Uit Phnom Penh verjaagd naar vinexwijk ver weg

Cambodjanen lopen een groot risico uit hun huis verdreven te worden. Land wordt ontruimd voor speculatie ten koste van de armen die erop wonen.

Spelende kinderen in de krottenwijk Dey Krahorm in het centrum van de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh. (Foto AP) TO GO WITH AFP STORY "Cambodia-economy-property-rights,FEATURE" by Seth Meixner Cambodian children play near a shelter at Dey Krahom village, a slum village, in Phnom Penh on February 11, 2008. Amid the rotting trash and shards of bricks, 21 February 2008, small squares of tile flooring are the only evidence of the homes that once packed into the capital's Dey Krahom neighbourhood, which is slated for demolition. AFP PHOTO/ TANG CHHIN SOTHY AFP

De weg naar het nieuwe huis van Mol Mom voert langs het vliegveld van Phnom Penh, dan door lege bouwterreinen en dorre velden, en dan is daar Santepheap II: een Cambodjaanse vinexwijk met rijtjeshuizen, op een klein uurtje rijden van de hoofdstad.

Mol Mom en haar man liggen op de tegelvloer van hun nog niet ingerichte huis te dommelen. Net als van 400 andere gezinnen werd haar huis in Dey Krahorm, een krottenwijk in het centrum van Phnom Penh, onlangs platgebulldozerd. Ze moesten plaatsmaken voor de bouwplannen van het bedrijf 7NG. Een compensatieregeling hadden ze geweigerd en nieuwe accommodatie in Santepheap II wilden ze niet.

Maar in de vroege ochtend van die januaridag grendelde de politie de wijk af, waarna slopers van het bedrijf de houten huizen platgooiden en verzet van de bewoners met traangas in de kiem smoorden. Bulldozers maakten het werk af. Mol en haar familie werden per truck naar Santepheap II gebracht, want de compensatieregeling was vervallen: de verdreven bewoners konden alleen nog een vervangend huis krijgen.

Nu maakt Mol de balans op. Haar nieuwe huis is mooier en ruimer dan wat ze had. Maar het is vér. Ver van het centrum van Phnom Penh, waar haar man drankjes verkocht, haar ene zoon schoenen poetste en haar andere zoon vuilnis verzamelde. Ver van waar de kinderen naar school gingen. En ver van de fabriek waar haar dochter werkte. „Ik weet niet wat de toekomst brengt, want hier hebben we geen werk en we hebben geen geld om iets te beginnen.”

Mol heeft tenminste nog een huis. Elders in Santepheap II kamperen zo’n 300 families onder stukken plastic die overeind worden gehouden met palen. Zij woonden ook in Dey Krahorm, maar waren geen eigenaar van hun huis. Huurders hadden geen recht op een vergoeding of vervangende woonruimte.

„We hebben geen plan”, antwoordt Neang Leak (28), baby aan de borst, op de vraag wat ze nu gaat doen. Voor de 15 tot 20 dollar huur die ze betaalde in Dey Krahorm, denkt ze in Phnom Penh niets anders te kunnen krijgen. Haar man werkt in de bouw, maar kan de reiskosten naar Phnom Penh niet betalen. Neang: „We blijven maar hier, en we hopen dat 7NG alsnog iets compenseert.”

Overal in ontwikkelingslanden worden armen onder het mom van ontwikkeling van hun woonplaats verjaagd. „Maar Cambodja wordt wel gezien als een bijzonder slecht geval”, zegt Natalie Bugalski, juridisch medewerker van het Azië-Pacific-kantoor van het Centre on Housing Rights and Evictions (Cohre).

Eind januari kreeg het land op zijn kop van Raquel Rolnik, speciale rapporteur van de Verenigde Naties, die zei dat „de toename van gedwongen ontruimingen in heel Cambodja alarmerend is”. Naar schatting 150.000 Cambodjanen riskeren van hun woonplaats te worden verdreven.

Dat komt door de economische expansie die Cambodja doormaakt, gecombineerd met een gebrekkig rechtssysteem en een regime dat geldt als een van de meest corrupte van Azië. Bugalski: „Het gaat altijd om machtige mensen met veel connecties, die een stuk land willen om te ontwikkelen of mee te speculeren”.

Op papier mogen bewoners in Cambodja alleen in uitzonderlijke gevallen worden verdreven. Maar de praktijk is anders, blijkt bijvoorbeeld uit de plannen voor het Boeung Kak-meer in het noorden van Phnom Penh.

In 2007 heeft de regering het meer ter grootte van 60 voetbalvelden én de omliggende gebieden voor 99 jaar geleasd aan ontwikkelaar Shukaku, waarvan directeur Lao Meng Khin senator is en een belangrijke donor van de CPP. Shukaku wil het meer voor 90 procent droogleggen en er een nieuwe buurt op bouwen. De 4.000 families rond het meer moeten weg.

Een van de problemen is dat eigendomsrechten voor land in Cambodja relatief nieuw zijn. In 2001 werd onder druk van internationale donoren een wet doorgevoerd waarin staat dat iedereen die vijf jaar een stuk land gebruikt of bewoont, het eigendomsrecht kan krijgen.

Maar voor armen is het verkrijgen van dat recht te duur, of ze weten niet hoe het werkt. „Daardoor worden eigendomsrechten uitgegeven aan bedrijven als 7NG, en niet aan de rechtmatige eigenaren”, zegt Bugalski. Ook van Dey Krahorm zegt 7NG dat het eigenaar is.

Naar de rechter gaan heeft nauwelijks zin, volgens Bugalski. Al probeert haar organisatie dat wel, zoals bij het Boeung Kak-meer. Tot nu toe zonder resultaat. Ook blijkt het moeilijk bewoners te vinden die naar de rechter willen, door angst voor intimidatie of omdat het waarschijnlijk toch niets oplevert.

Bewoners proberen voornamelijk een maximale compensatie eruit te slepen. Dankzij veel media-aandacht hebben de oud-bewoners van Dey Krahorm het relatief goed gedaan: het laatste bod van 7NG was 20.000 dollar, al is dat niet genoeg om in Phnom Penh een ander huis te kopen en komt het niet in de buurt van de marktwaarde. En vinexwijk Santepheap II kan op termijn best iets worden. Bij andere ontruimingen was dat anders. Zo werden 1.000 gezinnen die zijn verdreven uit wijk Sambok Chap gedumpt op een open veld op 20 kilometer van Phnom Penh, dat bovendien al snel onder water liep.

„Als er een goede reden is en het algemeen belang wordt gediend, kunnen ontruimingen nodig zijn”, zegt Bugalski. Maar in Cambodja blijft het ontruimde land soms zelfs leeg – de grond wordt alleen gebruikt voor speculatie, ten koste van de armen die erop wonen. „De regering zegt dat ontruimingen nodig zijn om de stad mooier te maken en te ontwikkelen. Maar ze creëren een Phnom Penh exclusief voor de rijken en de middenklasse.”