Veel te eng om te verfilmen

Coraline is een revolutionaire kinderfilm – in verschillende opzichten.

Selick en zijn crew bouwden eigenhandig 130 decors.

Vier van de 130 verschillende decors die werden gebouwd voor de film ‘Coraline’. scene uit de animatiefilm Coraline (2009) FOTO: UPI The Jumping Mouse Circus spells out its welcome to Coraline in Henry Selick?s stop-motion animated 3-D adventure CORALINE, from LAIKA Entertainment for release by Universal Pictures International. UPI

Ze is elf jaar oud, een krappe vijftien centimeter hoog, heeft blauw haar in diverse modellen, en bezit zes reservesetjes voor haar favoriete outfit: een gele regenjas en bijpassende laarsjes. Ze heet Coraline, maar wordt door de meeste mensen consequent aangesproken met Caroline – tot haar grote ergernis. Dan kan ze stampvoeten, haar hoofd heftig schudden en behoorlijk gepikeerd kijken – sowieso heeft ze ruim 200.000 mogelijke gezichtsuitdrukkingen.

Soms is ze verveeld en een tikkeltje sarcastisch, dan verontrust of angstig, dan weer vastberaden en dapper. Je merkt meteen dat ze slim is, en ze neemt je onmiddellijk voor zich in. Dat is knap, want Coraline is een popje, gemaakt uit schuimrubber, siliconen en metaal.

Coraline is de nieuwste creatie van Henry Selick, regisseur van onder meer The Nightmare Before Christmas. Ze is de heldin uit het jeugdboek Coraline and the secret door van Neil Gaiman, dat Selick nu heeft verfilmd. In stop-motion, dus met poppen en decors op schaal, die beeldje voor beeldje moeten worden bewogen en gefilmd.

Coraline is een revolutionaire kinderfilm – in verschillende opzichten. Het is de grootste stop-motion animatieproductie ooit, en de eerste waarbij het ‘ouderwetse’ stop-motion wordt gecombineerd met ultramoderne, driedimensionale computereffecten. Het resulteert in een oogverblindende fantasiewereld, waarin een enorme tuin in een seconde tot bloei kan komen in de vorm van een gezicht – Coraline’s gezicht, en waar spetterend kleurrijke bloemen groeien die gloeien als lampions. De meubels in een kinderkamer zijn er levensgrote, lichtgevende insekten, en op zolder staan een popcornreuzenrad en een suikerspinkanon.

Selick heeft bijna acht jaar aan de film gewerkt. Aan één Coraline-pop waren tien mensen vier maanden bezig; in totaal werden 28 verschillende poppen gebruikt in de film. Haar vele gezichtsexpressies komen uit de computer; daarin werden gezichtsmodellen getekend, die driedimensionaal konden worden uitgeprint en op het hoofd van de popjes bevestigd. Selick en zijn crew bouwden 130 verschillende decors, verspreid over 52 sets in de studio’s, om de beide werelden waarin Coraline zich beweegt te creëren. De boomgaard bij haar ouderlijk huis bestaat uit 40 handgemaakte bomen, de kersenbloesem eraan is in werkelijkheid met de hand beschilderde popcorn.

Waarom heeft Selick voor die omslachtige techniek gekozen? „Dat kan ik gewoon het beste; het is mijn favoriete techniek”, vertelt de regisseur aan de telefoon. „In plaats van alleen maar achter een computerscherm zitten, loop ik liever op een bestaande set, met tastbare decorstukken en echte, aanraakbare hoofdpersonen.”

Inderdaad ogen personages en omgeving in Coraline verbluffend realistisch – niet zozeer natuurgetrouw als wel tactiel: alles ziet eruit alsof je het kan pakken, vasthouden, voelen. Coralines wollen handschoentjes zijn echt pluizig, de natte vacht van de kat glinstert kleverig. Tegelijk creëert het sterk grafische karakter van de poppen ook afstand. Selick: „Dit verhaal had je voor kinderen nooit echt kunnen verfilmen. Dan was het veel te eng geweest.”

Maar ook zo is de film al behoorlijk angstaanjagend – ook in dat opzicht rekt hij de grenzen van de kinderanimatiefilm een beetje verder op. Dat deed Selick bewust, zegt-ie. „Veel animatie is tegenwoordig te voorzichtig en voorspelbaar. En een beetje te braaf: als er al een bad guy is, blijkt die uiteindelijk toch weer aardig. Het mooie aan Coraline vind ik dat een doodgewoon meisje eeuwenoud kwaad ontmoet – en het op eigen kracht kan verslaan. Dat is toch een geweldige boodschap voor kinderen? Bovendien: kinderen houden van griezelen. Ze smullen ervan.”

Selick was meteen gegrepen door Gaimans manuscript, toen die hem dat stuurde, nog voordat het boek uitkwam, vertelt hij. „Het idee van die twee contrasterende werelden vond ik heel mooi. De alternatieve wereld die Coraline betreedt, lijkt in alles te zijn waar ze naar verlangt, maar dan is er opeens een toch wel erg naargeestige keerzijde.”

Zo treft Coraline in de parallelle wereld een ogenschijnlijk ‘betere’ versie van haar ouders: mooier, attenter, meer getalenteerd. Maar er is één ontregelend, uiterlijk detail: op de plek waar hun ogen horen te zitten, glinsteren grote zwarte knopen. Selick: „Ik kan niet precies uitleggen waarom, maar dat idee van knopen in plaats van ogen is ongelofelijk creepy.”

Hoewel Gaiman de personages en werelden in zijn boek niet overdreven uitgebreid beschrijft, zag Selick alles „onmiddellijk voor zich”, vertelt hij. Alles behalve Coraline. „Ik heb haar zelf eerst geschetst, maar kwam er niet helemaal uit. Verschillende tekenaars en poppenmakers hebben zich toen over haar gebogen. We hebben echte elfjarige meisjes naar de studio gehaald, maar bijvoorbeeld ook gekeken naar de ballerina’s van Degas.” Uiteindelijk gaf een schets van de Japanse animator Tadahiro Uesugi de doorslag. Die combineerde klassiek met grafisch; manga met Amerikaanse illustraties uit de jaren vijftig. „Het duurde even voor we haar vonden”, zegt Selick liefdevol over zijn heldin, „maar toen was het ook raak”.

‘Oh Carolina’ van Prince Buster