de financiële sector, zoals innovatie, moet kunnen buigen. Ook pleitte hij voor een grotere rol van de Europese Centrale Bank bij de voorbereidingen van bijeenkomsten van de nieuwe Raad, al wees hij er op dat centrale banken niet oververtegenwoordigd moeten zijn in de vergaderingen.

Wellink maakte vanmorgen duidelijk zich bewust te zijn van de complexiteit rond de centralisering van het bankentoezicht op Europees niveau, en stelde dat een aantal kwesties moet worden opgelost voor het daar van kan komen. Een van de neteligste problemen is het verdelen van de lasten over de lidstaten als een financiële instelling failliet gaat of gered moet worden.

De financiële crisis heeft het probleem blootgelegd dat financiële instellingen in de EU steeds grensoverschrijdender zijn gaan werken, terwijl het toezicht nog steeds op nationaal niveau plaatsvindt. Een belangrijk voorbeeld van mogelijke conflicten op dit gebied is de teloorgang van het Belgische Fortis-concern, waar het kort daarvoor overgenomen Nederlandse deel van ABN Amro door de Nederlandse autoriteiten te elfder ure weer uit werd getild.