'We moeten op niches mikken'

Topman Sjoerd van Keulen verlaat SNS Reaal om voorzitter van Holland Financial Centre (HFC) te worden. Hij blijft ondanks de crisis voorstander van een sterke financiële sector.

Topman Sjoerd van Keulen verlaat SNS Reaal om voorzitter van Holland Financial Centre (HFC) te worden (Foto NRC H/Leo van Velzen) Utrecht, 12-05-09. Sjoerd van Keulen voormalig CEO van SNS Reaal, gaat naar het Holland Financial Centre. Foto Leo van Velzen NrcHb. Velzen, Leo van

Op 23 december stond hij nog in de Melkweg naast gitarist Jan Akkerman te zingen bij een eenmalige reünie van zijn oude Rotterdamse band The Free. Dat kwam Sjoerd van Keulen, scheidend topman van bank-verzekeraar SNS Reaal nog op een leuke verrassing te staan. Op 1 april 2008, bij zijn afscheid, stond Van Keulen klaar om na de speech van zijn opvolger, Ronald van Latenstein tot Voorst, het woord te nemen. Plotseling werd het gordijn achter hem opgetrokken en stond daar een volledige bezetting van een funkband. Geen speech, maar een funky optreden van Van Keulen. „De dames begonnen allemaal te dansen”, zegt een nog steeds glunderende Van Keulen nu, terwijl hij zelf meedeint op de muziek in zijn hoofd.

Het tekent de flamboyante, nog immer jongensachtige zestiger. Van Keulen (Schiedam, 1946) heeft lef, bij zijn afscheid kreeg hij het speciaal samengestelde boek Durf als deugd. Van Keulen, die voor hij eind 2002 de leiding kreeg bij SNS Reaal in de raad van bestuur van Fortis zat, trof in Utrecht een gemoedelijke, provinciale sfeer aan. Die kracht, zoals hij het zelf noemt, heeft hij behouden, maar de ambities van de bank moesten omhoog. Er volgden enkele overnames (AXA Nederland en Zwitserleven) en hij bracht SNS Reaal naar de beurs in mei 2006, ruim een jaar voordat de problemen op de financiële markten begonnen.

Heeft de crisis veel veranderd voor hoe SNS Reaal werd aangestuurd?

„Niet echt, we hebben verhoogde dijkbewaking ingesteld. Wij hadden een betrekkelijk laag risicoprofiel. We zijn een echte consumentbank en verzekeraar en zaten ook niet in Amerikaanse beleggingen. Vanaf september 2008 ging het ineens heel snel. Professioneel gezien was het buitengewoon interessant, als je jezelf even buiten je positie als bankdirecteur plaatst. Je moet verstandig navigeren, geen fouten maken.”

Heeft u die ook niet gemaakt?

„Nou, een fout die we gemaakt hebben, eigenlijk meer een verkeerde inschatting, is dat we begin 2008 verzuimd hebben een groot deel van onze aandelen te verkopen. Achteraf gezien was de prijs nog best redelijk, maar iedereen had het destijds over het herstel van de economie. Daar hebben we misschien te veel in geloofd destijds. Toen we later alsnog moesten verkopen omdat het veel slechter ging, kregen we een lagere prijs en leden we forse verliezen.”

Waarom besloot u in november vorig jaar een injectie van 750 miljoen euro van de staat te vragen? Het risico van stigmatisering was groot.

„Dat klopt en in de praktijk worden wij ook nu nog steeds genoemd met ING en Aegon. Maar er was niet echt een alternatief. De beurskoers ging omlaag, de solvabiliteit van de verzekeringstak Reaal kwam onder druk te staan. We waren goed gekapitaliseerd, maar zagen de risico’s toenemen. We stonden permanent in de aandacht en waren zeer benauwd voor een bank run, voor mensen die massaal hun spaargeld zouden wegtrekken. De injectie was een extraatje om dat risico in te perken.”

Heeft u tijdens de overname van ABN Amro en Fortis door de Nederlandse Staat nog een rol gespeeld?

„Niet letterlijk op dat moment. We hebben wel tegen Financiën gezegd toen we daar kwamen voor de injectie dat het ons een goed idee leek om een extra stap te zetten en Fortis Bank Nederland en SNS samen te voegen. Beide komen uit de oude Spaarbanken-stal, de overeenkomsten in cultuur en geschiedenis zijn groot en de bedrijven hadden goed op elkaar aangesloten. Het had een nieuw, sterk alternatief kunnen worden voor de Nederlandse consument. En wij hadden ook meer arbeidsplaatsen kunnen behouden van ABN nu.”

Hoe reageerde Financiën?

„We hebben er nooit meer wat over gehoord. Jammer, want ik denk dat het lastiger zal worden om ABN en Fortis aaneen te smeden dan SNS en Fortis. Wie weet komt het er later nog eens van.”

U stapt nu over naar het Holland Financial Centre. Ziet u nog een plaats in de Nederlandse economie voor een stevige financiële sector?

„Jazeker, als je ziet wat er nu in het buitenland gebeurt moeten we snel aanhaken. Ik zeg hoogleraar Arnoud Boot na, die zegt dat een Nederlands financieel centrum zich vooral op niches moet richten. Pensioenen zijn zo’n niche, net als duurzaamheid. En we lopen nog steeds voorop in het internationale betalingsverkeer.”

Een sterke financiële sector wordt ook hard geraakt bij crises. Zijn daar geen risico’s aan verbonden?

„Natuurlijk wel, maar de voordelen van een sterke sector wegen zwaarder dan de risico’s. Deze crisis is de grootste ooit voor hele generaties. Dat is op zichzelf geen reden om geen financiële sector meer te willen hebben.”

Moet de groeiambitie van de financiële sector niet naar beneden?

„Ja, dat gaat gebeuren, maar ik weet niet of dat wenselijk is. Op korte termijn zie je dat banken meer kapitaal moeten gaan aanhouden, en minder risico’s zullen gaan nemen. Dat is voor een land als Nederland niet zo problematisch, we zijn een welvarend land. Maar pas op, de werkgelegenheid staat al onder druk, en als je dan ook de financiële sector bewust klein gaat houden, kan het wel eens hard gaan.”

In uw scenario zitten we over een jaar of wat weer midden in een race naar de top, met alle risico’s op nieuwe zeepbellen van dien.

„Kan zijn, maar dat zien we dan wel weer. We zijn een open economie, met een centrale bank die al een van de beste en meest conservatieve van de wereld is. Ik ben bang dat we de groei van de Nederlandse financiële sector te veel beperken als we op microniveau gaan sturen. Het gevaar is dat we te traag reageren op internationale ontwikkelingen.”

Hoe vind je de balans tussen verantwoord groeien en blind meegaan in een nieuwe hype?

„Onze kracht is polderen, samen eruit komen. Het Angelsaksische model van aandeelhoudersmacht staat nu ter discussie en de vraag is wat ervoor in de plaats komt. Geen heropleving van de planeconomie uit de jaren vijftig, maar meer een nieuwe trend van moraliteit en integriteit. De komst van president Obama is interessant. Hij kan ongetwijfeld niet toveren, maar moraliteit en integriteit zouden dankzij hem een vlucht kunnen nemen.”

    • Egbert Kalse